Longkanker

Met ongeveer 7000 nieuwe gevallen per jaar is longkanker een van de meest voorkomende kankers in België. Roken is de belangrijkste oorzaak van longkanker. Er bestaan verschillende soorten longkanker. Asbestkanker is een aparte soort longkanker, die meestal veroorzaakt wordt door de inademing van asbestdeeltjes. De behandeling van longkanker kan bestaan uit een operatie, chemotherapie, bestraling en in sommige gevallen biologische geneesmiddelen. Wanneer longkanker vroeg ontdekt wordt, is de ziekte nog te genezen. Zijn er al symptomen, dan kan genezen meestal niet meer. Dan verlengt een palliatieve behandeling de levensverwachting en vergroot ze de levenskwaliteit.

Wat

  • ​Longkanker is een kanker die in de longen ontstaat: in het longweefsel, de luchtwegen of de longvliezen. Van daar kan hij uitzaaien naar de rest van het lichaam. Uitzaaiingen gaan vooral naar de andere long, de lever, botten of hersenen.
  • Een uitzaaiing van een ander soort kanker naar de longen is géén longkanker. Bijvoorbeeld, een uitzaaiing van borstkanker in de longen blijft borstkanker. Dat wordt ook behandeld als borstkanker, door een borstkankerspecialist.

De longen


De longen bestaan uit verschillende onderdelen: de luchtwegen, het longweefsel en de longvliezen.

De luchtwegen zijn holle buizen die inademingslucht naar het binnenste van de longen brengen en uitademingslucht weer naar buiten transporteren. We ademen lucht in door onze neus en/of mond. Daarna gaat hij naar de luchtpijp in onze hals. De luchtpijp splitst zich in twee grote luchtwegtakken, die elk naar één long gaan. De luchtwegen vertakken zich steeds verder, zoals de takken van een boom.

Het longweefsel zit aan het verste uiteinde van de luchtwegen. Het bestaat uit druifvormige trosjes, de longblaasjes.

De vliezen omhullen de longen: het borstvlies zit tegen de binnenkant van de ribben, het longvlies rond de longen zelf.

Soorten

Er bestaan verschillende soorten longkanker. De oorzaak, behandeling en overlevingskansen verschillen onderling.
  • De niet-kleincellige longkankers vormen de grootste groep met 70 tot 80% van alle longkankers. Dit is een groep longkankersoorten die niet al te agressief zijn.
  • De kleincellige longkankers vormen 15% van het totale aantal longkankers. Dit type is agressief. Het groeit snel en zaait snel uit naar de rest van het lichaam. De meeste kankers van dat type worden daardoor pas ontdekt als ze al in een vergevorderd stadium verkeren. Zoals de naam het zegt, bestaat een kleincellige longkankertumor uit kleinere cellen dan een niet-kleincellige longkanker. Dat kan je zien als je het kankerweefsel onder een microscoop bekijkt.
  • Asbestkanker of mesothelioom is een heel ander soort longkanker dan de kleincellige en niet-kleincellige longkankers. Nog een andere naam is longvlieskanker.
  • Een aantal zeldzame longkankersoorten vormen een kleine restgroep. Elk van die kankers heeft zijn eigen kenmerken en behandeling.

 

 

 

 

Diagnose

Hoe stellen dokters vast dat het om longkanker gaat en welke onderzoeken kunnen gebeuren?

​Ga eerst naar je huisarts als je ongerust bent. De dokter zal vragen stellen, je lichamelijk onderzoeken en je zo nodig doorverwijzen. Volgende onderzoeken gebeuren wanneer de dokter vermoedt dat het om longkanker gaat, maar niet iedereen krijgt altijd alle onderzoeken. Het verschilt van patiënt tot patiënt:

  • Een RX of foto van de longen toont dat er een gezwel zit.
  • Een CT-scan van de borstkas en bovenbuik geeft aanvullende informatie over de ligging van de tumor, de longen en de organen in de buurt.
  • Een weefselpunctie. Met een naaldje verzamelt de dokter wat tumorweefsel.
  • Een bronchoscopie. Dan kijkt de dokter in de longen met behulp van een bronchoscoop. Dat is een buigzaam slangetje met aan het uiteinde een camera of lens. Tijdens het onderzoek kan de dokter ook een weefselstaal nemen of wat slijm uit de longen opzuigen voor verder onderzoek.
  • Laboratoriumonderzoek. De verzamelde stukjes tumorweefsel worden onder een microscoop bekeken, om te bepalen om welk soort longkanker het gaat. De kankercellen worden ook onderzocht op speciale genetische eigenschappen. Dat alles is namelijk belangrijk voor de verdere behandeling.
  • Andere beeldvormende onderzoeken gebeuren om mogelijke uitzaaiingen op te sporen. Zoals een hersenscan, een botscan of een echografie van de onderbuik.

