Pijnstillende medicatie

Pijnstillers kunnen rugpijn verminderen maar nemen de oorzaak niet weg waardoor ze geen effect hebben op de duur van de pijn. Er bestaan verschillende vormen van pijnstillers met elk hun specifieke eigenschappen.

Zonder voorschrift

Paracetamol en sommige ontstekingsremmers zijn zonder voorschrift te verkrijgen.

Paracetamol

Paracetamol is de meest bekende en vrij verkrijgbare pijnstiller. Paracetamol heeft weinig bijwerkingen en geniet dan ook de voorkeur als pijnstiller om een acute opstoot van rugpijn te behandelen. Paracetamol werkt pijnstillend maar heeft geen ontstekingsremmende werking.

De dosis paracetamol moet je goed afstemmen. Een te lage dosis werkt niet, een goede afgestemde dosis kan wel het gewenste effect hebben.

Bijwerkingen

Bij te hoge dosissen kan er lever- en nierschade ontstaan. Respecteer daarom altijd de maximale dosis van 4 gr/dag.

Wetenschappelijk bewezen?

Er is te weinig wetenschappelijk bewijs om zeker te zijn dat pijnstillers met paracetamol effectief zijn bij de behandeling van rugpijn. Systematisch onderzoek bij andere aandoeningen dan rugpijn toont aan dat deze medicatie wel effectief is in het wegnemen van de pijn.

Ontstekingsremmers of NSAID’s

Ontstekingsremmers blokkeren de chemische stoffen die ontsteking en zwelling veroorzaken.

Bijwerkingen

Mogelijke bijwerkingen zijn oa (maar niet beperkt tot)

  • maag- en darmklachten
  • nier- en leverproblemen
  • allergie, intolerantie
  • hoge bloeddruk …

Wetenschappelijk bewezen?

Ontstekingsremmers worden heel vaak ingenomen bij lage rugpijn. Toch lijkt er geen bewijs te zijn dat ze beter werken dan paracetamol. De voorkeur wordt gegeven aan paracetamol omwille van de kleinere bijwerkingen. Ze zijn effectief bij acute pijn. Bij chronische rugpijn zijn ontstekingsremmers waarschijnlijk niet zinvol. Langdurig gebruik is niet aangeraden omwille van de ernstige bijwerkingen.

Met voorschrift

Spierverslappers

De zogenaamde spierverslappers die vaak worden voorgeschreven bij rugpijn zijn eigenlijk kalmeermiddelen. Deze medicatie werkt in op je zenuwstelsel door de zenuwprikkels gedeeltelijk te blokkeren. Je spieren ontvangen daardoor minder prikkels zodat ze zich gaan ontspannen. Dit zorgt voor meer ontspannen bewegingen en verlichting van pijn. Een spierverslapper vermindert echter niet alleen de prikkels naar de spieren maar ook naar alle andere delen van het lichaam. Het resultaat is dat je slaperig wordt omdat je over je hele lichaam minder prikkels ontvangt.
 
Bijwerkingen
  • Duizeligheid en slaperigheid, dit komt voor bij ongeveer 70% van de patiënten. Een spierverslapper neem je daarom best voor je gaat slapen.
  • Er is een risico op verslaving, neem ze daarom maximum enkele weken in.
Wetenschappelijk bewezen?
Er is sterk bewijs dat spierverslappers pijnstillend werken bij mensen met acute opstoten van lage rugpijn. Bij mensen met chronische rugpijn wordt er weinig effect gevonden.

Opioïden

Opioïden zijn pijnstillers die een vergelijkbare werking hebben als morfine (actief thv specifieke receptoren in het lichaam). Sommige zijn afgeleid uit opium (opiaten zoals morfine), andere zijn volledig kunstmatig gemaakt (synthetisch). Opioïden werken meestal goed tegen acute pijn (na operatie, ongeval, …)  maar hun werking is zeker niet vanzelfsprekend bij chronische pijn (en in het bijzonder zeker niet bij zenuwpijn of neuropathische pijn en bepaalde vormen van chronische pijn zoals fibromyalgie).
 
Mogelijke bijwerkingen
  • misselijkheid, braken, verminderde eetlust
  • constipatie
  • slaperigheid, duizeligheid, concentratieproblemen
  • zweten
  • urineretentie (moeilijk plassen)
  • hormonale veranderingen, verminderde libido
  • risico op gewenning en verslaving
Werken ze?
Opioïden worden vooral gebruikt bij aanhoudende of chronische pijn wanneer eenvoudige pijnstillers niet meer helpen.

Antidepressiva

Sommige antidepressiva (tricyclische, duloxetine en venlafaxine) hebben een bewezen werking bij neuropathische pijn (en fibromyalgie) maar zijn niet bewezen bij atypische chronische lage rugpijn.
 
Mogelijke bijwerkingen:
  • slaperigheid, duizeligheid
  • constipatie
  • misselijkheid
  • gewichtstoename
  • zweten, urineretentie, droge mond, …

Andere behandelingsmogelijkheden

Injecties of infiltraties

Injecties of infiltraties bevatten cortisone en/of lokale anesthetica die rechtstreeks worden ingespoten op de plaats van de pijn.
  • Epidurale injecties worden ingespoten in de ruimte rond het ruggenmerg, namelijk de epidurale ruimte. Op die manier werkt de cortisone rechtstreeks in op de uittredende zenuwen. Klassieke epidurale infiltraties zijn enkel terugbetaald bij spinaalstenose op meerdere niveau’s (met typisch klachtenpatroon van neurogene claudicatio) en zijn niet geïndiceerd bij acute noch chronische rugpijn (zonder uitstraling). Bij  acute uitstralingspijn (bv door hernia) wordt voornamelijk gebruik gemaakt van de transforaminale infiltratie of wortelinfiltratie (wortelblok).
  • Facetinfiltraties worden rechtstreeks in de facetgewrichtjes ingespoten. Op die manier vermindert de ontstekingsreactie in het gewrichtje.
Complicaties
De eerste uren kan je last hebben van spierzwakte of gevoelloosheid. Door de cortisone kan je water ophouden en last hebben van slapeloosheid en stemmingswisselingen. Je kan er hoofdpijn van krijgen. Bij mensen met diabetes komen schommelingen in de suikerspiegel voor. Ter hoogte van de injectie kan je door de naald een bloeding oplopen, een infectie, een allergische reactie en heel zelden zenuwschade.
 
