Angst bij diabetes

Diabetes kan angst uitlokken zoals angst voor hypo's bijvoorbeeld. En die angst heeft een negatieve invloed op je diabetesregulatie. Blijf daarom niet bij de pakken zitten, want je kan ze overwinnen. Als je er zelf niet uitraakt, vraag dan hulp aan je arts, diabeteseducator of een psycholoog.

Soorten angsten

​Je kan voor veel dingen bang zijn. Waarvoor precies, hangt onder andere af van je leeftijd, het type diabetes en het stadium van je ziekte.

Voor hypo's

Door een hypo of te lage suikerspiegel kan je flauwvallen als je de alarmsignalen niet op tijd opmerkt en niet snel iets met suiker eet. Sommige mensen zijn heel erg bang dat anderen hen niet gaan helpen als ze toch flauwvallen, en dat ze nooit meer wakker worden. Dus houden ze hun suikerspiegel met opzet te hoog geregeld, om toch maar geen hypo te krijgen. Flauwvallen doen ze inderdaad niet, maar op lange termijn beschadigt die hoge suikerspiegel je organen en wordt de kans op complicaties groter.

Vooral als je diabetes type 1 hebt, loop je risico op een hypo. Een hypo-fobie komt dan ook vooral bij mensen met dit type diabetes voor. Hun suikerspiegel is immers scherper geregeld dan bij type 2 waardoor suikerwaarden dichter bij de grens liggen die een hypo kan uitlokken.

Een aantal zaken maken het probleem nog ingewikkelder:

  • Sommige mensen voelen een hypo niet aankomen omdat ze de vroege signalen zoals zweten, beven of honger niet opmerken. Dan moeten ze ineens snel ingrijpen om flauwvallen te voorkomen. Als je niet meer kan rekenen op je eigen lichaam wor je erg onzeker. De angst voor controleverlies is maar al te begrijpelijk.
  • Een hyperventilatieaanval kan erg lijken op een hypo. Zo’n aanval wordt veroorzaakt door angst en paniek. Je ademt dan te snel en te diep in, en dat verstoort het evenwicht tussen de hoeveelheid zuurstof en koolstofdioxide in je bloed. Je krijgt het benauwd, kan last hebben van hartkloppingen en het lijkt alsof je gaat flauwvallen. Veel mensen die als de dood zijn voor een hypo, verwarren het ene met het andere. Ze denken dat ze een hypo doormaken, terwijl het een paniekaanval is uit schrik voor een hypo. Ze eten extra suiker, terwijl het op dat moment niet nodig of goed is.

Voor injecties of vingerprikken

Jezelf insuline inspuiten of een vingerprik doen, is een drempel die je over moet. Sommige mensen ontwikkelen een fobie voor spuiten en voelen zich al slecht wanneer ze het insulinepennetje nog maar zien. Hetzelfde kan gebeuren met bloed prikken. De meeste mensen met dat soort angst treuzelen een hele tijd, maar doen uiteindelijk toch wat ze moeten. Het komt niet zo vaak voor en dan voornamelijk in het begin.

Voor complicaties

Die ongerustheid is er bijna altijd in het begin. Je bent bang om blind te worden, een teen of voet te verliezen, aan de nierdialyse te moeten enz. Vooral oudere personen hebben nog mensen gekend met erg zware verwikkelingen. Doordat diabetes vandaag veel beter behandeld wordt, komt dat nu minder snel voor, maar het beeld leeft nog voort.

Voor je toekomst

Je vreest dat je leven niet meer de moeite waard is met diabetes. Omdat je voortaan elke dag nauwkeurig moet letten op wat en wanneer je eet, moet meten en insuline spuiten. Omdat je een dieet moet volgen en niet meer zonder beperkingen kan smullen of van het leven genieten.

Voor afwijzing

Je bent bang dat vrienden of klasgenoten je voortaan links laten liggen wanneer ze je zien prikken of spuiten. Misschien denken ze wel dat je een heel erge ziekte hebt of dat je aan de drugs zit? Daarom zorg je ervoor dat ze niet in de buurt zijn wanneer je jezelf behandelt.

