Meer discipline krijgen

Als je diabetes hebt, moet je heel wat discipline hebben om je therapie en levensstijl correct op te volgen. Bij de ene lukt dit al beter dan bij de andere. Je karakter, omgeving en het type diabetes dat je hebt, hebben een invloed op je motivatie.

Belangrijke factoren

Er zijn een aantal factoren die het opvolgen van je therapie moeilijker of gemakkelijker maken zoals je leeftijd, karakter, je omgeving en levensloop maar ook het type diabetes en het stadium waar je in zit.  

Je leeftijd

Als je op jonge leeftijd al met therapie moet starten, wordt het gemakkelijker een deel van je leven. Je vindt het maar normaal dat je insuline moet spuiten. Starten met de insulinebehandeling kan wel een grote impact hebben op jou en je familie.
 

De puberteit is een moeilijke periode. Je vergelijkt jezelf dan met je vrienden en vriendinnen, die zich niet dagelijks moeten bezighouden met meten, koolhydraten berekenen en spuiten. Je rebelleert tegen je ouders en andere volwassenen, ook tegen de deskundigen die je diabetes opvolgen. Hun argumenten maken geen indruk op jou: wat diabetes over twintig jaar met je doet, kan je nu niets schelen. Vaak gaat het een tijdje minder goed met je zelfbehandeling, maar uiteindelijk valt alles weer in de vertrouwde plooi. Ook voor de ouders van een kind met diabetes is die puberteit een kwade periode. Je moet je zorgenkind dan loslaten, zodat het helemaal zelf zijn diabetesbehandeling in handen kan leren nemen.

 

Heb je type 2, dan vraagt het meestal heel wat inspanning en mentale energie om je leven op een nieuw spoor te brengen. Je bent immers een leven zonder diabetes gewoon. Met het ouder worden, wordt het onvermijdelijk moeilijker. Hoe langer je al diabetes hebt, hoe meer insuline je waarschijnlijk moet spuiten. Bovendien gaat ook bewegen steeds moeizamer.

Je karakter

Ben je van nature nauwgezet of eerder chaotisch? Ook je karakter speelt mee als het op discipline aankomt. Als je al een regelmatig leven leidde voor diabetes, zal de dagelijkse discipline je wat gemakkelijker vallen dan wanneer je een losser leven leidde. Toch hoeft het hier niet altijd vanaf te hangen: iedereen gaat wel eens door een moeilijke periode, ongeacht je karakter.

Je levensloop

Heb je nog veel toekomstperspectieven?  Dan ben je makkelijker te motiveren dan wanneer je een dagje ouder wordt. Je hebt dan misschien meer zorgen aan je hoofd waardoor je het nut er misschien niet meer van in ziet.

Je type diabetes en het stadium

Heb je type 1 en moet je meteen insuline spuiten, dan voel je ook direct waarvoor het nodig is. Dat is een grote motivatie. Een keertje niet spuiten, kan al duidelijk voelbare gevolgen hebben.

Bij type 2 ligt het anders. Als je diabetes in het beginstadium wordt ontdekt, is jezelf motiveren het moeilijkst. Je voelt dan nog geen duidelijke gevolgen. Maar ook al moet je nu maar één pilletje per dag nemen, de langetermijngevolgen zijn er net zo goed als voor iemand die insuline spuit. ‘Een beetje suiker hebben’ bestaat namelijk niet. Je hebt wel diabetes of geen diabetes. Ga er niet te licht over want de kans bestaat dat je het op termijn slechter doet dan mensen die al meteen moeten spuiten. Als diabetes type 2 laat wordt ontdekt, wat in de meeste gevallen zo is, weet je vaak wel wat de gevolgen zijn. Soms komt het pas na een ernstig voorval aan het licht, zoals een hartinfarct of hersentrombose. Het helpt dan wel om de gevolgen op lange termijn beter in te schatten en om meteen discipline aan de dag te leggen.

Je omgeving

Met de steun van je gezin is het gemakkelijker om je levensstijl aan te passen. Dat gebeurt niet altijd.
 

Wanneer diegene die achter de kookpotten staat zich bijvoorbeeld niet aan jouw behoeftes aanpast, is het moeilijker voor jou om juist te eten. Houd altijd in je achterhoofd dat het voor hen ook moeilijk is omdat ze geen diabetes hebben en zich toch moeten aanpassen. Dit is niet evident.

Discipline voorkomt problemen

Waarom discipline zo belangrijk is bij diabetes? Je behandeling trouw opvolgen is belangrijk omdat je er zowel op korte als op lange termijn verwikkelingen mee kan voorkomen:

  • Op korte termijn voorkom je hypo’s of een te lage bloedsuikerspiegel. Pak je zo’n hypo niet op de juiste manier aan, dan kun je zelfs flauwvallen. De meeste mensen zijn vooral bang voor die hypo’s, hoewel ze op lange termijn minder kwaad doen dan hypers. Alleen als je ook hartproblemen hebt, kan een hypo ernstiger problemen veroorzaken.  

