Beroepsastma

​Eén op tien gevallen van astma ontstaat op het werk door een stof waar je vaak mee in contact komt. Het duurt vaak lang voor het verband tussen astma en beroep gelegd wordt. Niet meer in contact komen met de veroorzakende stof is de enige goede oplossing voor een bewezen beroepsastma. Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Soms is ontslag de enige uitweg. Denk je dat je beroepsastma hebt, dan kan je een aanvraag voor een vergoeding indienen bij het Fonds voor Beroepsziekten.

Wat

​Wat is beroepsastma?

  • Beroepsastma of professioneel astma is gewoon astma, die wordt veroorzaakt door een specifieke stof waar je enkel op je werk mee in aanraking komt. Het astma voor die welbepaalde stof kan dus pas ontstaan nadat je op die plaats begon te werken.
  • Zowel allergisch als niet-allergisch beroepsastma bestaat. In het eerste geval ben je allergisch voor natuurlijke dierlijke of plantaardige eiwitten. Je kan het vergelijken met een huisstofmijt- of huisdierenallergie. Adem je meer dan eens scheikundige stoffen in die irriterend zijn voor de luchtwegen, dan kan je niet-allergische beroepsastma krijgen. Ook als je maar één enkele keer blootgesteld wordt aan een veel te hoge concentratie van een irriterende of giftige stof kan je astma krijgen, maar dan gaat het meestal om een arbeidsongeval.
  • Tien tot twaalf procent van alle gevallen van astma zijn beroepsastma. Beroepsastma vertegenwoordigt een kwart tot de helft van alle longziekten die veroorzaakt worden door het beroep.
  • Beroepsastma treft vooral jonge mensen: dertigers en veertigers.

Klachten

  • Beroepsastma heeft dezelfde symptomen als astma in het algemeen: kortademigheid, piepende ademhaling, hoesten, slijmen, drukkend gevoel op de borst. Je kan ook last hebben van neusloop, niezen en tranende ogen. Soms begint het zelfs daarmee, en komt het astma er pas later bij.
  • Je kan last hebben terwijl je aan het werk bent, maar niet noodzakelijk. Vaak komen de symptomen met vertraging op, na het werk: ’s avonds, ’s nachts, tot zelfs de ochtend erna.

Diagnose

De diagnose beroepsastma stellen is niet gemakkelijk.

  • Er moet vastgesteld worden dat het om astma gaat, en niet om een andere longziekte zoals COPD. De huisarts en de longarts vellen de diagnose met de gebruikelijke onderzoeken. Zoals een blaastest, een uitlokkingstest en een allergieonderzoek.
  • Het verband moet gelegd worden met een stof op je werk. Dat is het moeilijkst: de diagnose beroepsastma valt gemiddeld pas 3 tot 4 jaar na het begin van de symptomen! Waarom duurt dat zo lang?
      • Ook de huisarts of zelfs longarts denkt er niet altijd aan om te vragen naar je beroep, wanneer je met een chronische hoest op de raadpleging komt. De klachten van beroepsastma beginnen meestal niet meteen wanneer je aankomt op het werk en ze stoppen ook niet zodra je naar huis gaat. Vaak komen ze pas op als je al thuis bent.
      • Hoe langer je al aan beroepsastma lijdt, des te overgevoeliger worden je luchtwegen. Ze gaan dan ook op allerlei algemene prikkels reageren, zoals koude lucht of mist. Je astma wordt dan chronisch en de symptomen kunnen altijd en overal opkomen.
      • Je kan al langer ‘gewoon’ astma hebben. Het beroepsastma komt daar nog eens bovenop, nadat je op het werk met die bepaalde stof in contact bent gekomen.

Oorzaken

​Welke stoffen veroorzaken beroepsastma?

Wereldwijd bestaan er meer dan 300 stoffen in de werkomgeving die beroepsastma kunnen veroorzaken. Maar ze worden zeker niet allemaal in België gebruikt. Momenteel zijn dit de stoffen die bij ons het vaakst beroepsastma veroorzaken:

  • Het meel van verschillende soorten granen.
  • Isocyanaten. Dit zijn chemische verbindingen die onder andere in autolakken zitten.
  • Ammoniumverbindingen – scheikundige naam NH4 - die gebruikt worden in schoonmaakmiddelen.
  • Enzymen. Dit zijn eiwitten die allerlei natuurlijke reacties mogelijk maken. Ze zitten onder andere in wasmiddelen, worden gebruikt voor het brouwen van bier, het bakken van brood en nog veel andere toepassingen.
  • Antibiotica en ontsmettingsmiddelen.
  • Latex ofwel natuurrubber.
  • Tropische houtsoorten.

