Insuline

​Insuline is een hormoon in je lichaam dat de bloedsuikerspiegel regelt. Als je diabetes hebt, is de werking hiervan verstoord. Je kan insuline als medicatie toedienen in verschillende vormen. 

Wat

​Insuline is een natuurlijk hormoon dat wordt aangemaakt in de alvleesklier. Wanneer je suikerspiegel stijgt bijvoorbeeld na het eten, produceert je lichaam insuline. Dit hormoon regelt zeer precies de hoeveelheid suiker in je bloed op twee manieren:

  • het stimuleert je lichaamscellen om suiker op te nemen
  • het stimuleert je lever om suiker die je niet meteen nodig hebt op te slaan

Als medicatie

Als je diabetes hebt, maak je geen insuline aan of zijn je lichaamscellen er ongevoelig voor geworden. Om de suikerspiegel in het bloed op peil te houden, moeten mensen met diabetes type 1 daarom zelf insuline toedienen. Insuline kan alleen via inspuitingen worden toegediend. Het kan niet via de mond omdat de maagsappen de insuline zouden vernietigen.

Mensen met diabetes type 2 zijn vaak gered met medicatie die de alvleesklier stimuleert om eigen insuline aan te maken of de bruikbaarheid van de eigen insuline in de cellen bevordert. Vaak moeten ze na verloop van tijd echter ook insuline inspuiten.

Er bestaan verschillende soorten insuline afhankelijk van de werkingsduur. De opname en werkingsduur van insuline verschilt van persoon tot persoon en kan zelfs bij een individu verschillen naargelang de omstandigheden.

Het is daarom belangrijk om je suikerspiegel verschillende keren per dag te meten. Afhankelijk van de bloedsuikerwaarde spuit je dan een aangepaste dosis insuline in (een voorbeeld hiervan zie je in het filmpje onderaan). Het aantal controles dat je dagelijks moet doen, hangt af van de behandeling, het type insuline, de maaltijden en tussendoortjes, de fysieke inspanning, enz.

Een geregeld onderzoek door een arts, om de drie maanden, vult de zelfcontrole aan. De arts kijkt symptomen, klachten of letsels na die op het ontstaan van verwikkelingen kunnen wijzen. Voorbeelden zijn gezichtsvermindering of verminderde doorbloeding van het vaatstelsel.

Insuline bewaren

Tussen de 2 en 8 °C blijft insuline houdbaar tot de vervaldatum die op de verpakking staat. Je zet je voorraad dus best in de koelkast, onderaan in de groentebak. Flesjes of voorgevulde penen die in gebruik zijn, kunnen 1 maand op kamertemperatuur worden bewaard. Insuline werkt niet meer als het bevroren is geweest. Ook hoge temperaturen moeten vermeden worden omdat de actieve stoffen dan sneller in hun werking zullen verminderen. 

Dosis bepalen

Zo bepaal je een dosis insuline op een insulinepen (video):   

 

 

Soorten

​Humane insuline

De chemische samenstelling van humane insuline is identiek aan de insuline die door de pancreas wordt aangemaakt. Er zijn verschillende vormen:  

Snelle of kortwerkende insuline
  • Inspuiten 15 tot 30 minuten voor de maaltijd
  • Begint 20 minuten na inspuiting te werken
  • Werkt 6 tot 8 uur met piek na 30 tot 90 minuten
  • Voorbeelden: Actrapid, Humuline Regular en Insuman Regular
Trage of middellang werkende insuline
  • Werkt 8 tot 12 uur
  • Er zijn verschillende soorten met elk een ander werkingsmoment en piek. Welke soort je moet gebruiken, is individueel te bepalen.
  • Voorbeelden: Insulatard, Humuline NPH en Insuman Basal
Mengsel van humane insuline
  • Dit zijn mengsels van de twee bovenstaande soorten insuline in verschillende verhoudingen.
  • Werkt 8 tot 12 uur
  • Voorbeeld: Humuline 30/70

Insulineanalogen

Dit zijn aangepaste vormen van insuline met een andere structuur dan de insuline die door de pancreas wordt aangemaakt.

Supersnelle of ultrakort werkende insuline
  • Wordt heel snel in het bloed opgenomen, dus werkt vrijwel meteen.
  • Inspuiten net voor of soms net na de maaltijd.
  • Werkt 4 tot 5 uur en bereikt een piek 30 tot 90 minuten na inspuiting.
  • Voorbeelden: Humalog, NovoRapid en Apidra
Zeer trage of langwerkende insuline
  • Heeft een lange piekloze werkingsduur en voorziet in de basale insulinebehoefte.
  • Begint 1,5 uur tot 2 uur na inspuiting te werken en stijgt dan naar een stabiel basisniveau.
  • De inspuiting kan op elk tijstip van de dag, maar eens het tijdstip gekozen, moet dit steeds op hetzelfde moment gebeuren. Mag gecombineerd worden met de gebruikelijke maaltijdgebonden inspuitingen of orale antidiabetica.
  • Voorbeelden: Lantus en Levemir
Mengsel van insulineanalogen
  • Voorbeelden: Novomix 30, Novomix 50, Novomix 70, Humalog mix 25 en Humalog mix 50

Verschenen op 1 maart 2012 en herzien op 3 oktober 2016 met medewerking van de Diabetes Liga en met steun van de Vlaamse overheid.

Contacteer ons

Voor alle vragen over jouw ziekteverzekering

Bond Moyson Oost-Vlaanderen

09 333 55 00

Online advies

Voor al jouw vragen over gezondheid en welzijn.