  • Op lange termijn voorkom je er gevaarlijke complicaties mee aan je bloedvaten, zenuwen, nieren, voeten en ogen. Die verwikkelingen zijn het gevolg van langdurige hypers of een te hoge bloedsuikerspiegel. Hypers zijn erg verraderlijk want je voelt ze vaak niet aankomen.

Diabetes type 1

​Je therapie trouw opvolgen is niet gemakkelijk. Diabetes heb je 24 uur op 24, 7 dagen op 7. Je kan er niet onderuit. Het valt soms zwaar om gemotiveerd te blijven.  

Waarom is het zo moeilijk?

Als je inzicht hebt in de mechanismen die het je moeilijk maken je therapie te volgen, kan dat al een deel van de oplossing vormen. Wat kan de oorzaak zijn?

Je bent moedeloos

Na het starten van de behandeling met insuline kan de alvleesklier of pancreas nog eventjes haar uiterste best doen om zelf insuline te produceren. Tijdens die periode moet je veel minder of zelfs geen insuline toedienen. Dit is de honeymoonfase. Deze fase creëert jammer genoeg valse hoop, want uiteindelijk raakt de pancreas uitgeput en zit je toch voor altijd aan insuline vast. Dit kan je erg ontgoochelen.

Als je diabetes hebt, moet je op heel veel dingen tegelijk letten. Dit kan je overweldigen en het gevoel geven dat het nooit genoeg is. Je hebt dan geen zin meer om aan iets te werken. 

Het is routine geworden

Als alles vlot verloopt, word je op de duur minder zorgvuldig voor details en vergeet je wat het belang ervan is. Bijvoorbeeld, je moet je naaldje op tijd vervangen. Doe je dat niet, dan wordt het bot en kan het de huid plaatselijk beschadigen. Als verdediging vormt de huid extra bindweefsel, waardoor de insuline niet meer gelijkmatig opgenomen wordt. Dan gaat je bloedsuiker erg schommelen.  

Tips 

  • Ga trouw op controle bij de dokter en naar de afspraken met de diabeteseducator. Het werkt bemoedigend om te praten met iemand die weet hoe moeilijk het is. Soms is het beter om zonder naaste familie naar de educator te gaan. Als je partner bijvoorbeeld minder flexibel is en alles wat jij moet veranderen in twijfel trekt. Voor pubers is het soms beter om zonder de ouders naar de educator te gaan.
  • Vraag ook altijd uitleg aan je arts of diabeteseducator en houd het telefoonnummer van je diabeteseducator binnen handbereik. Zeker in het begin, wanneer alles nog nieuw is, kan dit goed van pas komen.
  • Bespreek alles eerlijk met je educator. Als het echt niet klikt tussen jullie, zoek dan liever iemand bij wie je je emotioneel beter voelt. De algemene principes van je diabetesregulering zullen daardoor echter niet veranderen. Wat dat betreft trekken alle educatoren aan dezelfde lijn. Deskundigen willen immers alleen maar het beste voor de gezondheid van hun patiënten.
  • Zoek contact met lotgenoten. Als je samen in de wachtkamer zit, wissel dan informatie en ervaringen uit met elkaar.
  • Zoek een interne motivatie, de reden waarom jij vindt dat je behandeling belangrijk is. Het maakt een groot verschil of je op eigen initiatief naar de educator komt, of omdat je dokter of je omgeving vindt dat het zo niet verder kan.
  • Pas de therapie aan jouw dagritme aan. Diabetestherapie is voor iedereen verschillend, jij hebt de methode nodig die het beste bij jouw situatie past. Je diabeteseducator kan je hierbij helpen. Heb je bijvoorbeeld een druk en onregelmatig leven, dan leer je beter om de koolhydraten in elke maaltijd te berekenen om op basis daarvan eenheden in te spuiten. Bij een meer regelmatig leven kan je gerust een vast injectieschema volgen.
  • Zoek het toestel dat het best bij jou past. Als je een pc hebt, kan je bijvoorbeeld baat hebben bij een meettoestel waarbij je de gegevens gemakkelijk kan overzetten op pc. Anderen, zoals vrachtwagenchauffeurs, hebben dan weer liefst een snel systeem terwijl iemand die gewoon is koolhydraten te tellen een toestel wil dat het aantal insuline-eenheden weergeeft.
  • Los je problemen een voor een op. Je kan geen vijf zaken tegelijk aanpakken. Alleen als je een verandering geleidelijk doorvoert, wordt het een deel van je leven. Het lukt ook niet altijd meteen of helemaal. Geef jezelf een schouderklopje voor je inspanningen, en niet alleen voor goede resultaten.
  • Bekijk het van de positieve kant en probeer te aanvaarden dat diabetes een deel van je leven is geworden. Diabetes behandelen zonder moeite bestaat jammer genoeg niet. Het prikken blijft een vervelend deel van de behandeling zelfs al worden de naaldjes steeds dunner. Met een insulinepomp moet je minder spuiten, maar moet je wel nauwkeuriger meten en in de gaten houden of de pomp nog goed werkt.
 