  • Die angst komt vaker voor bij type 1 en bij jonge mensen.

Als puber en jonge volwassene vraag je jezelf af: "Zal iemand me wel willen met mijn aandoening erbij? Wil ik wel kinderen als het gevaar bestaat dat ik de aandoening aan hen doorgeef?"

Voor verdikken

Kort voor de diagnose type 1 gesteld wordt, val je vaak flink wat af. Slank zijn zonder er iets voor te moeten doen, klinkt de meesten onder ons als muziek in de oren. Dat maakt het verleidelijk om die toestand zo te houden door je suikerspiegel voortdurend te hoog te laten. Op termijn is dat erg slecht voor je gezondheid. In het slechtste geval kan knoeien met je suikerspiegel zich ontwikkelen tot een eetstoornis zoals boulimie.

  • Jonge meisjes en vrouwen met type 1 zijn daar het meest vatbaar voor.

Voor je werk

Op middelbare leeftijd is de grootste bekommernis: “Ga ik mijn job en de werkstress blijven aankunnen? Word ik niet ontslagen?"

Voor afhankelijkheid

Oudere mensen zijn vooral bang dat ze veel vroeger dan verwacht een beroep moeten doen op anderen om voor hun gezondheid in te staan. Daarom willen ze zo lang mogelijk zelf hun bloedsuiker controleren en zichzelf spuitjes geven. Pas als het echt niet anders meer kan, laten ze dit over aan verpleegkundigen.

Ook je omgeving is bang

Als ouder of partner van iemand met diabetes kamp je vaak met gelijkaardige angsten als je kind of partner.

Ouders van een jong kind zijn bang om een fout te maken tijdens de behandeling. Ze zijn erg betrokken bij de gezondheid van dat zorgenkind. Later krijgen ze het daardoor moeilijk om hun kind los te laten wanneer het oud genoeg is om zichzelf te behandelen. Ook zijn ze bang dat hun kind later geen partner zal vinden.

Partners merken vaak veel sneller dan de patiënt de symptomen van een hypoglycemie op door diens gedrag. Zeker als die persoon het zelf helemaal niet voelt aankomen, wordt de partner extra waakzaam. Partners maken zich ook zorgen over de medische gevolgen van de aandoening voor hun geliefde.

 
 

Oplossingen

  • ​Praat over je angsten
    Blijf niet rondlopen met je angsten, want dat is nergens goed voor. Houd het niet voor jezelf maar praat erover. Met je naasten, met je arts of diabeteseducator. Je diabeteseducator is de deskundige die je het beste kent. Hij of zij kan al een aantal problemen samen met je oplossen. Ook andere deskundigen zoals een psycholoog of een relaxatietherapeut kunnen je verderhelpen.
  • Oefen vaak
    Het is heel normaal dat je in het begin van je behandeling angst hebt voor het onbekende. Leren prikken, meten en spuiten oefen je daarom het best samen met je educator in. Heb je de nieuwe techniek van meten en prikken eenmaal onder de knie, dan vergroot je gevoel van controle. Je hebt immers een instrument waarmee je zelf je diabetes beheerst en behandelt. Je bent er niet weerloos aan overgeleverd.
  • Leer hypo’s herkennen
    In diabetescentra kan je terecht voor een hypoglycemiepreventietraining. Zo’n training leert je om jouw individuele betrouwbare signalen van een hypo te leren herkennen. Daardoor voel je je weer meester over je lichaam.
  • Gebruik ontspanningstechnieken
    Relaxatietraining en mindfulness verminderen je angst en maken je bewuster van de signalen van je lichaam. Ze zijn ook doeltreffend tegen hyperventilatie.
  • Overwin je fobie stapsgewijs
    Fobische angsten overwin je door jezelf geleidelijk aan bloot te stellen aan datgene waarvoor je zo bang bent. Zo ervaar je dat het helemaal niet zo erg is. Wanneer dit goed gebeurt en deskundig wordt begeleid, kan je er op een week tijd van afraken. Je kan ervoor terecht bij een psycholoog. Ben je bijvoorbeeld bang voor prikken, dan kijk je eerst toe hoe iemand anders het bij zichzelf doet. Daarna prikt die ander in jouw vinger en ten slotte doe je het zelf. Durf je niet in het openbaar insuline te spuiten, dan doe je het ook weer stapsgewijs: thuis, terwijl een vriend toekijkt en ten slotte in het openbaar.
  • Krijg inzicht in je hoofd
    Door gesprekstherapie of cognitieve gedragstherapie ga je anders over je probleem denken. Je ontwikkelt een meer realistische kijk op de dingen zoals je toekomst bijvoorbeeld en een groter inzicht in jezelf. Soms gebeurt dat met een gedachtendagboek, waarin je je eigen gedachten ‘beetpakt’, onderzoekt, de fouten en overdrijvingen eruithaalt en juiste alternatieven formuleert. Voor zo’n therapie kan je terecht bij een psycholoog.