Het lijstje is niet onveranderlijk, omdat de stoffen waar we op het werk vaak aan blootgesteld worden ook veranderen in de tijd. Bijvoorbeeld, in de jaren ’80 en ’90 van de vorige eeuw moesten mensen in de zorgsector zichzelf beter gaan beschermen tegen gevaarlijke ziektes zoals HIV/Aids. Heel wat verpleegsters ontwikkelden toen een allergie voor latex ofwel natuurrubber, afkomstig uit de medische wegwerphandschoenen die ze dagelijks droegen. De industrie ontwikkelde daarop wegwerphandschoenen die geen of veel minder latexeiwit bevatten. Daardoor zijn er vandaag veel minder nieuwe gevallen van allergie en beroepsastma door latex.

Welke sectoren?

In deze sectoren van de economie komt beroepsastma het vaakst voor:

  • De voedingsindustrie, vooral bakkerijen.
  • Schildersbedrijven, carrosserieherstelbedrijven.
  • Chemische industrie.
  • Poetsdiensten.
  • Zorgsector.
  • Laboratoria, apotheken.
  • Schrijnwerkerijen.

Risicofactoren

Lang niet iedereen die op zijn werk met een bepaalde stof in contact komt, krijgt ook beroepsastma. Je loopt meer risico op beroepsastma:

  • als je een atopische aanleg hebt en al allergisch bent voor bijvoorbeeld huisstofmijt of huisdieren.
  • naarmate de concentratie van de astmaveroorzakende stof in je werkomgeving hoger is.
  • naarmate je langer wordt blootgesteld aan de stof.

Behandelen

​Niet meer in contact komen met de veroorzakende stof, is de enige goede behandeling. Daardoor gaan je symptomen weer verminderen. De luchtwegen blijven echter vaak overgevoelig voor algemene prikkels. Je kan bijvoorbeeld een chronische hoest overhouden of kortademig blijven en daarvoor astmageneesmiddelen nodig hebben. Hoe langer het duurt voor je het belastende werk stopzet, hoe kleiner de kans dat je longen helemaal genezen.
Werk je verder in dezelfde omstandigheden en blijf je in contact met de stof die je beroepsastma veroorzaakt heeft, dan zal de ziekte met de tijd nog verergeren. Ook al neem je geneesmiddelen tegen astma.

Voorkomen

​Wanneer een stof voor het eerst gebruikt wordt, valt meestal niet te voorspellen of mensen er astma of een allergie door kunnen krijgen. Is eenmaal bekend dat dat wel zo is, dan kunnen bedrijven preventieve maatregelen nemen om hun werknemers tegen die stof te beschermen. Daardoor voorkomen ze dat nog meer personeelsleden beroepsastma krijgen. Zo daalt het aantal nieuwe gevallen in de statistieken weer.
Bijvoorbeeld, vroeger werkten arbeiders in de auto-industrie onbeschermd in de spuitcabine waar auto’s een verflaag krijgen. Door het inademen van de isocyanaten uit de spuitnevel kregen sommigen astma. Tegenwoordig wordt erop toegezien dat ze maskers en andere vormen van persoonlijke bescherming dragen.
In grote bedrijven ziet de arbeidsgeneesheer er op toe dat de werknemers goed beschermd worden. In kleine bedrijven of eenmanszaken is er geen arbeidsgeneesheer. Het is bovendien niet altijd mogelijk om iedereen 100% te beschermen.

Fonds

​Het Fonds voor Beroepsziekten

Als je een ziekte hebt die het gevolg is van je beroep, dan kan je bij het Fonds voor Beroepsziekten een aanvraag voor een vergoeding indienen. Ook astma valt daaronder. Het Fonds onderzoekt de aanvraag en neemt dan een beslissing. Het gaat daarbij niet over één nacht ijs.

