Borstreconstructie

Na de verwijdering van de borst kiest een aantal vrouwen voor een borstreconstructie. Dit kan met verschillende technieken: met eigen weefsel of met een prothese. Alles hangt af van wat in jouw geval mogelijk is. Als je geen reconstructie wil of kan hebben, is een uitwendige siliconenprothese mogelijk. Hier moet je vooral kiezen tussen een prothese die in je bh gedragen wordt, of een die op je huid plakt.

Overweeg je een borstreconstructie, lees dan niet enkel de onderstaande info, maar bezoek ook je arts en neem deze vragenlijst mee.

    Soorten

    ​De soorten borstreconstructies deelt men in volgens het tijdstip waarop de reconstructie gebeurt en anderzijds het materiaal dat gebruikt wordt:

    1. Primaire reconstructie
      gebeurt onmiddellijk na de amputatie, tijdens dezelfde operatie.
    2. Secundaire reconstructie
      gebeurt een aantal maanden tot jaren na de amputatie, en ten minste zes maanden nadat chemotherapie en/of bestraling achter de rug zijn.
    3. Lichaamseigen reconstructie
      gebeurt met een stuk huid plus vetweefsel dat elders uit je lichaam gehaald werd.
    4. Lichaamsvreemde reconstructie
      gebeurt met een implantaat ofwel inwendige prothese.

    Primaire borstreconstructie 

    De borst wordt leeggehaald, maar de huid er omheen blijft. De borst wordt daarna opgevuld, met eigen weefsel of met een implantaat. De tepel en tepelhof kunnen wel of niet blijven, afhankelijk van soort en plaats van de tumor. Zijn ze verwijderd, dan kunnen ze ook worden gereconstrueerd. Dit gebeurt in een tweede operatie.

    Voordelen:

    • het eindresultaat is veel mooier.
    • je wordt niet wakker zonder borst. Dat is psychologisch wel beter, maar het kan even wennen zijn aan die nieuwe borst.
    • Je moet maar één chirurgische ingreep ondergaan. Ze duurt een stuk langer omdat de reconstructie tijd vraagt, maar de herstelperiode blijft gelijk.
    • Je loopt maar één keer een operatierisico en de kans op verwikkelingen.
    • Het is goedkoper.
    Niet voor iedereen

    Een primaire reconstructie kan niet voor iedere patiënte: het moet veilig zijn, en daarvoor bestaan duidelijke richtlijnen. Bijvoorbeeld, het kan wel als de tumor vrij klein was en als de borsthuid niet aangetast is. Bovendien moet al voor de ingreep duidelijk zijn welke nabehandeling er volgt. Als je voor de operatie chemo gehad hebt om de tumor te verkleinen, dan ben je lichamelijk verzwakt. Dan kan een lange operatie riskanter zijn. Niet iedereen wil ook meteen een reconstructie. 

    Secundaire borstreconstructie 

    Zodra je lichamelijk hersteld bent van de chemo en je huid genezen is van de bestraling kan het. Er dient echter wel minstens 6 maanden na het beëindigen van de therapie te worden gewacht. Het moment van de reconstructie heeft geen invloed op je overlevingskansen. Vijf jaar wachten, zoals wel eens wordt gezegd, is echt niet nodig. 

    Een secundaire reconstructie gebeurt in ten minste twee operaties.

    • De eerste keer wordt de borst zelf gemaakt.
    • Drie tot zes maanden later wordt een tepel uit huidweefsel vervaardigd. Soms wordt tegelijk de gezonde borst aangepast of gelift voor een symmetrisch resultaat, en worden de littekens van de eerste ingreep bijgewerkt.
    • Nog eens drie tot zes maanden later worden de tepel en de tepelhof met een tatoeage ingekleurd. Dat gebeurt meestal poliklinisch en onder plaatselijke verdoving. Soms worden beide kanten gedaan omdat het heel moeilijk kan zijn om exact dezelfde kleur na te bootsen, zeker bij erg bleke tepels. De tatoeage vervaagt in de loop der jaren en moet dan bijgewerkt worden. 
    • Foto van secundaire borstreconstructie

    Borstreconstructie met eigen weefsel 

    Uit een ellipsvormige huidflap (van de buik of bil regio) en het onderliggende vetweefsel wordt een nieuwe borst gemaakt. Bij een primaire reconstructie wordt de huidflap daartoe begraven onder de bestaande borsthuid. Waar de tepelhof zat wordt een rondje huid uitgespaard. Daar komt later de tepel, die ook uit een huidflapje gemaakt wordt.

    Bij een secundaire reconstructie is er meestal huid te kort, zodat de flap als het ware op de borstwand geplakt wordt. Daardoor blijft er meer huid van de flap zichtbaar. Ook hier kan later een tepel gemaakt worden uit een huidflapje.