Raak je er ooit van af?

Hoe lang het duurt voor je van je angst af bent, hangt af van je motivatie en de ernst van het probleem. Als je prikangst je bijvoorbeeld echt hindert in je leven, is je kans op succes groot. Ben je daarentegen tegen je zin naar de psycholoog gestuurd en wil je niet meewerken dan wordt het erg moeilijk.

 

Wanneer probleem?

Angst heeft meer dan één gezicht. Je kan bijvoorbeeld ongerust zijn over iets en daardoor veel piekeren en slecht slapen.

Angst wordt een probleem wanneer het je hindert in je dagelijkse leven of het zelfs helemaal gaat overheersen. Dan doe of vermijd je bewust bepaalde dingen, om jezelf toch veilig te voelen. Dat is een angststoornis of een fobie. Als je bijvoorbeeld claustrofobie hebt, wil je niet in een gesloten ruimte terechtkomen. Iemand met smetvrees wast zijn handen dan weer overdreven vaak.

Effect op diabetes

Diabetes kan angst of een angststoornis uitlokken die te maken heeft met de aandoening. Angststoornissen komen even vaak voor bij beide diabetestypes, maar wel dubbel zoveel bij mensen met diabetes als bij de rest van de bevolking. Vrouwen lopen meer risico dan mannen.  

Angst heeft een negatieve invloed op je diabetesregeling. Dat is slecht voor je gezondheid.

  • De stresshormonen die vrijkomen wanneer je bang bent, ontregelen de suikerspiegel in je bloed. Hij stuitert omhoog en omlaag en laat zich moeilijker onder controle houden.
  • Je gedragingen en je zelfbehandeling kunnen erdoor veranderen. Je verzorgt jezelf bewust niet zoals het zou moeten om de angst de baas te blijven.

Erger bij diabetes type 1

Diabetes is voor iedereen een harde dobber, maar door de aard van de aandoening hebben mensen met diabetes type 1 er doorgaans meer emotionele problemen mee dan mensen met type 2. Zeker in het begin.

  • Type 1 begint plots, wanneer je nog een heel leven voor je hebt. Je hebt geen tijd om aan de diagnose te wennen, want je moet meteen aan de insuline. Je kan er niets aan veranderen en het gaat nooit meer weg, wat je ook doet of hoe gezond je ook leeft.
  • Type 2 begint meestal op latere leeftijd. In het begin heb je ‘een beetje suiker’. Dat klinkt niet zo erg. Als je gezond eet en leeft, kan je de gevorderde vorm van de ziekte bovendien erg lang uitstellen. Dat geeft je een gevoel van controle over je lichaam en over de ziekte. Later moet je pilletjes nemen. Pas wanneer je insuline moet gaan spuiten, komt de echte confrontatie met de ziekte.

Verschenen op 4 juli 2012 met medewerking van Wout Van der Borght, psycholoog bij de dienst endocrinologie van het Universitair Ziekenhuis Leuven.

Contacteer ons

Voor alle vragen over jouw ziekteverzekering

Bond Moyson Oost-Vlaanderen

09 333 55 00

Online advies

Voor al jouw vragen over gezondheid en welzijn.