Wat is diabetes

​Diabetes mellitus betekent letterlijk zoete doorstroming. Het is een chronische aandoening waarbij het suikergehalte in je bloed te hoog is. Lees meer over de soorten diabetes, diagnose en risicofactoren.

Wat

​Te hoge bloedsuiker

Als je diabetes hebt, maak je niet voldoende insuline aan of zijn je lichaamscellen minder gevoelig voor insuline. Daardoor nemen je lichaamscellen minder glucose of bloedsuiker op. In je bloed blijft dan te veel glucose of bloedsuiker zitten. Een te hoog suikergehalte in het bloed, heet hyperglycemie.

De werking van insuline

In onze voeding zitten koolhydraten of suikers die via de vertering in je bloed terechtkomen. Ze worden in je lichaam omgezet in glucose of bloedsuiker. Via het bloed gaan de bloedsuikers naar de miljoenen cellen van de spieren, organen, enz. waaraan ze energie leveren.

Het hormoon insuline zorgt er voor dat de lichaamscellen glucose uit het bloed opnemen. Insuline wordt geproduceerd in de alvleesklier (pancreas) door de eilandjes van Langerhans. In feite helpt insuline het lichaam om de suikers te verbranden. 

Deze factoren hebben een invloed op je bloedsuikergehalte:

  • voeding
  • insuline
  • beweging
  • stress
  • andere ongekende oorzaken

Geen suikerziekte

Omwille van de te hoge bloedsuikerwaarden wordt de aandoening vaak suikerziekte of kortweg suiker genoemd. Deze termen roepen echter verkeerde associaties op. Het lijkt dan dat diabetes ontstaat door te veel suiker te eten of dat je helemaal geen suiker meer mag eten als je diabetes hebt. Dit klopt niet. 

 

 

Soorten

​Er zijn verschillende vormen van diabetes. De meest voorkomende is diabetes type 2. Andere vormen zijn: diabetes type 1, zwangerschapsdiabetes en prediabetes.

Diabetes type 2

Bij diabetes type 2 zijn je lichaamscellen minder gevoelig geworden voor insuline. Insuline zorgt ervoor dat de lichaamscellen glucose of bloedsuiker, een energieleverancier, opnemen uit het bloed. De glucose wordt niet of niet voldoende meer opgenomen waardoor er te veel glucose of bloedsuiker in het bloed blijft zitten.   

De feitelijke oorzaak van diabetes type 2 is niet bekend. Erfelijkheid speelt een grote rol. Kinderen waarvan een ouder diabetes type 2 heeft, hebben ongeveer dertig procent kans om de aandoening ook te krijgen. Daarnaast is er ook een duidelijk verband met zwaarlijvigheid en een tekort aan lichaamsbeweging.

Diabetes type 2 is de meest voorkomende vorm van diabetes. Ze kan op alle leeftijden voorkomen, maar ontwikkelt zich voornamelijk bij mensen met overgewicht en ouderen. Vandaar de veel gebruikte verouderde term ouderdomsdiabetes. Diabetes type 2 komt de laatste jaren steeds meer voor vanaf de leeftijd van 40 à 45 jaar. 

Zo werkt insuline bij een persoon zonder diabetes (geen diabetes) en een persoon met diabetes type 2 (diabetes type 2):  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Diabetes type 1

Bij diabetes type 1 wordt verwaarloosbaar weinig tot geen insuline aangemaakt. De bètacellen, de cellen van de alvleesklier die de insuline produceren, doen dit niet of bijna niet meer omdat ze beschadigd zijn. Je lichaam tast zelf deze cellen aan. Daarom noemt men diabetes type 1 een auto-immuunziekte

Insuline zorgt er voor dat de lichaamscellen glucose of bloedsuiker, een energieleverancier, opnemen uit het bloed. Omdat er geen of niet voldoende insuline wordt geproduceerd, nemen lichaamscellen geen of bijna geen glucose uit het bloed op. Met als gevolg dat het glucosegehalte in het bloed te hoog blijft. 

