Longoperatie en transplantatie

Als je COPD al vergevorderd is, kan een operatie nodig zijn om je meer ademruimte te geven. Wanneer een stuk van de longen door de ziekte voortdurend te veel lucht bevat, zwelt het op. In de borstkas is er echter geen plaats te veel. Gevolg: het ziekste stuk duwt de rest van de longen weg. Zo wordt ademen nog moeilijker en raakt het evenwicht tussen zuurstofopname en afgifte van koolzuurgas nog meer verstoord.

 

Longoperatie 

Door een operatie wordt dat gezwollen stuk verkleind. Het gezondere deel van de longen en de ademhalingsspieren krijgen daardoor weer ruimte en kunnen beter werken. Dat heet volume-reducerende chirurgie. De ingreep geneest je niet, maar verbetert je levenskwaliteit. Niet iedereen komt er voor in aanmerking. 

Er bestaan twee manieren:

  • Endoscopisch gebeurt nu het vaakst. Via een bronchoscoop - een kijkbuis die in de luchtwegen gaat - plaatst de chirurg een ventieltje in een of meer luchtwegen die leiden naar de zones waar lucht gevangen zit. Die klepjes werken maar in één richting: ze laten wel nog lucht ontsnappen uit de zieke zone, maar laten geen nieuwe lucht meer binnen. Daardoor schrompelt de zieke zone ineen en krijgen de gezondere delen weer meer plaats.
  • Een klassieke open operatie. Dan wordt de borstkas wel opengemaakt en wordt het zieke deel daarna weggesneden. Dat is een veel zwaarder ingreep dan de endoscopische.

Transplantatie

Een longtransplantatie is het laatste redmiddel, wanneer de toestand zo erg is dat heel je lichaam eronder lijdt en je niet lang meer te leven hebt. Dan krijg je één of beide longen van een overleden donor.
Je lichaam moet de ingreep nog aankunnen en je mag niet ouder zijn dan 65 jaar zijn. De ingreep is niet zonder risico.

Verschenen op januari 2014 met medewerking van professor Wilfried De Backer, diensthoofd longziekten UZA.

Contacteer ons

Voor alle vragen over jouw ziekteverzekering

Bond Moyson Oost-Vlaanderen

09 333 55 00