Stadiumbepaling

 Met de onderzoeksresultaten wordt het stadium van de kanker bepaald. Dat bepaalt mee de behandeling.

  • Voor de niet-kleincellige longkanker houdt de stadiumbepaling rekening met de grootte van de tumor, hoe ver hij zich al heeft uitgebreid in de longen, of hij al lymfeklieren heeft aangetast en of hij is uitgezaaid naar andere organen.
  • Bij de kleincellige longkanker zijn er bijna altijd al uitzaaiingen. Daar heeft men het over een beperkte of een uitgebreide ziekte.
  • Voor asbestkanker houdt men rekening met de grootte van de kanker en de plaats waar hij zit, uitbreiding naar de lymfeklieren en naar andere organen.

Verwachtingen voor de toekomst

De vooruitzichten voor mensen met longkanker zijn meestal niet te goed. Dat zijn echter gemiddelden. Het blijft altijd een beetje onvoorspelbaar hoe iemand reageert op de behandeling. Hoe beter iemands gezondheid aan het begin van de behandeling, des te beter hij het doorgaans doet.

Klachten

​De klachten van niet-kleincellige longkanker en van kleincellige longkanker ontstaan meestal pas wanneer de ziekte al ver gevorderd is. Bovendien verwarren rokers ze gemakkelijk met een ‘rokershoestje’ of een verkoudheid. Dit zijn de belangrijkste:

  • Hardnekkige hoest, een nieuwe hoest of een ander hoestpatroon dan vroeger.
  • Gewichtsverlies zonder duidelijke oorzaak.
  • Kortademigheid.
  • Pijn op de borst.
  • Meer slijmen ophoesten dan vroeger.
  • Slijm met bloed erin ophoesten.
  • Een luchtweginfectie of longontsteking die niet wil genezen.

Behandelen

​De behandeling gebeurt in het ziekenhuis door de longarts. Je huisarts blijft echter een belangrijke rol spelen.
Welk soort behandeling je krijgt, hangt af van het soort longkanker en de eigenschappen van de kankercellen, het stadium waarin de kanker verkeert en je lichamelijke gezondheid op het moment van de ontdekking. Het kan gaan om :

  • een operatie
  • plaatselijke bestraling
  • chemotherapie
  • biologische geneesmiddelen.

En combinaties daarvan.

1. Niet-kleincellige longkanker

  • Genezende behandeling

Ben je er heel vroeg bij, dan kan je van dit soort longkanker genezen. Vaak gaat het om een toevallige ontdekking bij iemand die nog helemaal geen klachten heeft. Bijvoorbeeld, wanneer de kanker zichtbaar is op een foto van de borstkas die gemaakt werd om een andere aandoening op te sporen.

    • Plaatselijk

Zit de kanker maar op één plek in de longen en is hij klein genoeg, dan is een plaatselijke behandeling genoeg.
Het kankergezwel wordt operatief verwijderd, samen met een veiligheidsmarge gezond weefsel. Dat kan alleen als je lichamelijk fit genoeg bent voor de operatie en als je een deel van je longen kan missen. De dokter kijkt daarom eerst naar je longfunctie en je algehele conditie.
Soms kan een hoge dosis bestraling op het gezwel een goed resultaat geven, als een operatie niet kan.

    • Lokaal uitgebreid

Is de kanker alleen uitgezaaid naar de lymfeklieren in de buurt, dan gebeurt:

      • een operatie, gevolgd door chemotherapie.
      • een combinatie van chemo en bestraling, als een operatie niet kan.
  • Palliatieve behandeling

Genezen kan niet meer als de kanker zich al heeft uitgebreid. Dan krijg je een palliatieve behandeling. Dat betekent echter niet dat de artsen je al opgegeven hebben! De behandeling verlengt je leven en vergroot je levenskwaliteit door je klachten te verminderen. Het is de bedoeling om de ziekte zo lang mogelijk onder controle te houden. Welke behandeling het wordt, hangt af van je lichamelijke toestand en je specifieke klachten.

