Streefwaarden en onderzoeken

Diabetes is een chronische ziekte, maar je kan er perfect mee leven als je met een aantal dingen rekening houdt. Je huisarts, diabeteseducator en/of specialist leggen je graag uit waarop je moet letten. Samen met hen stel je persoonlijke doelstellingen op die voor jou haalbaar zijn. Door die streefwaarden zo goed mogelijk te benaderen, daalt de kans op complicaties aanzienlijk.

Streefwaarden

Als je diabetes hebt, zorgt het nastreven van bepaalde waarden ervoor dat je zo gezond mogelijk blijft. Er bestaan twee soorten: de algemene en individuele.

Algemene waarden

De algemene streefwaarden zijn wetenschappelijk vastgesteld en zijn de meest ideale waarden. Hoe dichter je in de buurt van deze waarden komt hoe beter. Je verlaagt dan het risico op verwikkelingen. Er zijn streefwaarden voor de gemiddelde suikerwaarde in je bloed, maar ook voor je gewicht en hoeveelheid lichaamsbeweging, je cholesterol en de andere vetten in je bloed.

Individuele waarden

Jouw individuele streefwaarden zijn voor jou persoonlijk haalbaar op korte termijn. Het is de bedoeling dat je stapsgewijs individuele streefwaarden bereikt tot je zo dicht mogelijk in de buurt komt van de algemene. 

Tips

  • Stel jezelf geen te hoge of te veel doelen. Je kan niet ineens elke dag gaan joggen als je nooit veel bewogen hebt. Het zorgt ervoor dat je ontmoedigd raakt en sneller bij de pakken blijft zitten.
  • Beloon of moedig jezelf aan voor de inspanningen die je levert, en niet alleen voor het resultaat. Ook al lukt het niet allemaal meteen, je bent op de goede weg. Alle begin is moeilijk. Hoe langer je ermee bezig bent, des te beter het zal gaan.
  • Doe het niet alleen. Schakel je partner of de rest van het gezin in. Evenwichtige voeding, meer bewegen, een goed gewicht, lage bloeddruk en cholesterol zijn gezond voor iedereen. Samen gaat het gemakkelijker en kan je elkaar motiveren.
  • Houd je toekomstdromen voor ogen. Dat is een enorme motivatie om veranderingen in je leven door te voeren.
 

 

Onderzoeken

Diabetespatiënten laten zich best goed opvolgen door de huisarts en/of specialist. Het merendeel van de aangeraden onderzoeken zijn hetzelfde voor diabetes type 1 en 2 maar er zijn ook belangrijke verschillen. 

Diabetes type 2

Een aantal onderzoeken laat je best om de drie maanden uitvoeren. Andere hoeven maar een keer per jaar. Je kan hiervoor naar je huisarts gaan. Je arts zal de resultaten met jou bespreken en samen wordt er gekeken naar de verschillende mogelijkheden om je persoonlijke doelstellingen zo goed mogelijk te bereiken.
 
Neem je tijd voor de doktersbezoeken en ga dan ook alleen voor je diabetes naar deze raadplegingen. Probeer niet nog andere, niet-gerelateerde klachten te bespreken want dan krijgt je diabetes misschien niet voldoende aandacht.

Om de 3 maanden 

Vier keer per jaar wordt er gekeken hoe het met je streefwaarden gesteld is. Het bestaat uit:
  • een bloedonderzoek,
  • een bloeddrukmeting,
  • een meting van je gewicht, buikomtrek, en de berekening van je BMI of Body Mass Index.

Deze waarden worden gemeten:

  • het hemoglobine A1c, kortweg HbA1c*. Dit is een maat voor je gemiddelde suikerwaarden gedurende de afgelopen drie maanden. Het toont aan hoe je diabetes geregeld was in die periode. Waarden tussen 20 en 42 mmol/mol worden als normaal beschouwd voor mensen zonder diabetes. De algemene streefwaarde voor diabetespatiënten is een waarde lager dan 53 mmol/mol.
  • als je HbA1c-waarden hoog oplopen, wordt er gezocht naar de mogelijke oorzaken. Dan is het zinvol om de hoeveelheid suiker in je bloed op dat moment te bepalen. Hiervoor ben je best nuchter.
  • je bloeddruk: de algemene streefwaarde is 14/9 cmHg. Als je al een hart- of nierprobleem hebt, moet je proberen om je bloeddruk nog lager te krijgen.
  • je BMI, dit is de verhouding russen je lengte en je gewicht. Je BMI is liefst lager dan 25 kg/m². Als je overgewicht hebt, kan het heel wat helpen om 5 tot 10% van je gewicht te verliezen. Daarbij is het vooral belangrijk dat het gewichtsverlies blijvend is. Traag afvallen maar op gewicht blijven is dus beter dan snel meer kilo’s verliezen maar die nadien weer bijkomen.
* HbA1c of geglyceerd hemoglobine: hoe meer suiker of glucose er in je bloed circuleert, des te meer verbindt het zich met hemoglobine, het hoofdbestanddeel van de rode bloedcellen. Die verbinding heet: geglyceerd hemoglobine of HbA1c.

