Bewegen met COPD

Als COPD-patiënt blijf je best bewegen binnen je eigen mogelijkheden. Welke sporten kan je doen? Hoe pak je dit best aan? En wat na een opstoot? Lees deze beweegadviezen.

 

​Met een heel lichte vorm kan je nog echt sporten. Begin echter niet zomaar als je voordien weinig lichaamsbeweging had. Ga eerst langs bij je huisarts en laat je screenen in een gespecialiseerd centrum zoals een universitair revalidatiecentrum. Daar wordt niet alleen nagekeken hoe het gesteld is met je longfunctie, maar ook met je andere organen. Zonder het te weten kan je immers nog iets anders hebben, zoals een hartziekte. Dat moet zeker vooraf opgespoord worden, om ongelukken te vermijden. Ook je spierkracht wordt gemeten, en wat de verhouding is tussen lichaamsvet en spieren.

Het resultaat maakt duidelijk of je buitenshuis mag gaan sporten, dan wel beter thuis oefent of onder begeleiding van een kinesist. Je krijgt ook een oefenschema. Daar staat bijvoorbeeld in met welke instelling van je hometrainer je mag oefenen of tegen welke wandelsnelheid je mag stappen.

Hoe?

  • Beweeg twee tot drie keer per week ten minste een half uur. Dat half uur mag je opsplitsen in blokjes van 10 minuten.
  • Leer eerst je lichaam goed kennen en beweeg matig intensief.
  • Geraak je buiten adem? Rust dan even en pas de ademhaling met getuite lippen toe. Daarna kan je weer verder.

Wat?

  • Met een lichte vorm van COPD zijn de klassiekers zoals wandelen en fietsen goed. Rustig zwemmen is ook OK, als je tenminste geen last hebt van de chloordampen.
  • Gaat het al wat moeizamer, dan zijn nordic walking met wandelstokken of een elektrische fiets prima manieren om toch actief te blijven. Binnenshuis kan je oefenen op een hometrainer.
  • Een rollator of looprek is een heel nuttig hulpmiddel als je een ernstige vorm hebt en naarbuiten wilt. Doordat je er met de armen op steunt, kan je verder stappen dan zonder. Bovendien wordt je ademhaling geholpen omdat je automatisch de koetsiershouding aanneemt. En er is plaats voor de boodschappen.
    Stappen is ook goed. Met een stappenteller houd je bij wat je al gestapt hebt en kan je opbouwen naar meer. Het motiveert je bovendien als je merkt hoe snel je je streefdoel bereikt.
    Ook het huishouden doen of tuinieren zijn lichaamsbeweging.

Na een opstoot

Door een opstoot verlies je veel spierkracht, die niet meer terugkomt als je te lang in bed blijft. Zo snel mogelijk weer bewegen na een opstoot is belangrijk, maar het moet natuurlijk veilig zijn. Vraag daarom toestemming van je longarts.

Trouwens, wie in het ziekenhuis wordt opgenomen met een opstoot, laat men daarom zo snel mogelijk weer oefenen in de longrevalidatie. Vooral krachtoefeningen die het hele lichaam versterken staan dan op het menu. Daar word je niet zo kortademig van als van langdurig stappen of fietsen.

 

 

 

Verschenen op februari 2014 met medewerking van Glenn Leemans, respiratoir kinesist, longrevalidatie, UZA en Denise Daems, ventilatiedeskundige, UZA.

Contacteer ons

Voor alle vragen over jouw ziekteverzekering

Bond Moyson Oost-Vlaanderen

09 333 55 00