Hoe het komt dat de bètacellen worden aangetast, is nog niet helemaal duidelijk. Alleszins speelt erfelijke aanleg een rol. Maar andere factoren als virale infecties of stoornissen van het immuunsysteem kunnen de aanmaak van de antistoffen die de bètacellen aantasten, in gang zetten. 

Zo’n 10 % van alle personen met diabetes lijdt aan diabetes type 1. In principe kan deze variant op alle leeftijden beginnen, maar meestal ontstaat type 1 onder de leeftijd van twintig jaar. Vandaar dat ook de naam juveniele of jeugdige diabetes wordt gebruikt.

De patiënt wordt op korte tijd ziek. Het bloedsuikergehalte loopt relatief snel op en er ontstaan al snel klachten.  

Zo werkt insuline bij een persoon zonder diabetes (geen diabetes) en een persoon met diabetes type 1 (diabetes type 1):   

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Prediabetes

Als je hogere bloedsuikerwaarden hebt dan normaal, maar nog niet hoog genoeg om diabetes te hebben, spreekt men van prediabetes.

Meer informatie over prediabetes en de diagnose ervan. 

Zwangerschapsdiabetes

De hormonen die vrijkomen tijdens de zwangerschap kunnen de werking van insuline verstoren. Meestal treedt zwangerschapsdiabetes pas op in de tweede helft van de zwangerschap.

 

 

Diagnose

​De symptomen zijn een eerste signaal die in de richting kunnen wijzen van diabetes. Om een echte diagnose te kunnen stellen, moet de glucoseconcentratie in je bloed of de glycemie worden bepaald. Dat gebeurt via bloedtesten.  

Protocol

Om zeker te zijn, moet een bloedtest in principe op twee verschillende momenten gebeuren. Liefst in nuchtere toestand. Nuchter zijn wil zeggen dat je acht uur voor de test geen calorieën via voeding of drank hebt opgenomen. Het gebeurt minder vaak dat je ook nog een orale glucose tolerantie test (OGTT) moet ondergaan om de diagnose te bevestigen. Hierbij moet je acht uur vasten en dan een suikerhoudende oplossing drinken. Twee uur later wordt je glycemie bepaald via urine of bloed.

Wanneer heb je diabetes?

Je hebt diabetes wanneer er in principe twee maal een van volgende waarden bij jou is vastgesteld:

  • een nuchtere bloedsuikerwaarde van 126 mg/dl of meer of
  • een bloedsuikerwaarde die in de loop van de dag 200 mg/dl of hoger

Een persoon zonder diabetes heeft een bloedsuikerwaarde die in nuchtere toestand lager is dan 110 mg/dl. Bij resultaten tussen 100 en 125 mg/dl is er nog geen sprake van diabetes, maar spreekt men wel al van gestoorde nuchtere glucose. Dit is bij heel wat mensen een voorstadium van diabetes. Daarom wordt het ook prediabetes genoemd. Als je in die situatie je levensstijl aanpast, kan je de ontwikkeling van diabetes misschien nog voorkomen. 

Wie loopt risico

​Risicogroepen

​In principe kan iedereen diabetes krijgen. Bepaalde bevolkingsgroepen lopen echter meer risico. Dit zijn:

  • personen met obesitas of 45-plussers met overgewicht
  • ouderen
  • personen met diabetes in de familie
  • personen van allochtone origine
  • vrouwen die zwangerschapsdiabetes hebben gehad 

Er zijn ook specifieke medische risicofactoren die de kans op diabetes verhogen, bijvoorbeeld bij inname van bepaalde geneesmiddelen zoals bijvoorbeeld cortisone of vochtafdrijvende middelen.

Ga op controle

Indien een of meerdere van deze factoren op jou van toepassing zijn, ga je best elk jaar op controle bij de dokter. Dit is des te belangrijker als je ook al bepaalde symptomen van diabetes hebt.

Verschenen op 1 maart 2012 en herzien op 12 juli 2016 met medewerking van de Diabetes Liga. Voor het onderdeel zwangerschapsdiabetes werd www.zoetzwanger.be als bron gebruikt. Met de steun van de Vlaamse Overheid.

Contacteer ons

Voor alle vragen over jouw ziekteverzekering

Bond Moyson Oost-Vlaanderen

09 333 55 00