  • Chemotherapie is één mogelijkheid. Er bestaan verschillende combinaties van chemotherapeutische middelen. De eigenschappen van de tumor en je eigen lichamelijke gezondheid bepalen welke cocktail het wordt. Heb je bijvoorbeeld nierproblemen, dan wordt een combinatie gekozen die de nieren ontziet. Je krijgt de chemo langs een infuus in de bloedbaan of je neemt pilletjes in.
  • Monoklonale of biologische geneesmiddelen. Deze middelen werken heel gericht op de bijzondere eigenschappen die sommige niet-kleincellige longkankercellen hebben. Ze maken de tumor kleiner en houden uitzaaiingen een hele tijd onder controle. De kanker vernietigen kunnen ze echter niet. Ze vallen alleen de kankercellen zelf aan. Daardoor hebben ze veel minder bijwerkingen dan chemotherapie, die zich over het hele lichaam laat voelen. Ze zijn erg duur maar worden terugbetaald als je een type kankercel hebt dat er gevoelig voor is. Dat is vaker het geval bij jongere mensen, bij niet-rokers en vrouwen. Er worden steeds meer nieuwe speciale eigenschappen van longkankercellen ontdekt. De farmaceutische industrie ontwikkelt daarna geneesmiddelen die specifiek op die eigenschappen inwerken, om zo de kanker in bedwang te houden. Zo worden de grenzen voor de overleving stilaan maar zeker verlegd en wordt longkanker misschien ooit een chronische ziekte waar je lang mee kan overleven.
  • Daarnaast is de behandeling gericht op het bestrijden van klachten, zoals kortademigheid of pijn. Ze kan verschillende vormen aannemen, zoals geneesmiddelen of een korte bestralingskuur. Je dokter bespreekt die behandeling vooraf met jou. 

2. Kleincellige longkanker

  • Genezende behandeling

    Heb je een beperkte ziekte, dan is de behandeling wel gericht op genezing. In overleg met je arts kies je voor een combinatie van verschillende mogelijke behandelingen, bijvoorbeeld chemotherapie met bestraling.
  •  Palliatieve behandeling

Kleincellige longkanker wordt bijna altijd te laat gevonden voor een genezende behandeling. De kankercellen reageren echter erg goed op chemotherapie. Daarom start men zo snel mogelijk met chemo. Die behandeling geneest je niet, maar verlengt je leven en maakt het comfortabeler.

Wat houdt palliatieve behandeling in?

Een palliatieve behandeling is meer dan alleen chemo of pijnbestrijding. Het longkankerteam van je ziekenhuis kan je een aantal weken na de diagnose uitnodigen voor een bespreking van je palliatieve behandeling. Dat betekent niet dat je ineens terminaal bent.

Tijdens het gesprek komen alle aspecten van je ziekte aan bod en krijg je een antwoord op je vragen. Een deel van de stress valt daardoor weg. Je hoeft je angsten niet meer voortdurend naar de achtergrond te duwen en hebt de geruststelling dat je pijn en ongemakken goed behandeld gaan worden. Je bent daarna rustiger en meer op je gemak. Mensen overleven daardoor zelfs langer.

Dit kan allemaal aan bod komen:

  • Hoe gebeurt de pijnbestrijding en de behandeling van andere klachten zoals kortademigheid?
  • Wat mag je verwachten?
  • Waar moet je niet bang voor zijn?
  • Hoe wil je je levenseinde? 

Longkanker hebben is ook een rouwproces. Je moet leren omgaan met de ziekte, ze aanvaarden en je naasten daarbij betrekken. Je moet er als familie ook samen uitkomen welke behandeling je (nog) wilt.

Heeft palliatieve chemo zin?

Misschien ben je bang dat chemotherapie je laatste levensmaanden gaat vergallen. Dat is niet zo, wel integendeel. De bedoeling is niet ten allen koste je leven te rekken, maar je tijd bij te geven en die tijd zo aangenaam mogelijk maken. Een behandeling met chemo vandaag is trouwens niet meer te vergelijken met een van twintig of dertig jaar geleden.

  • Chemotherapie bestaat uit een reeks behandelingen. Je voelt je vaak wat moe en zwak gedurende drie tot vijf dagen na de chemo, maar daarna verbetert je conditie weer. Tijdens de tweede helft van die drie weken voel je je veel beter dan in het begin.
  • Dagenlang doodziek liggen overgeven is er niet meer bij, dankzij goede geneesmiddelen tegen misselijkheid en braken. Bovendien doet niet elk type chemo je haar uitvallen.
  • De dosis die je krijgt, is aangepast aan je lengte en lichaamsgewicht.
Geen behandeling?

Sommige mensen weigeren elke behandeling. Wil je dat, dan begeleidt je huisarts je verder. Je huisarts kan altijd een beroep blijven doen op de longarts in het ziekenhuis, die kan helpen bij het bestrijden van een aantal klachten. Laat je echter goed informeren over wat een palliatieve behandeling wel en niet inhoudt, voor je beslist om ze te weigeren.

