Pas diagnose van diabetes gekregen?

​Je krijgt heel wat te verwerken wanneer je hoort dat je diabetes hebt. De gevoelens die zo’n diagnose uitlokken kunnen in het begin erg negatief zijn. Je moet ook heel wat nieuwe dingen leren. Je leest er alles over in dit artikel.

Veranderingen

​Diabetesmedicatie

Meestal moet je meteen na de diagnose van diabetes al starten met medicatie. Het is enorm belangrijk om je glucosewaarden in je bloed weer normaal te krijgen. Geen of een slechte behandeling kan de grote en kleine bloedvaten aantasten. Dat leidt op termijn tot:
 
• een hoger risico op hart- en vaatziektes,
• blindheid,
• ernstige stoornissen aan de nieren,
• impotentie (voornamelijk bij mannen),
• amputaties van teen, voet, enz.
 
Zowel mensen met zwangerschapsdiabetes, diabetes type 1 en type 2 moeten een vingerprik leren uitvoeren. Afhankelijk van je situatie leer je ook insuline spuiten of met een insulinepomp werken. Je moet de toestelletjes goed onder controle krijgen en de cijfers juist leren interpreteren.  

Alarmsignalen herkennen 

Als je diabetes hebt, moet je alert zijn op de signalen die je lichaam geeft over je bloedglucose. Een lagere of hogere bloedglucose dan normaal is soms gevaarlijk. Je moet daarom snel en juist reageren op de signalen.
 
Zodra je een hypoglycemie of hypo vermoedt, moet je onmiddellijk wat suikers innemen, bijvoorbeeld druivensuiker of een gesuikerde frisdrank. Om een nieuwe hypo te voorkomen, eet je daarna soms best nog een koolhydraatrijke snack zoals enkele koekjes of een boterham. Wat je dan eet is ook afhankelijk van het tijdstip van de volgende maaltijd en eventueel het soort insuline dat je inspuit. Je moet altijd snel absorbeerbare suiker in de buurt hebben om een opkomende hypoglycemie te behandelen.
 

Levensstijl aanpassen

Met diabetes type 2 of prediabetes heb je soms nog geen medicatie of vingerprikken nodig. Soms ben je dan al gebaat met gezonde voeding en meer beweging. Maar ook als je wel medicatie nodig hebt, onder de vorm van tabletten of insuline bijvoorbeeld, moet je anders leren eten. Iedereen met diabetes moet in principe zoveel mogelijk snelle suikers vermijden, minder vet eten, enz. Je stopt ook best met roken.
 
Deze nieuwe levensgewoontes installeer je niet van vandaag op morgen. Bespreek eerst alles rustig met je arts zodat je zelf stap voor stap de nieuwe gewoontes eigen maakt. Informeer je goed, maar laat je ook niet overspoelen.
 
 

 

Negatieve gevoelens

​Diagnose = rouwproces

Wanneer je verneemt dat jijzelf of je kind diabetes heeft, volgt er een rouwproces. Je maakt dezelfde emoties door als bij het verlies van een geliefde. Wanhoop, verdriet, ontkenning, woede en angst wisselen elkaar af. Deze negatieve emoties kunnen je er soms van weerhouden om goed voor jezelf te zorgen. Ze verhogen ook de aanmaak van stresshormonen zodat je meer last hebt van schommelingen in je suikerniveau. Het is daarom belangrijk dat je de aandoening leert aanvaarden en haar een plaats geeft in je leven.

Hoe zwaar de aandoening ingrijpt in je leven, hangt af van jouw type diabetes en het tijdstip waarop de aandoening ontdekt werd. Bij diabetes type 1 ben je nog jong wanneer het ontdekt wordt en ben je meteen afhankelijk van insuline voor de rest van je leven. Wanneer diabetes type 2 op tijd wordt ontdekt, heb je vaak nog geen geneesmiddelen of insuline nodig.

Vaak voorkomende gedachten en gevoelens

Verdrietig zijn

Van de ene op de andere dag heb je een chronische ziekte, voor altijd. Je oude leven bestaat niet meer, je moet het roer helemaal omgooien. Of je maakt ineens zorgen omdat je kind voor altijd afhankelijk is van insuline. Heeft je kind diabetes, dan moet je het dagelijks spuitjes geven terwijl jij je kind vooral wilt knuffelen en beschermen tegen eventuele pijn. Ook de grootouders van je kind hebben vaak veel verdriet, omdat ze vaak nauw betrokken zijn bij de opvoeding en zorg voor hun kleinkinderen.

De meeste kinderen met diabetes gaan er zelf in het begin goed mee om. Ze worden vooral in beslag genomen door de technische kant van de behandeling, zoals zichzelf controleren en spuitjes geven. Het besef, de schok en het verdriet dat hun leven ingrijpend veranderd is, komen vaak pas later.

Tieners hebben het extra moeilijk als ze horen dat ze diabetes hebben. Tijdens de puberteit worstelen ze vaak al met een negatief zelfbeeld. Daar komt de aandoening nog eens bij. Ze zijn ook volop hun toekomst aan het opbouwen, maar diabetes verandert hun toekomstbeeld in één klap.

