Artrose

​Artrose is een gewrichtsziekte waarbij het kraakbeen dunner wordt. Het onderliggende bot wordt harder en ook de andere gewrichtsweefsels laten het afweten. In tegenstelling tot artritis, is de ontsteking van het gewricht minder belangrijk. De symptomen zijn pijn en functievermindering met stijfheidsgevoel.

Hoe ouder je wordt, hoe meer kans je hebt op artrose. Bij sommige mensen gaan de getroffen gewrichten echter vroeger en veel sneller dan gemiddeld achteruit, onder meer door genetische oorzaken.

De meeste mensen kunnen goed met artrose leven als ze genoeg bewegen, maar hun gewrichten niet overbelasten. Voorlopig bestaat de medische behandeling uit geneesmiddelen en chirurgie als het echt niet verder kan.

 

​Wat is artrose?

  • Het kraakbeen van onze gewrichten* wordt beschadigd door slijtage en belasting. Oud kraakbeen wordt in zekere mate maar traag vervangen door nieuw. Wanneer de afbraak sneller gaat dan de opbouw, wordt het kraakbeen dunner. Met het stijgen van de leeftijd gebeurt dat bij iedereen een beetje.
    De schade blijft niet beperkt tot het kraakbeen, maar tast ook de rest van het gewricht en het bot aan.
  • Artrose wordt niet veroorzaakt door een ontsteking, zoals dat bijvoorbeeld bij artritis wel het geval is. Het is veeleer een stofwisselingsziekte en heeft te maken met onvoldoende voeding en vernieuwing van de betrokken weefsels.
  • Artrose is meer dan alleen een kraakbeenprobleem. Kraakbeen en onderliggend bot vormen een eenheid. Ze “praten” zelfs met elkaar. Die bot-kraakbeeneenheid begeeft het bij artrose. Bij de een begint het bij het kraakbeen en bij de ander bij het bot, maar elk van beide componenten lijdt eronder.
    Je kan het vergelijken met een vloer – het kraakbeen - en daaronder de fundering – het bot. Je vloer ligt glad zolang de fundering goed is. Verzakt de fundering, dan scheurt de vloer. Ofwel slijt eerst de vloer weg, waardoor op termijn ook de fundering beschadigd wordt.

 

​* Wat is een gewricht?
 Een gewricht is een verbinding tussen verschillende botten, die ten opzichte van elkaar kunnen bewegen. Zoals de knieën, heupen of schouders. Om die botten vlot te laten bewegen en te beschermen tegen druk en slijtage, zijn de uiteinden ervan bekleed met kraakbeen. Een gewrichtskapsel en gewrichtsbanden ofwel ligamenten houden de botten van het gewricht bij elkaar.

 

Symptomen

Welke klachten krijg je bij artrose?

  • Pijn wanneer je het gewricht gebruikt. Door te rusten gaat het tijdelijk beter.
  • Meer pijn ’s avonds dan ’s morgens.
  • Korte startstijfheid. Je bent enkele minuten stijf wanneer je in beweging komt. Even stretchen en het gaat alweer beter.
  • Minder beweeglijkheid, bijvoorbeeld in de knieën tijdens het fietsen.
  • Lichte ontsteking. Zo’n ontsteking komt vooral voor wanneer je al langer artrose hebt. Af en toe kan de ontsteking wat erger worden. Ze ontstaat doordat losgekomen fragmentjes kraakbeen het gewrichtskapsel irriteren.
  • De omtrek van het gewricht wordt groter doordat het botuiteinde breder wordt. Dat is een verdedigingsproces tegen de verdunning van het kraakbeen. Het lichaam herverdeelt de druk op het gewricht over een groter oppervlak door bot bij te maken.
  • Er ontstaan harde uitsteeksels aan de randen van de gewrichtsvlakken, de zogenaamde osteofyten of papegaaibekken. Het middelste en laatste gewricht van de vingers wordt dikker en gaat eruitzien als een knobbel, de zogenaamde noduli van Bouchard en van Heberden. 

Wie krijgt artrose en waar?

Artrose komt erg vaak voor.