Het einde

Wanneer de kanker niet meer reageert op de behandeling, heeft verder behandelen geen zin meer. Dan nadert het afscheid, maar hoe lang het nog op zich laat wachten is heel wisselend.
Er bestaan verschillende manieren om afscheid te nemen van het leven. Dat bespreek je best al vroeg met je arts en je naasten, wanneer je je nog goed voelt. Op dat moment is het minder bedreigend omdat het nog ver van je af ligt. Wacht niet tot de situatie nijpend is. Als je naasten weten wat je wel en niet zou willen, kunnen zij dat bespreken met de arts als jij dat zelf niet meer kan.

  • Euthanasie moet je vooraf bespreken, met de longarts en met je huisarts. Het is een bewuste en herhaalde vraag tot actieve levensbeëindiging. Daarvoor moet een zorgvuldige procedure gevolgd worden, waarbij een onafhankelijke arts naast je eigen arts betrokken is. Daar gaat tijd overheen. Het is daarna een geruststelling te weten dat je eruit kan stappen wanneer je dat zelf wil. Mensen verleggen echter vaak hun grenzen en blijven graag langer leven in beperkter omstandigheden dan ze oorspronkelijk vooropgesteld hadden.
  • Palliatieve sedatie is een andere mogelijkheid. Dan krijg je op het einde een slaapmiddel en een pijnbestrijder samen. Dit maakt je rustig en brengt je in slaap, zodat je het stervensproces niet bewust moet ondergaan. Deze behandeling versnelt het overlijden niet.

Veel mensen hebben schrik dat ze op het einde gaan stikken, maar dat gebeurt niet. Meestal verzwak je geleidelijk aan, doordat de kanker niet meer bestreden wordt. Je gaat langzaam achteruit, slaapt steeds meer en glijdt uiteindelijk weg uit het leven.
Vandaag overlijden veel mensen thuis, dankzij de inzet van palliatieve teams, thuisverpleegkundigen en huisartsen. En natuurlijk van de naaste omgeving.

3. Asbestkanker of mesothelioom

Zie volledig dossier asbestkanker.

Oorzaak

​Er zijn verschillende mogelijke oorzaken:

  • Roken is de belangrijkste oorzaak van kleincellige en niet-kleincellige longkanker. 80 tot 90% van alle longkankers in de westerse wereld is te wijten aan het roken. Toen mensen nog niet massaal rookten, was longkanker een zeldzame ziekte. Ongeveer 17% van alle rokers krijgt na verloop van tijd longkanker. Hoe vroeger je begint te roken, hoe meer sigaretten per dag en hoe meer jaren je rookt, des te groter is je risico. Ook passief meeroken vergroot je risico op longkanker, al is het veel lager.
  • 10 tot 15% van alle longkankers ontstaat bij mensen die nooit gerookt hebben. Hoe dat komt, is nog niet helemaal duidelijk. Misschien hebben ze een erfelijke gevoeligheid die hen vatbaarder maakt voor longkanker dan andere mensen. Misschien komt het door andere oorzaken uit hun omgeving, zoals de inademing van fijn stof afkomstig van uitlaatgassen of schadelijke stoffen waar ze door hun beroep mee in contact geweest zijn.
  • Inademing van asbestdeeltjes is de oorzaak van asbestkanker. Mensen die blootgesteld geweest zijn aan asbest en die bovendien roken zijn ook gevoeliger voor het krijgen van ‘gewone’ longkanker.

Wie krijgt het?

  • Bij mannen is longkanker de meest voorkomende soort kanker. Vroeger kregen bijna alleen mannen longkanker omdat alleen zij rookten. Doordat ook vrouwen zijn gaan roken, komt longkanker nu ook steeds meer voor bij hen. Vrouwen krijgen bovendien gemakkelijker longkanker dan mannen.
  • De ziekte begint meestal op latere leeftijd, met een piek tussen 60 en 70 jaar. Ook jongere mensen kunnen de ziekte echter krijgen, maar dat is veel zeldzamer.

Hoe longkanker voorkomen?

  • Rook zelf niet en vermijd passief meeroken zoveel mogelijk.
  • Stop met roken voor het te laat is. Door te stoppen, gaat je risico op longkanker geleidelijk weer omlaag.

Verschenen op 18 februari 2014 met medewerking van dokter Birgitta Hiddinga, thoraxoncologie, Universitair Ziekenhuis Antwerpen.

Contacteer ons

Voor alle vragen over jouw ziekteverzekering

Bond Moyson Oost-Vlaanderen

09 333 55 00