Behandelen

Hieronder de behandelwijze van astma bij kinderen met geneesmiddelen en het vermijden van uitlokkende factoren (triggers) of allergenen.

 

​Geneesmiddelen

Vermoedt de dokter astma bij je kind, dan krijgt het een proefbehandeling met een onstekingsremmer in een puffer. Hoe beter dat middel werkt, des te waarschijnlijker dat het echt om astma gaat. Werkt het middel minder goed, dan gaat het hoogstwaarschijnlijk toch om een virale infectie.

Is het inderdaad astma, dan gebeurt de verdere behandeling op dezelfde manier als de astmabehandeling voor volwassenen:

  • een basisbehandeling of onderhoudsbehandeling met een ontstekingsremmer om aanvallen te voorkomen.
  • een noodbehandeling met een luchtwegverwijder wanneer toch een aanval optreedt.

Er bestaan veel verschillende merken van astmageneesmiddelen. Elk merk heeft een onderhoudsbehandeling en een noodbehandeling. Om die twee types geneesmiddel uit elkaar te houden, gebruiken de farmaceutische firma’ s een kleurcode in de puffer of inhalator. Die code hanteren ze over de merken heen. Dat maakt het voor jou en je kind gemakkelijker om het juiste middel te gebruiken.

  • Het onderhoudsmiddel heeft een puffer met een warme tint, zoals rood, oranje of bruin. Dat middel gebruikt je kind alleen thuis, elke dag.
  • Het noodmiddel heeft een puffer met een koude tint, zoals blauw of groen. Dat middel gaat altijd mee naar school.
    De noodbehandeling dien je toe zodra de symptomen de kop opsteken. Zoals een kuchhoestje of een piepende ademhaling. Als ouder herken je die symptomen na een tijdje. Grotere kinderen weten zelf wanneer ze hun puffer moeten bovenhalen.

Ook het stappenplan wordt gevolgd. De behandeling wordt dus stapsgewijs opgebouwd met zoveel soorten geneesmiddelen als nodig zijn om het astma onder controle te houden. Is dat gelukt, dan probeert men die geneesmiddelen na verloop van tijd weer af te bouwen, zodat de ziekte met zo weinig mogelijk geneesmiddelen onder controle blijft.

Triggers en allergenen vermijden

Triggers zijn de omstandigheden die bij je kind de aanvallen uitlokken. Ken je die triggers, dan kan je ze zo veel mogelijk vermijden en zo het aantal aanvallen verminderen.
Houd daarom bij in je agenda wanneer je kind een aanval heeft en wat volgens jou de uitlokker was. Oudere kinderen kunnen dat zelf al doen. Die informatie helpt ook tijdens het doktersbezoek om de therapie aan te passen naar boven of beneden.

  • Niet-allergische triggers zijn vooral
      • reflux
      • luchtweginfecties
      • lichamelijke inspanningen, vooral hardlopen
      • koude lucht
      • sterke geuren
  • Allergenen
    Allergenen zijn de stoffen waarvoor iemand allergisch is.
      • Voedingsmiddelen zijn de belangrijkste allergenen voor baby’s en kinderen tot vijf jaar. Dat soort allergie ontgroeien ze soms weer. Anderzijds nemen voedingsallergieën bij kinderen vaker een ernstige vorm aan dan bij volwassenen. De vaakst voorkomende allergenen zijn
        - koemelk
        - ei
        - vis, vooral kabeljauw
        - tarwe
        - pinda en hazelnoot

        Melk, ei of tarwe weglaten is niet gemakkelijk, want deze voedingsmiddelen worden overal in verwerkt. Denk maar aan brood of gebak.
        Pas als de allergie ervoor met een test bewezen is, mag je een voedingsmiddel uit het dieet van je kind schrappen. Lukraak iets weglaten omdat er in de media een hype over is, heeft geen zin. Voor suiker kan je trouwens al helemaal niet allergisch zijn.

        Voedingsmiddelen uit het dieet weglaten doe je het best in samenspraak met de arts. De allergietests zijn een hulpmiddel om een voedingsallergie op te sporen, maar ze zijn niet 100% betrouwbaar. Een bepaald voedingsmiddel kan toch een allergeen voor je kind zijn, terwijl dat niet uit de tests bleek. Dan moet je dat middel voor een tijdje uit zijn of haar dieet weglaten. Verdwijnen de allergische symptomen, dan wordt het voedingsmiddel na enkele weken weer toegevoegd. Komen de allergische symptomen terug, dan is de allergie daarmee aangetoond. Dat heet men ook de provocatietest of belastingtest.

        Een allergie is niet hetzelfde als een intolerantie. Een voedselintolerantie betekent dat je iets niet kan verteren– bijvoorbeeld lactose of gluten. Dat veroorzaakt geen astma maar symptomen zoals darmkrampen, diarree en vertraagde groei. Glutenallergie bestaat, maar een glutenintolerantie komt veel vaker voor.
    • Stoffen die je inademt. Dat soort allergie begint doorgaans pas vanaf het einde van de kleuterschool. De bekendste zijn
      - huisstofmijten
      - huidschilfers van katten, honden of andere dieren met een vacht
      - pollen, ofwel stuifmeel van gras, bomen of onkruid.

      Bij een huisstofmijtenallergie moet je vooral de slaapkamer van je kind stofvrij houden, want daar brengt het de meeste tijd door. Enkele tips: 
      - Leg een vloerbedekking die je nat kan schoonmaken
      - Laat alleen wasbare tapijten en knuffels toe in de slaapkamer. Ze moeten wasbaar zijn op minimum 60°C.
      - Gebruik een synthetisch dekbed, geen echte wol of dons.
      - Dagelijks goed verluchten verjaagt het huisstof.
      - Rechtstreeks zonlicht doodt de huisstofmijt.

Verschenen op 15 januari 2015 met medewerking van professor dokter Anne Malfroot en dokter Elke De Wachter, kinderlongziekten-allergiekliniek, UZ Brussel

Contacteer ons

Voor alle vragen over jouw ziekteverzekering

Bond Moyson Oost-Vlaanderen

09 333 55 00