    Voordelen:

    • De borst wordt mooier met de tijd, al oogt ze in het begin misschien niet zo goed door de littekens.
    • De borst blijft er natuurlijk uitzien, omdat ze mee veroudert met de rest van het lichaam en met de andere borst.
    • Jaren later moet je niet opnieuw geopereerd worden om een versleten inwendige prothese te vervangen.
    • Studies hebben aangetoond dat deze methode op lange termijn goedkoper is.

    Nadelen:

    • de operatie duurt langer, waardoor de operatierisico’s groter zijn;
    • het weefsel kan afsterven; de kans hierop in een ervaren centrum is echter klein

    • een extra litteken elders op je lichaam.

    Er bestaan verschillende donorplaatsen

    Het hangt van persoon tot persoon af wat mogelijk is. 

    1. De buik

    De buik is de beste plaats. De huid en het vet van de buik zijn zacht, waardoor je er gemakkelijk een borst uit kan vormen. De meeste vrouwen die borstkanker krijgen, zijn ouder dan veertig en hebben dan al een buikje. Na de ingreep heb je een plattere buik, wat mooi meegenomen is.

    Bij de meest actuele techniek wordt geen spierweefsel mee uitgenomen. De bloedvaten die door de buikspier heen gaan worden vrijgemaakt, mee getransplanteerd en microchirurgisch verbonden met bloedvaten in de borstkaswand. De chirurg kan ook de gevoelszenuwen met elkaar verbinden, als ze tenminste niet te veel beschadigd zijn door de bestraling.

    Nadelen:

    • Een lang horizontaal litteken in de onderbuik.
    • Een minder opvallend litteken rond de navel. 

    2. De lumbale regio
    Dit is een relatief nieuwe techniek, die in het UZ Gent ontwikkeld werd. Deze regio is een mogelijke keuze als er ter hoogte van de buik onvoldoende weefsel aanwezig is of als er een buikwandcorrectie in het verleden plaats vond. Bij deze methode worden dezelfde technieken gevolgd als bij de vorige methode. De onderliggende spieren worden volledig gespaard. De resultaten zijn goed, maar deze ingreep kan enkel door chirurgen met voldoende expertise worden uitgevoerd.

    Nadelen:

    •  een litteken boven de bilregio dat meestel verborgen gaat onder een hoge slip of string.
    3. Het zitvlak

    Het zitvlak wordt gekozen als je niet genoeg buikvet hebt, of als je al een buikoperatie of buikwandcorrectie gehad hebt. Dezelfde technieken worden gebruikt als bij de voorgaande methodes.

    De resultaten zijn vrij goed, maar het zitvlak is bedoeld om op te zitten. Het vet daar is dus wat harder, zodat het resultaat minder zacht aanvoelt.

    Nadelen:

    • Een litteken schuin over de bil, dat schuilgaat onder je slipje.
    • Als je erg mager bent, kan de vorm van de bil daardoor veranderd zijn. Dat kan verholpen worden met liposuctie en littekencorrectie tijdens een tweede operatie. 
    4. De rug

    De rug is een goede oplossing als maar een klein deel van de borst verwijderd werd, of als de vorige niet mogelijk zijn. Dan wordt een stuk weefsel naar voor gedraaid, zonder dat het helemaal wordt losgemaakt van het lichaam.

    Voordeel:
    Het is een eenvoudiger ingreep dan de twee voorgaande, zonder de risico’s van microchirurgie.

    Nadelen:

    • Een vrij groot litteken. Bovendien moet soms een stukje spier mee uitgehaald worden, met een zwakte in de schouderstreek tot gevolg.
    • Soms is er niet genoeg vetweefsel voorhanden zodat een extra implantaat nodig is. Terwijl je net lichaamseigen weefsel wou.
    •  

      Foto van borstreconstructie met eigen weefsel

    Borstreconstructie met een implantaat 

    Voor een reconstructie worden net hetzelfde soort prothesen gebruikt als voor esthetische borstvergrotingen. Er bestaan veel verschillende types implantaten, zodat het resultaat symmetrisch is. Het kan zowel primair als secundair. Er bestaan implantaten met zoutoplossing en implantaten gevuld met silicone.

    Primair

    • Als je een lichaamseigen reconstructie te ingewikkeld vindt.
    • Als een lichaamseigen reconstructie technisch onmogelijk is, bijvoorbeeld omdat je niet genoeg lichaamsvet hebt.
    • Als tijdelijke oplossing om de huid zoveel mogelijk te sparen. Na het einde van de kankerbehandelingen wordt een reconstructie met eigen weefsel gemaakt. 
    • Wanneer het mogelijk is in functie van je kankerbehandeling.