Het niet geloven en zelfs ontkennen

Als je ontkent dat je diabetes hebt, loop je het gevaar dat je de therapie niet volgt zoals het hoort en daardoor in de problemen komt. Je controleert jezelf minder vaak en dient de insuline niet regelmatig toe.

Soms wordt diabetes eerder toevallig ontdekt bij een kind dat nog geen duidelijke symptomen heeft.

Het is dan voor het gezin extra moeilijk om dat zelfs maar te geloven.

Je schuldig voelen

Je kan een schuldgevoel hebben omdat je denkt dat je de diabetes aan jezelf te danken hebt. Bijvoorbeeld omdat je niet gezond genoeg geleefd hebt. Of je hebt schuldgevoelens omdat je de streefdoelen niet haalt die nodig zijn om complicaties te voorkomen.

Kinderen denken vaak dat hun suikerziekte een straf is voor iets wat ze verkeerd gedaan hebben. Bijvoorbeeld omdat ze te veel gesnoept hebben. Op dezelfde manier voelen ouders zich schuldig over bepaalde zaken in hun opvoeding waarvan ze denken dat ze die niet goed gedaan hebben. Een ouder die zelf diabetes heeft, kan zichzelf verwijten maken omdat hij of zij het heeft doorgegeven aan het kind.

Kwaad zijn

Wanneer je kwaad bent op jezelf, loop je het risico om depressief te worden of om je af te reageren op je omgeving. Soms is de ene ouder kwaad op de andere die de ziekte heeft doorgegeven. Soms zijn ouders en kind boos op elkaar.

Kwaadheid heeft vaak te maken met onmacht. Je weet niet hoe je de situatie moet aanpakken en hoe je je kind kan helpen. Sommige ouders voelen zich zo machteloos en kwaad, dat ze weleens denken: "Waarom moet dat net mijn kind overkomen?".

Bang zijn

Je bent bang omdat je de controle over je lichaam kwijt bent. Sommige mensen controleren zichzelf daardoor overdreven vaak. Hun diabetes wordt bijna een obsessie.

Nogal wat mensen hebben meer angst voor een hypo of een te lage bloedsuikerspiegel dan voor een hyper, een te hoge. Sommigen houden daarom met opzet hun bloedsuiker op een te hoog peil. Je valt dan wel niet flauw, maar het is erg slecht voor je gezondheid op lange termijn.

Tieners en jonge volwassenen zijn bang voor de toekomst. Kinderen denken nog niet zo ver vooruit. Ze hebben wel schrik voor wat andere kinderen over hen denken. Ze willen geen buitenbeentje zijn en durven zichzelf bijvoorbeeld niet te controleren of een spuitje te geven in de buurt van hun klasgenootjes. 

Ook prikangst bestaat. Dan ben je bang om jezelf met een naald te prikken of een spuitje te geven.

Stress krijgen

Een diagnose van diabetes brengt voor alle betrokkenen extra stress mee.

Zo hebben ouders van kinderen met type 1 bijvoorbeeld stress wanneer ze voor de eerste keer de zorg voor hun kind alleen moeten opnemen. Behalve de technische verzorging krijgen ze te maken met allerlei vragen waarop ze het antwoord niet weten. Bijvoorbeeld, als de baby huilt, komt dat dan doordat zijn bloedsuiker te laag is of omdat hij honger heeft? Zijn de woedeaanvallen van je kleuter het gevolg van diabetes of zijn ze typisch voor alle driejarigen?

Je bent beschaamd

Diabetes is vaak nog een taboe. Jongeren durven het niet aan hun vrienden te vertellen, volwassenen niet aan hun werkgever. Kinderen en jongeren zijn vaak beschaamd om insuline te spuiten in het bijzijn van anderen.

Depressief worden

Depressieve gevoelens komen vaker voor dan een zware depressie. Vaak heeft depressiviteit te maken met kwaadheid die je opkropt. Bovendien verlies je je toekomstperspectief: je kan je dromen niet meer waarmaken of dat denk je toch.

Erger wordt het wanneer je jezelf afsluit van andere mensen en je diabeteszorg verwaarloost.

Kinderen en jongeren vinden soms dat hun leven geen zin meer heeft omdat ze opgescheept zitten met diabetes. Het kan hen allemaal niet meer schelen en hun diabetes raakt ontregeld omdat ze er zich niet genoeg om bekommeren.

Uitgebreide info

 

Tips

​De kunst bestaat erin om diabetes een belangrijke plaats in je leven te geven zonder dat de aandoening je leven beheerst.  

Geef jezelf tijd

  • Geef jezelf de tijd om de diagnose van diabetes te verwerken. Het is normaal dat het even duurt voor je de storm aan gevoelens achter je kan laten. Zolang de gevoelens je zelfzorg niet in de weg staan, is er geen probleem.
  • Iedereen verwerkt de gevoelens op zijn manier. Wanneer diabetes in je familie zit, dan bepaalt het voorbeeld dat je thuis hebt gekregen vaak hoe je het zelf doet. Werd er openlijk over diabetes gepraat of werd het doodgezwegen?
  • Kinderen uiten hun gevoelens en bekommernissen over hun ziekte meestal niet rechtstreeks, maar in hun spel en in de tekeningen die ze maken.

