Onderzoek en diagnose

​​Bij kleine kinderen is de diagnose stellen het moeilijkst. Is het kind jonger dan twee jaar, dan is het nog niet meteen duidelijk of het wel om astma gaat. Het is dan ook voor dokters moeilijk om uit te maken of een kind astma-aanvallen heeft, of af en toe een infectie van de luchtwegen doormaakt.

 

Baby’s en peuters hebben immers vaak zo’n virusinfectie te pakken. Dan hoesten ze veel en hebben ze last van slijmen. Bovendien gaan veel kindjes tijdens zo’n infectie ook piepend ademhalen, net als bij een astma-aanval.
Dat wil niet zeggen dat ze astma hebben. Eén derde van de kinderen groeit er na een winter of twee weer uit, één derde ontwikkelt inderdaad astma en bij het laatste derde kan het nog elk van beide kanten uit. Het is tijdens die eerste levensjaren dus nog een beetje afwachten wat het wordt.

  • Je verhaal
    De dokter probeert daarom vooral door vragen te stellen tot een diagnose te komen. Dit soort vragen kan je verwachten. 
      • Komt astma of allergie in de naaste familie voor: bij broers/ zussen, of ouders? Heeft bijvoorbeeld een van de ouders eczeem of hooikoorts? Of een van de broertjes of zusjes?
      • Is er al een allergie aangetoond bij je kind?
      • Heeft je kind vaak periodes waarin het piepend ademt? Is dat het hele jaar door of alleen in de winter?
      • Gaat het kindje naar de crèche en komt het met veel andere jonge kinderen in contact?
      • Wanneer hoest het het vaakst: ’s nachts, na een inspanning, wanneer het opgewonden of kwaad is?
  • Longfunctieonderzoek.
    Flinke kleuters kunnen al aan dit onderzoek meewerken, maar baby’s en peuters zijn daar nog te jong voor. Ook dat bemoeilijkt de diagnose.
  • Allergietests
    Om te onderzoeken of je kind allergisch astma heeft, gebeuren zowel een bloedtest als een huidpriktest.
  • Andere oorzaken uitsluiten
    Alles wat de luchtwegen vernauwt, kan klachten veroorzaken die aan astma doen denken. Zeker als die klachten de kop opsteken wanneer het kind nog heel jong is en de astmabehandeling niet aanslaat. Dan moet goed onderzocht worden of het toch niet om iets anders gaat.
    Bijvoorbeeld:
      • Iets waar het kind zich in verslikt heeft, dat in de luchtpijp is terechtgekomen en daar is blijven vastzitten. Vaak gaat het om een voedingsmiddel, zoals een nootje.
      • Zeldzame ziekten, zoals mucoviscidose of tuberculose.
      • Aangeboren misvormingen in de luchtwegen of hartafwijkingen die de luchtwegen samendrukken.

Verschenen op 15 januari 2015 met medewerking van professor dokter Anne Malfroot en dokter Elke De Wachter, kinderlongziekten-allergiekliniek, UZ Brussel

Contacteer ons

Voor alle vragen over jouw ziekteverzekering

Bond Moyson Oost-Vlaanderen

09 333 55 00