1 keer per jaar

Een goede begeleiding van diabetes is belangrijk om op lange termijn eventuele complicaties te voorkomen. Daarom wordt er één keer per jaar een meer uitgebreid onderzoek gedaan.
  • Een nuchter bloedonderzoek om je bloedvetten te bepalen (cholesterol en triglyceriden). Voor dit onderzoek ben je liefst nuchter.
  • Hetzelfde bloedstaal wordt ook getest op aanwezigheid van het afvalproduct serumcreatinine. Via een urineonderzoek wordt het eiwit albumine opgespoord.. Zijn die waarden te hoog, dan filteren je nieren niet meer naar behoren.
  • Een voettest. De dokter test de gevoeligheid van je voeten om zenuwbeschadigingen op te sporen. Als je een verhoogd risico hebt, moet dat onderzoek vaker gebeuren.
  • Een oogonderzoek. Daarvoor moet je naar de oogarts, die een pupilverwijdend middel in je ogen druppelt. Daarna kijkt hij met een lichtje in je oogbol om beschadigingen van het netvlies op te sporen.
  • Daarnaast kijkt je arts je glucosemeter na om zeker te zijn dat hij nog correct opmeet en afleest, en dat jij hem juist gebruikt.

Diabetes type 1

Als je diabetes type 1 hebt, moet je elke dag meten. Je moet ook vier keer per jaar naar de endocrinoloog voor enkele onderzoeken. Het jaarlijkse onderzoek start meestal pas vanaf vijf jaar na de diagnose.

Zelfonderzoek

Meten is weten. Volg de volgende tips:

  • Doe een vingerprik zo vaak als afgesproken met je arts of diabeteseducator. Hoe vaak en wanneer, verschilt van persoon tot persoon. Door te meten krijg je meer inzicht in je eigen diabetes en de factoren die een rol spelen in de schommeling van je bloedsuiker. Dan kun je ook je behandeling eraan aanpassen.
  • Controleer regelmatig je injectieplaatsen op verhardingen. Vind je er een, spuit dan gedurende enkele maanden niet op die plaats zodat je huid zich kan herstellen. Doe je dat niet, dan is het risico groot dat de insuline niet genoeg of niet goed meer opgenomen wordt. Meestal heeft dat sterke bloedsuikerschommelingen tot gevolg.
  • Kijk wekelijks je voeten na op wondjes, bijvoorbeeld voor je in bad gaat.

Om de 3 maanden

Voor personen met type 1 diabetes zijn de driemaandelijkse onderzoeken en streefwaarden dezelfde als voor mensen met gevorderde type 2, die zich verschillende keren per dag met insuline moeten injecteren. Voor die onderzoeken ga je naar de endocrinoloog.

1 keer per jaar

Het jaarlijks uitgebreider onderzoek is nodig om verwikkelingen op lange termijn op tijd op te sporen. De onderzoeken zijn dezelfde voor type 1 als 2, maar het startmoment verschilt. Voor mensen met type 1 gebeuren de extra onderzoeken bij de arts meestal pas vanaf 5 jaar na de diagnose. Dat komt omdat type 1 nogal plots begint en snel ernstige symptomen heeft. De diagnose valt heel snel. Zo vroeg zijn er echter nog geen langetermijnverwikkelingen. Het is dus niet nodig om al meteen die onderzoeken uit te voeren. 

 

Verschenen op 28 juni 2012 en herzien op 4 oktober 2016 met medewerking van dokter Johan Wens, professor huisartsgeneeskunde aan de Universiteit Antwerpen. Het luikje 'Onderzoeken type 1' werd geschreven met medewerking van Martine Van Tichelen, diabeteseducator Gezondweb. Met steun van de Vlaamse Overheid.

Contacteer ons

Voor alle vragen over jouw ziekteverzekering

Bond Moyson Oost-Vlaanderen

09 333 55 00

Online advies

Voor al jouw vragen over gezondheid en welzijn.