    Secundair

    Na de amputatie is de borst helemaal plat. Er is meestal niet genoeg plaats om daar meteen een prothese onder te stoppen. Eerst moet de huid opgerekt worden. Dat gebeurt met een ballon of weefsel expander onder de huid die gevuld is met fysiologisch serum. Wekelijks wordt wat vloeistof bijgevuld zolang er genoeg plaats is. Het moet geleidelijk gebeuren omdat het anders te veel pijn doet en omdat het litteken zou kunnen opengaan. 

    De operatie zelf

    Meestal gebeurt de borstreconstructie in twee fasen: de plaatsing van het implantaat en het maken van de tepel en tepelhof. De prothese wordt altijd achter de borstspier geplaatst. De borstklier zelf is immers weg en de huid is er vaak zo dun geworden dat de prothese naar buiten zou kunnen komen. 

    Voordelen:
    • Het is een eenvoudiger operatie dan die met lichaamseigen weefsel.
    • Er moet geen weefsel uitgehaald en ergens anders vastgemaakt worden.
    Nadelen:
    • Technisch is het moeilijker om na een amputatie met een prothese nog een goede reconstructie te maken, die symmetrisch is met de onbehandelde borst.
    • Er ontstaan gemakkelijker wondproblemen als de huid bestraald werd.
    • De prothese kan veel meer kapselvorming en andere problemen veroorzaken.
    • Minder natuurlijk gevoel.

    Terugbetaling ziekenfonds

    Je krijgt een terugbetaling van ons ziekenfonds voor een borstreconstructie. De terugbetaling is afhankelijk van het soort ingreep. Meer info.

     

     

    Preventief

    ​Dubbelzijdige borstreconstructie 

    Bij vrouwen met een erfelijke aanleg voor borstkanker gebeuren tegenwoordig steeds vaker preventieve dubbelzijdige amputaties, onmiddellijk gevolgd door een reconstructie. Dan heb je geen kanker, maar is de kans erop heel groot. Het is een erg moeilijke beslissing, die je meestal moet nemen als je nog jong bent. Het is ook een zware operatie, waarbij de borstklier en de tepel weggehaald worden. De tepelhof en de huid mogen meestal wel bewaard blijven.

    De reconstructie gebeurt meteen daarna, meestal met een flap uit de buik, omdat je daarmee twee borsten kan reconstrueren. De operatie duurt zes tot acht uur. Het kan ook met een implantaat, maar bij jonge vrouwen wegen de voordelen daarvan niet op tegen de nadelen. 

    Borstsparend is ook niet alles

    Wie borstkanker krijgt en haar borst mag houden is heel opgelucht. Maar soms komt de nare verrassing pas achteraf. Vooral de bestralingskuur kan veel schade aanrichten, meer zelfs dan de operatie. Het is onvermijdelijk een agressieve behandeling, omdat ze eventuele achtergebleven kankercellen moet vernietigen. De huid kan daarop reageren met een ontsteking. Er kunnen littekens ontstaan en de borst kan erdoor verschrompelen.

    Met chirurgie kan je wel verbetering brengen, maar het is niet zo evident. Een indeuking kan opgevuld worden met weefsel elders uit het lichaam. Soms wordt de andere borst behandeld om opnieuw symmetrie te bereiken. In extreme gevallen zit er alleen een totale reconstructie op.

    Resultaat

    ​Welke resultaten levert een borstreconstructie meestal op?

    Esthetisch

    Om twee redenen zijn borstreconstructies tegenwoordig veel mooier dan vroeger:

    • Er wordt niet meer zo drastisch geamputeerd. Vroeger moest alles weg, met inbegrip van de borstspier en soms zelfs de ribben. Omdat gebleken is dat de overlevingskans niet verandert door een radicale operatie, gebeurt dat nu niet meer. De uitgangspositie is dus veel beter. Toch houden niet alle chirurgen die de amputatie uitvoeren, er rekening mee dat er daarna nog een reconstructie gebeurt. Je kan er daarom beter vooraf naar informeren. Hoe dan ook moet eerst je leven gered worden. De chirurg mag niet alleen rekening houden met het esthetische aspect wanneer hij de tumor verwijdert.
       
    • Men opereert nu microchirurgisch. Voor het weghalen van het weefsel elders in het lichaam zet de chirurg een vergrotende bril op, de nieuwe borst wordt zelfs onder een microscoop gemaakt.  

    Het gevoel

    • Bij een primaire reconstructie wordt de borsthuid met de huidzenuwen bewaard. In het begin is er niet veel gevoel in de borst, maar het komt in de loop van een jaar terug. Het gevoel is beter dan bij een secundaire reconstructie, maar in de tepel en tepelhof is het nooit meer zoals voorheen.
       