  • 20 tot 25 % van alle 65-plussers heeft er last van.
  • 10 tot 15 % van alle mensen met artrose hebben progressieve artrose. Bij hen is het niet alleen een kwestie van leeftijd, maar spelen nog andere processen een rol. Zij gaan veel sneller dan gemiddeld achteruit, ook al doen ze alles om hun gewrichten in conditie te houden. Ze kunnen binnen 10 tot 15 jaar gehandicapt raken. Ze lijden niet alleen veel pijn, maar verliezen ook veel van de beweeglijkheid en functionaliteit van de gewrichten.

Meest getroffen gewrichten

Knieën, heupen, handen en rug. De handen vormen een apart probleem. Vrouwen na de overgang kunnen een specifieke vorm ontwikkelen, de erosieve osteoartrose van de handen. Ze verloopt sneller en agressiever dan de normale handartrose. Dat kan in de loop van enkele jaren problemen veroorzaken. Je verliest fijne gevoeligheid en je handen gaan er minder mooi uitzien.

Risicofactoren

  • Erfelijkheid, vooral bij de mensen met progressieve artrose. Bij hen loopt iets mis in de cellen van kraakbeen en bot. Die genetische factor is veel groter dan tot kort werd gedacht.
  • Overgewicht.
  • Structurele afwijkingen. Bijvoorbeeld X- of O-benen, waardoor je kniegewrichten verkeerd belast worden.
  • Op jonge leeftijd intensief sporten, dat de gewrichten zwaar belast.
  • Beschadiging van het gewricht, bijvoorbeeld door een ongeval of sportblessure. 

Diagnose

Hoe stelt een dokter artrose vast?

  • Je verhaal en je symptomen.
  • Lichamelijk onderzoek.
  • Medische beeldvorming. De klassieke röntgenfoto is genoeg. Daarop kan je de vernauwing van de gewrichtsspleet zien, de verharding van het bot en de botkraag. 

Preventie

  • Forceer jezelf niet. Bewaar het evenwicht tussen belasting en belastbaarheid.
  • Soms is een vroegtijdige chirurgische correctie zinvol om de neerwaartse evolutie af te remmen. Wacht niet tot het al erg is. Bijvoorbeeld, slijt je kraakbeen aan één kant van het kniegewricht erg snel omdat je X-benen hebt, laat je benen rechtzetten. Zit er een gat in je kraakbeen, laat het opvullen. Blijf niet rondlopen met een kapotte meniscus. Win vooraf advies in bij verschillende artsen – onder ander je huisarts –voor je een ingreep laat doen, want de behandeltechnieken evolueren voortdurend.

Behandeling

Laat je volgen door je huisarts.
Ga ook naar een kinesist voor oefentherapie en om te leren hoe je je gewrichten juist belast bij dagelijkse activiteiten.

Mensen met progressieve artrose laten zich bovendien het best adviseren door een gespecialiseerd multidisciplinair team.

Levensstijl

  • Blijf in beweging! Kraakbeen is een van de weinige weefsels in het lichaam zonder bloedvaten. Het wordt gevoed door de gewrichtsvloeistof. Door lichaamsbeweging wordt die vloeistof voortdurend het gewricht ingepompt en uitgezogen.
  • Pas je lichamelijke belasting telkens weer aan aan wat je gewrichten aankunnen en zoek een nieuw evenwicht. Bedenk dat je hele lichaam verandert met de leeftijd: je gewicht neemt toe, je spiertonus vermindert en je houding verslecht. Als je je blijft gedragen alsof je 25 bent en je gewrichten overbelast, ga je meer weefsel afbreken dan dat er bijkomt. Je voelt meestal zelf wel waar de grens ligt. Bijvoorbeeld, als je bergop moet fietsen, gebruik dan een kleinere versnelling.
  • Zoek een vorm van lichaamsbeweging die je graag doet, anders geef je het op. Fietsen, aquagym of wandelen zijn prima. Combineer het met iets leuk, bijvoorbeeld een drankje met vrienden.
  • Verzorg je houding en je spierkorset door stevige rug- en buikspieren te kweken en te onderhouden. Bij knieartrose moet je je quadricepsspieren verstevigen.

Meer info

     

Verschenen op 28 mei 2010 met medewerking van professor Frank Luyten, afdeling reumatologie, UZ Leuven

Contacteer ons

Voor alle vragen over jouw ziekteverzekering

Bond Moyson Oost-Vlaanderen

09 333 55 00