Kijk naar het positieve

Wat er gebeurd is, kan je niet meer ongedaan maken. Op een bepaald moment moet je weer vooruit met je leven. Dat gaat het best als je zin weet te geven aan je aandoening. Niets is immers helemaal slecht. Zoek naar de positieve kant. Hoe heeft diabetes je leven verrijkt? Misschien relativeer je de dingen beter dan mensen die niet chronisch ziek zijn? Of misschien ben je mentaal beter opgewassen tegen moeilijke situaties? Je ontdekt waarschijnlijk ook op welke vrienden je echt kan rekenen. Misschien wordt je relatie er hechter door?

Door je aandoening stel je je vragen bij datgene waar je mee bezig bent. Is dit het leven wat je wilt of ga je voortaan voor je dromen? Soms dwingt je aandoening je om gezonder te leven, zodat je na een tijdje fitter en slanker bent dan ooit tevoren. 

Praat met een psycholoog

Soms is het moeilijk om je gevoelens met anderen te bespreken. Een arts concentreert zich voornamelijk op de medische kant en geeft tijdens de consultatie vooral informatie over je aandoening en de behandeling ervan. Je vindt het misschien ook vervelend om vrienden of familie lastig te vallen met je probleem. Misschien denk je ook dat het voor hen niet vanzelfsprekend is om echt te begrijpen wat je doormaakt.

In deze situaties kan een psycholoog zinvol zijn. Hij of zij wil net zoals je vrienden het beste voor jou, maar het is voor jou gemakkelijker om je bloot te geven. Je hoeft je bijvoorbeeld niet sterk te houden. Je moet ook niet bang zijn dat je een psycholoog met je problemen belast, omdat het om een professionele relatie gaat. Meestal vind je een psycholoog of psychiater in het team van zorgverleners van de diabeteskliniek.

Mensen zetten vaak moeilijk zelf de stap naar psychologische begeleiding. Wanneer iemand in het ziekenhuis belandt door een slechte zelfzorg geeft dat vaak de doorslag. Wanneer je driemaandelijkse controleresultaten niet goed zijn, haalt de behandelend arts er soms ook de psycholoog bij. Deze helpt je om de zorg voor jezelf beter op te nemen.

Alarmsignalen

Al deze redenen zijn goed om de hulp van een psycholoog in te roepen:

  • Je zorgt al een hele tijd niet goed meer voor jezelf.
  • Je zondert jezelf sociaal af en vermijdt contact met vrienden. Je tiener zit de hele tijd op zijn kamer en wil niet meer uitgaan.
  • Je hebt problemen op school.
  • Je ziet het niet meer zitten.

Ook voor andere problemen

Een psycholoog of psychiater kan ook helpen bij andere zaken die niet zuiver emotionele probleem zijn. Bijvoorbeeld:

  • Om je angsten te overwinnen. Als je obsessief met je diabetes bezig bent, moet je leren om een deel van die controle los te laten. Gek genoeg krijg je daardoor net meer controle over je leven. Tegen prikangst helpt bijvoorbeeld een insulinepomp zodat je jezelf maar om de drie tot vier dagen een spuitje moet geven.
  • Om je leven opnieuw uit te stippelen. Wat zijn je toekomstplannen en wat is belangrijk in je leven? Hoe bereik je dat het beste ondanks en met je diabetes? Als je bijvoorbeeld veel wilt blijven sporten, hoe regel je je diabetes dan best en wie kan je daarbij helpen?
  • Om beter om te gaan met je kind met diabetes. Hoe help je de negatieve gevoelens van je kind mee ombuigen naar een positieve levenshouding? Wat is de normale emotionele ontwikkeling van een kind en welk gedrag is te wijten aan diabetes? Een diabeteseducator kan in de klas ook komen uitleggen wat diabetes precies is zodat je kind minder te maken krijgt met vooroordelen.
  • Om gezond te eten. Vind je het moeilijk om minder of anders te gaan eten? Weet je welke betekenis voedsel voor jou heeft? Eet je bijvoorbeeld enkel als je honger hebt of ook wanneer je stress hebt of jezelf moet troosten? Het antwoord daarop bepaalt mee je eetgedrag, maar je hebt soms hulp nodig om dat te ontdekken.  

 

Verschenen op 1 maart 2012 en herzien op 14 juli 2016 met medewerking van klinisch psychologen Susanne Böhler (kinderen) en Caroline Duyck (volwassenen), diabeteskliniek, UZ Brussel. Het onderdeel Wat verandert werd opgesteld met medewerking van Dr. Vera De Groof, adviserend geneesheer NVSM. Met steun van de Vlaamse overheid.

Contacteer ons

Voor alle vragen over jouw ziekteverzekering

Bond Moyson Oost-Vlaanderen

09 333 55 00

Online advies

Voor al jouw vragen over gezondheid en welzijn.