    • Bij de secundaire reconstructie komen basisgevoelens - zoals warm/koud en pijn - terug wanneer zenuwen in de huid groeien. De heel fijne sensaties zoals een aanraking en streling zijn veel minder. Het erotische gevoel is sterk verminderd.

    Risico

    ​Risico's bij een borstreconstructie 

    • Het klassieke operatierisico van de anesthesie. Een lichaamseigen reconstructie duurt bovendien vier tot vijf uur. Daarom moet je algemene gezondheidstoestand goed genoeg zijn.
    • Een wondinfectie. Meestal gebeurt dat op de plaats waar de huid is weggehaald. Het hangt ook af van je algemene gezondheidstoestand. Ben je diabetespatiënt, roker of zwaarlijvig, dan heb je meer kans op wondinfecties.
    • Een nabloeding kan optreden, zoals na elke ingreep.
    • Door het lange roerloos liggen kan er een bloedstolsel of trombose in de diepe aders van de benen ontstaan. Na kanker heb je bovendien statistisch meer kans op een trombose. Ook de hormonale geneesmiddelen tegen kanker vergroten het risico, hoewel ze voor de operatie tijdelijk gestopt worden. Heel zelden kan het bloedstolsel loskomen en naar de longen gaan, met een levensgevaarlijk longembool als gevolg. Om een trombose te voorkomen worden maatregelen genomen. Je moet tijdelijk speciale drukkousen dragen en krijgt inspuitingen. Ook de verpleging is extra alert voor de signalen van een trombose.
    • Loslating. Een flap kan afsterven wanneer een van de heraangesloten bloedvaten verstopt raakt door een piepklein stolsel. De bloedvaten zelf hebben maar een doorsnede van enkele mm. Het risico is het grootst tijdens de eerste twee dagen na de ingreep. Dan wordt de borst om het half uur gecontroleerd. Is er een probleem, dan opereert men meestal opnieuw om de verstopping op te heffen. Meestal lukt dat ook.
    • De kans op totale mislukking bedraagt 0,3 tot 0,5 % per huidflap en is iets groter als er bestraald geweest is. Meestal wacht men dan een half jaar om opnieuw een reconstructie te doen, eventueel met weefsel uit de bil of de rug, maar het wordt moeilijker door littekenvorming.

    Veiligheid achteraf

    Ook in een gereconstrueerde borst kan kanker terugkeren. Een RX van een borst is moeilijker te interpreteren als er een prothese in zit, dan als het met lichaamseigen weefsel gebeurd is. Omdat natuurlijk weefsel zich beter laat platdrukken tijdens de mammografie. Meestal gebeurt daarom een aanvullend onderzoek door echografie of NMR. Of je een reconstructie gehad hebt of niet, je moet je blijvend laten controleren.  

    Prothesen

    ​Kiezen voor een reconstructie of een prothese? 

    Waarom je voor de ene of de andere oplossing kiest, hangt af van veel factoren. In het algemeen gaan jonge vrouwen sneller voor een reconstructie, maar dat is zeker niet altijd zo. De levenspartner speelt een belangrijke rol in de beslissing, maar uiteindelijk beslis jij zelf en voor jezelf wat je doet. Je kan na verloop van tijd ook van mening veranderen. In het begin vind je je leven het allerbelangrijkst, maar na verloop van tijd wil je misschien toch weer een borst. 

    Liever een reconstructie:

    • Je hebt het psychologisch zwaar met de verminking. Je aanvaardt je lichaam niet met één of zonder borsten. Het is een aantasting van je vrouwelijkheid en ook op seksueel gebied is het een harde dobber.
    • Je bent erg actief en doet veel aan sport. Een uitwendige prothese kan onhandig of vervelend zijn, bijvoorbeeld bij het zwemmen of onder de gemeenschappelijke douche.
    • Je kan niet meer om het even welke kleding aan: een diep uitgesneden décolleté of bh laten te veel zien.

    Liever een uitwendige prothese:

    • Je ziet op tegen nog een medische ingreep.
    • Voor je partner hoeft het niet. Hij/zij aanvaardt je zoals je bent.
    • Je hebt een reconstructie geprobeerd, maar het lukte niet.
    • Je hebt een irrationele angst dat de kanker daardoor zou terugkeren. 

     

    Lees meer over soorten uitwendige borstprothesen, terugbetaling, en dergelijke meer.

    Verschenen op 28 maart 2013 en aangepast op 15 mei 2017 met medewerking van professor MD PhD Nathalie Roche, kliniek voor plastische heelkunde, UZ Gent

    Contacteer ons

    Voor alle vragen over jouw ziekteverzekering

    Bond Moyson Oost-Vlaanderen

    09 333 55 00