 

Diabetes type 2

​Je diabetestherapie blijven volgen is niet gemakkelijk. Er wordt nogal wat van je verwacht: je moet jezelf regelmatig laten onderzoeken en je moet zelf veel grote aanpassingen doen in je leven. Op het eerste gezicht lijkt het misschien onoverkomelijk maar je staat er niet alleen voor.  

Waarom is het zo moeilijk?

Als je weet waarom het voor jou zo moeilijk is om je therapie nauw op te volgen, kan je er aan werken. Dit zijn mogelijke oorzaken:  

Je vindt het niet belangrijk genoeg

Als je diabetes type 2 hebt, voel je de negatieve gevolgen van een slecht geregelde behandeling niet meteen. Bij type 1 heb je weinig keuze. Daarbij voel je je meteen beroerd als je te weinig of te veel insuline spuit. Dat is bij jou niet zo, zeker in het begin. Je voelt en ziet niets van je aandoening. Toch moet je ineens allerlei streefwaarden halen en vooral heel gezond (gaan) leven: meer bewegen, evenwichtig eten, afvallen, stoppen met roken enz. Wellicht moet je ook pillen slikken. Als je het niet direct merkt, is het moeilijk om gemotiveerd te blijven. Het is veel gemakkelijker om je behandeling trouw te volgen als je pijn of ongemak voelt.  

Je bent ontgoocheld 

Je bent moedeloos omdat het tot je doordringt dat diabetes niet genezen is na één doos pilletjes. Je zit eraan vast voor de rest van je leven. Dit kan een zware domper zijn en een reden om je behandeling te verwaarlozen.

Het is te veel

Je moet je diabeteszorg zelf in handen nemen en aan heel veel dingen tegelijk werken. Je dokters kunnen het niet allemaal voor jou doen, maar je kunt het evenmin helemaal alleen.  

Tips

  • Ga om de drie maanden op controle bij je huisarts voor enkele medische routineonderzoeken. Je huisarts is je gids en aanspreekpunt. Stel alle vragen waar je mee zit. Bedenk vooraf waar je het tijdens het bezoek over wil hebben en maak eventueel een lijstje. Heb je bijvoorbeeld geen vertrouwen in al die pillen, vraag je huisarts dan of ze echt nodig zijn en waarom. Neem hiervoor je tijd, en ga niet met andere klachten naar deze raadplegingen.
  • Beschouw het overleg met je huisarts als een overleg tussen gelijkwaardige partners, en niet als een kruisverhoor of een examen. Hoe je jezelf verzorgt, is jouw verantwoordelijkheid. Je arts levert je de noodzakelijke deskundigheid op medisch vlak. Bepaal samen prioriteiten, spreek haalbare streefdoelen af en hoe je die doelen kunt bereiken. Het lukt beter wanneer je dat samen bespreekt dan dat je het gevoel krijgt dat alles je van bovenaf opgelegd wordt.
  • Zoek begrijpelijke informatie over je aandoening. Weten waarom en waarvoor je dit allemaal doet, maakt het gemakkelijker om vol te houden. Tijdens je hele verdere leven met diabetes heb je nood aan informatie. Vooral in het begin is het moeilijk om alle informatie ineens te verwerken. Je arts of specialist heeft niet genoeg tijd om het tot in het detail uit te leggen en de diabeteseducatoren werken vooral samen met diabetescentra. Wie net de diagnose type 2 gekregen heeft, blijft daardoor nog vaak in de kou staan. Uitgebreide en betrouwbare informatie over diabetes vind je ook op de website www.dieponline.be.
   

Verschenen op 27 juni 2012 en herzien op 4 oktober 2016 met medewerking van diabeteseducator Martine Van Tichelen. Het onderdeel 'Type 2' is geschreven met medewerking van dokter Johan Wens, professor huisartsgeneeskunde Universiteit Antwerpen, www.dieponline.be. Met de steun van de Vlaamse overheid.

Contacteer ons

Voor alle vragen over jouw ziekteverzekering

Bond Moyson Oost-Vlaanderen

09 333 55 00

Online advies

Voor al jouw vragen over gezondheid en welzijn.