Wetenschappelijk bewezen?
  • Epidurale injecties worden met succes gebruikt bij rugaandoeningen waarbij een ontstekingsreactie van de zenuwen plaatsvindt: spinaalkanaalstenose en discushernia. De pijn vermindert  of verdwijnt er door, maar de oorzaak blijft aanwezig. Voor vage of aspecifieke rugklachten is er geen bewijs.
  • Infiltraties met cortisone worden in de regel afgeraden bij (chronische) facettaire pijn. Bij vermoeden van pijn afkomstig van de facetgewrichten (op basis van het klinisch onderzoek en niet voornamelijk op basis van beeldvorming!) wordt een testinfiltratie uitgevoerd met enkel lokaal anestheticum. Als de patiënt hierop duidelijk positief reageert wordt een radiofrequente behandeling uitgevoerd.

TENS

TENS is een pijntherapie die vaak wordt gebruikt bij chronische rugpijnpatiënten. Bij TENS worden er elektroden aangebracht op je huid die ervoor zorgen dat de pijnsignalen die je zenuwen afgeven, geblokkeerd worden. En dus zou je minder pijn voelen. Hoe het precies werkt staat nog niet vast.
 
Wanneer niet?
  • tijdens zwangerschap
  • bij epilepsie
  • bij het dragen van een pacemaker
  • bij een of andere hartkwaal
Wetenschappelijk bewezen?
De effecten van TENS bij chronische pijn zijn omstreden. Er is geen bewijs dat TENS effectief is.

Radiofrequente behandeling (RF en PRF)

Bij radiofrequente behandeling (PRF of RF) wordt er gebruik gemaakt van elektrische stroom die via een aangepaste naald gedurende enkele minuten wordt aangebracht thv een zenuw. Dit kan zowel thv een grote zenuw (bv bij uitstralingspijn) als thv kleine zenuwtakjes (bv bij facetlijden). Bij PRF worden er korte pijnloze pulsen (< 42°C) toegediend (bv bij uitstralingspijn), bij RF (denervatie) word de zenuw opgewarmd tot maximaal 80° C (bv bij facetdenervatie).
 
De effecten van RF of PRF zijn meestal pas merkbaar na enkele weken. De pijn is daarna voor een aantal maandenminder erg, maar niet voor altijd. Wanneer de pijn terugkomt, is een nabehandeling nodig. Het is mogelijk dat de behandeling faalt en dat de pijn erdoor niet verdwijnt.
 
Complicaties
Deze ingrepen zijn nagenoeg zonder complicaties. De meest voorkomende klacht is gelokaliseerde rugpijn die enkele weken aanhoudt. In het bijzonder ziet men geen krachtsvermindering noch gevoelsvermindering.
 
Werkt het?
De techniek kan worden toegepast voor diverse pijnklachten (niet enkel bij rugpijn) Het is enkel zinvol bij chronische pijn.

Bij acute opstoot

Advies bij acute opstoot

 

Bij een acute opstoot van rugpijn waarbij je bij wijze van spreken ‘niet meer weet waar kruipen van de pijn’ is het niet verkeerd om tijdelijk medicatie in te nemen tegen de ergste pijn. Medicatie waar je geen voorschrift voor nodig hebt, zoals paracetamol en sommige ontstekingsremmers kunnen je dan uit de nood helpen. Je gebruikt deze pijnstillers veilig als je deze voorwaarden in acht neemt:

  • Heb je voor de eerste keer rugpijn, ga dan eerst naar je huisarts. Het is niet aangeraden om zomaar te starten met pijnstillers zonder voorafgaand klinisch onderzoek. Heb je al verschillende keren vergelijkbare rugpijn gehad? Dan kan je met paracetamol starten om de ergste pijn te weren. Nog steeds pijn? Neem dan eventueel een extra ontstekingsremmer bij. Beperk het gebruik in de tijd, gedurende maximum een paar weken.
  • Respecteer altijd de maximale dosis en beperk het gebruik in de tijd. Voor paracetamol geldt een maximum van 4 gr per dag. Gebruik dit niet bij lever- en nierproblemen. Bij ontstekingsremmers verschilt de maximale dosis van product tot product. Respecteer de maximale dosis van ieder individueel product.
  • Blijf bij één ontstekingsremmer. Combineer geen verschillende ontstekingsremmers met elkaar of achter elkaar.
  • Gebruik ontstekingsremmers gedurende maximum een paar weken. Geeft dit geen verbetering, raadpleeg dan de huisarts.
  •  

Verschenen op 1 december 2010 met medewerking van Dr. Crombez, pijnarts in de pijnkliniek en het multidisciplinair pijncentrum UZ Gent, en herzien op 17 september 2014.

Aanbod beweging en vitaliteit

Leg je niet neer bij rugpijn. Blijf bewegen.

Contacteer ons

Voor alle vragen over jouw ziekteverzekering

Bond Moyson Oost-Vlaanderen

09 333 55 00

Online advies

Voor al jouw vragen over gezondheid en welzijn.