Arne, een tiener met type 1

Hoe leef  je met diabetes als jongere?

Arne Calcoen was nog geen twee jaar toen bij hem diabetes type 1 werd ontdekt.  Zijn abnormale dorst en onverwachte flauwte verontrustten zijn ouders. Die brachten hun kindje naar de spoeddienst, waar de dokter diabetes type 1 vaststelde. Intussen is Arne 15. Al ruim 13 jaar leeft hij met zijn diabetes. Hij kent eigenlijk geen leven zonder prikken en insuline. Wat doet zoiets met een jonge mens?

 

 

​Bij diabetes type 1 moet je zelf insuline toedienen om gezond te blijven. Ook moet je bloed prikken om je bloedsuikerwaarden op te volgen. Hoe ga jij om met dat prikken en spuiten?

Arne:  ”Het prikken is voor mij een routine. Ik doe het al zelf vanaf mijn 6 jaar.  Ik prik 7 keer per dag.  Minstens 3 keer prik ik bloed in mijn vingers. Ik wissel regelmatig van vinger en vermijd mijn wijsvinger.  En 4 keer spuit ik insuline in mijn buik of billen. Een vingerprik laat zien wat je bloedsuikerwaarden zijn op dat moment. Op basis daarvan kan je de dosis insuline bijsturen. Dit is belangrijk om diabetes juist te behandelen. Ik heb mijn eigen lijstje gemaakt, waarop ik zie hoeveel insuline ik moet toedienen bij welke bloedsuikerwaarde en koolhydraatwaarde die ik eet. Ik ken het intussen al van buiten.”

Uit een onderzoek van ons ziekenfonds bleek dat vele kinderen dat prikken en spuiten toch wat  lastig vinden. Jij ook?

Arne: “Dat prikken vind ik niet erg lastig. Alhoewel ik het veel leuker zou vinden mocht ik in de plaats daarvan een pilletje kunnen nemen. Of gewoon maar één spuit per dag bijvoorbeeld. Mocht ik niet zoveel sporten, dan zou ik wel overwegen om een insulinepomp te dragen. Maar die pomp mag je slechts 2 uren af leggen.  Mijn naschoolse sport is zwemmen en als ik al 2 uur na elkaar ga zwemmen, is dit voor mij niet haalbaar. In de zomer gaan we ook vaak naar het strand : zand en zee geven een probleem. Het nadeel is dat ik van het spuiten soms wel blauwe plekken krijg op mijn billen. Daarom trek ik een langere zwembroek aan.”

Iemand met diabetes moet ook op zijn voeding letten, niet? Want koolhydraten spelen een belangrijke rol in de bloedsuikerregulatie.

Arne: ”Ik ben wel bewuster bezig met gezonde voeding dan mijn leeftijdsgenoten. Ik let op het aantal koolhydraten in mijn maaltijden. Ik gebruik zo goed als overal en altijd de weegschaal om porties voeding met koolhydraten te wegen. Zelfs naar school of op restaurant neem ik mijn weegschaal mee. Langwerkende koolhydraten vind je hoofdzakelijk terug in graanproducten zoals brood, rijst, pasta, aardappelen. In gesuikerde producten zitten de kortwerkende suikers zoals snoepjes, (koffie)koeken, frisdrank, fruit,...  Op bijvoorbeeld feestjes, bosklassen of verjaardagstractaties moet ik wel extra opletten. Maar dit is allemaal normaal voor mij. Ik kreeg op zo’n jonge leeftijd diabetes, dat ik eigenlijk de gewoonte van snoepen nog niet was aangeleerd. Ik mag trouwens wel snoepen. Als ik een hypo heb of als ik ga sporten en zeer actief ben, neem ik dikwijls een koolhydraatwaarde snoep. Dat is dan zo’n 30 gram. En uitzonderlijk spuit ik wat insuline bij om van een dessertje te genieten op speciale gelegenheden. Gelukkig bestaan er ook lightdrankjes, maar ik drink deze in beperkte mate. Het voordeel is nu wel dat ik de hoeveelheid insuline kan aanpassen aan wat ik voordien heb gegeten. Ik werk nu met snelwerkende insuline in de dag en de langwerkende voor ‘s nachts. Vroeger was het andersom (werkte ik met een mengeling van kort- en snelwerkende insuline) en dat was veel moeilijker en vervelend.”

Heb je nog last van een hypo (te laag suikergehalte in het bloed) of hyper (te hoog suikergehalte in het bloed)?

Arne: ”Af en toe gebeurt het nog dat ik een hypo of hyper krijg.  Hypo’s voel ik meestal wel op voorhand aankomen, maar niet altijd. Net voor een hypo voel ik me slapjes en vermoeid aan de spieren. Mensen rondom me zeggen ook dat ik vaak anders reageer. Als ik het ’s nachts krijg, dan word ik er meestal  wakker van. Voor een hypo neem ik snel een sportdrankje, wat fruitsap, een cola of iets zoets om erger te voorkomen.  Als ik te hoog sta (hyper) heb ik veel dorst en drink ik veel water. Een hyper voel je eigenlijk niet echt en voel je zeker niet aankomen.”

Hoe reageren mensen uit je omgeving op je diabetes?

Arne: ”Ik heb niet altijd zin om telkens weer uit te leggen wat diabetes is. Dus ik heb geen behoefte om daar vaak over te praten. Van mijn familie en vrienden kan ik rekenen op veel begrip. Soms geef ik wel spreekbeurten in de klas over diabetes type 1. Op die manier begrijpen de klasgenoten het beter. Ik laat de leerlingen dan ook eens prikken, zodat ze een idee krijgen van hoe dit aanvoelt. Als iemand een ongepaste opmerking zou maken, zou ik me verdedigen. Ik ben gelukkig nooit gepest geweest. Het gebeurt echter wel dat iemand eens jaloers is omdat ik wel iets zoets mag drinken/eten  in de klas, terwijl anderen dat niet mogen. Maar dat is meestal met nieuwe leerlingen of mensen die me niet kennen.”

Arne wordt behandeld in het kinderziekenhuis van UZ VUB Brussel/Jette.  4 keer per jaar is controle verplicht.  De dokter volgt nauwgezet zijn groei op en uiteraard worden zijn bloedwaarden telkens uitgebreid besproken.  Ook de prikplaatsen worden gecontroleerd om problemen van vingers en vorming van eelt in buik en billen te voorkomen. Een diëtist volgt zijn voedingsgewoonten op.  Arne is dit gewoon en vindt leven met suikerziekte niet zo erg.  Zijn ouders en hijzelf zijn er elk moment van de dag mee bezig.  Het is een “ziekte” die je niet loslaat. Voedingsgewoonten staan dan ook centraal in het gezin.

 

​Als je diabetes type 1 hebt, maak je geen insuline aan of zijn je lichaamscellen er ongevoelig voor geworden. Om de suikerspiegel in het bloed op peil te houden, moeten deze mensen daarom zelf insuline toedienen. Diabetes type 1 krijg je niet door een ongezonde leefstijl. Je kan er zelf niets aan doen om de ziekte te voorkomen. Dit in tegenstelling tot diabetes type 2.

 

 

Verschenen op 5 februari 2014

Contacteer ons

Voor alle vragen over jouw ziekteverzekering

Bond Moyson Oost-Vlaanderen

09 333 55 00