Dit is de procedure:

  • Je vult een formulier in dat je vindt op de website van het Fonds. http://www.fmp-fbz.fgov.be/web/target.php?lang=nl
    Ook je behandelend arts vult een formulier in. Samen met de resultaten van de onderzoeken die al gebeurd zijn om je astma vast te stellen, stuur je het dossier naar het Fonds.
  • Je wordt uitgenodigd naar het Fonds.
  • Het Fonds stuurt een industrieel ingenieur naar je werkplek om te onderzoeken aan welke stoffen je daar wordt blootgesteld, als nog niet duidelijk was welke stof verantwoordelijk is. Hij neemt ook stalen van die stoffen, als dat mogelijk is. De specifieke stof wordt zelfs niet altijd gevonden.
  • Je wordt opgeroepen naar één van de astmacentra waar het fonds mee samenwerkt.
    Die centra zijn gevestigd in de universitaire ziekenhuizen:
      • UZ Gent
      • UZ Brussel
      • UZ Leuven
      • CHU Mont-Godinne
  • Daar gebeuren aanvullende onderzoeken:
      • Ademhalingsproeven.
      • Een provocatietest met de veroorzakende stof. Je wordt dan blootgesteld aan die stof om te kijken of je luchtwegen er astmatisch op reageren.
      • Een huidpriktest en een bloedonderzoek om een allergie aan te tonen. Dat kan alleen voor sommige stoffen. Het kan bijvoorbeeld heel goed voor de verschillende graansoorten en voor latex, voor isocyanaten is het moeilijker en voor ammonium is er geen test mogelijk.
  • Ook op de werkplek worden longfunctietests uitgevoerd. Je wordt dan twee of drie dagen gevolgd op het werk en je longfunctie wordt herhaaldelijk gemeten, om te kijken of ze verminderd is. Dat kan natuurlijk alleen als je daar nog aan het werk bent.
  • Beslissing
    De medische commissie van het Fonds bekijkt de resultaten van alle onderzoeken. Ze bestaat altijd uit drie leden: een longarts, een arbeidsgeneesheer en een industrieel ingenieur. Zij beslissen of het echt om beroepsastma gaat en dus het gevolg van blootstelling aan een stof op je werk. Minder dan de helft van de aanvragen wordt erkend.
  • Vergoeding
    Is je aanvraag erkend, dan verhuist het dossier naar de administratie van het Fonds, die de vergoeding bepaalt. Het Fonds is echter alleen bevoegd voor werknemers uit de privésector en voor sommige ambtenaren. Voor een aantal beroepsgroepen, zoals NMBS-werknemers of beroepsmilitairen geldt een eigen interne regeling. Meer info vind je op de website van het Fonds.
      • Het remgeld op de medische kosten voor je astma wordt terugbetaald, ook van de kosten die je al gemaakt hebt.
      • Volgens de ernst van het astma krijg je een bepaald percentage arbeidsongeschiktheid toegekend. Licht astma komt overeen met 1% fysieke arbeidsongeschiktheid, zeer ernstig astma met 25%. De arbeidsongeschiktheid kan tijdelijk of blijvend zijn.
      • Er wordt een vergoeding berekend op basis van je basisloon en het toegekende percentage arbeidsongeschiktheid. Bijkomende elementen kunnen het percentage verhogen, bijvoorbeeld hoe vaak je een inhalator of andere geneesmiddelen nodig hebt. Men houdt ook rekening met socio-economische aspecten, zoals je leeftijd, opleidingsniveau, enz.
  • Gaan of blijven werken?
    Het Fonds kan je voorstellen om het bedrijf te verlaten en een herscholing te volgen, maar jij beslist daarover. Je bedrijf mag je ontslaan als de arbeidsgeneesheer beslist dat verder werken in die omstandigheden te gevaarlijk is en er geen andere mogelijkheden voor je zijn in het bedrijf.

    In het algemeen zijn de arbeidsongeschiktheidspercentages aan de lage kant. De uitgekeerde schadevergoeding is zeker niet groot genoeg om je inkomensverlies te compenseren wanneer je je job moet verlaten. Uit schrik om geen ander werk te vinden blijven sommige mensen daarom toch werken in dezelfde omstandigheden, ook al is dat slecht voor hun gezondheid.
 

Verschenen op 19 januari 2015 met medewerking van dokter Joël Thimpont, Fonds voor Beroepsziekten

Contacteer ons

Voor alle vragen over jouw ziekteverzekering

Bond Moyson Oost-Vlaanderen

09 333 55 00