Voetproblemen

​Aan je voeten kan je veel ongemakken krijgen. Enerzijds zijn er de kwaaltjes aan de nagels, zoals kalknagel, schimmelnagel, een ingegroeide of blauwe teennagel. Anderzijds zijn er de kwaaltjes aan de huid, zoals blaren, voetschimmel, eelt en likdoorns. Maar ook kloven, wratten en zweetvoeten. Hieronder vind je een oplossing voor ieder kwaaltje.

Nagelproblemen

Kalknagel

Een kalknagel is een heel dikke nagel, die heel traag groeit. De nagelwortel maakt dan te veel keratine aan en de nagel groeit vooral in de dikte in plaats van in de lengte. Dat komt door een blijvende beschadiging van de nagelwortel, door bijvoorbeeld:  
  • hoge, nauwe schoenen die te veel druk uitoefenen op de tenen.
  • harde trappen of stoten op de nagel, bijvoorbeeld tijdens het voetballen.
  • een infectie, bijvoorbeeld een schimmel.
Een kalknagel is niet hetzelfde als een schimmelnagel, maar ze worden vaak met elkaar verward. De twee komen soms samen voor. Omdat een kalknagel zo dik is, is hij een ideale broedplaats voor schimmels.
 
Oplossing 
Een voetverzorger kan de dikke nagel verdunnen. Dat moet regelmatig opnieuw gebeuren, want de nieuwe nagel die uit de nagelwortel groeit, zal weer dik zijn. De nagelwortel is immers voor altijd beschadigd.  

Schimmelnagel

Een schimmelnagel is een brokkelige nagel, die geel, groen of bruin verkleurt. Hij kan ook loszitten of zelfs helemaal loskomen.
Een schimmel die in en onder de nagel leeft, is de oorzaak. Die schimmel heeft het naar zijn zin in de warme, vochtige omgeving rond de nagel. Hij vreet zich een weg onder de nagel en voedt zich met de keratine.
 

Oplossing
Laat een schimmelnagel liefst behandelen. Schimmels verspreiden zich via sporen, een soort hele kleine zaadjes. Zo kunnen ze niet alleen andere delen van je lichaam besmetten, maar ook andere mensen.
Een schimmeldodend middel ruimt de schimmel op, maar je hebt geduld nodig.

  • Is minder dan de helft van de nagel aangetast, dan kan een voetverzorger het zieke stuk weghalen. Daarna stip je dagelijks het aangetaste gedeelte aan met een schimmeldodend middel. Dat moet je een aantal weken tot maanden volhouden, zodat er een nieuwe, gezonde nagel kan uitgroeien.
  • Is de hele nagel aangetast, dan werkt een geneesmiddel dat je inneemt beter. Daarvoor heb je een doktersvoorschrift nodig. Je moet het minstens drie maanden innemen. Dit soort geneesmiddel kan bijwerkingen hebben en je mag het niet samen met sommige andere geneesmiddelen nemen. Niet iedereen mag het daarom gebruiken.

Ingegroeide nagel

Een ingegroeide nagel is een nagel die bovenaan niet mooi rechtdoor uitgroeit, maar aan de zijkanten in de nagelwal groeit. Dat komt het vaakst voor aan de grote teen.

De teennagels verkeerd afknippen is de belangrijkste oorzaak. Teennagels moet je altijd recht afknippen. Knip je een teennagel rond af, dan vormt de zijkant van de nagel een spiesje, dat zich in de huid boort. Omdat een ingegroeide nagel pijn doet, heb je de neiging om je nagel steeds verder van de rand af te knippen, maar dat maakt het probleem alleen maar erger. De nagel groeit steeds dieper in en gaat opbollen in het midden.
Nagels die van nature heel bol zijn, groeien gemakkelijker in dan vlakke nagels. Vooral de combinatie van bolle nagels met een slechte manier van knippen, kan de teennagel doen ingroeien. Als je je teennagels altijd juist knipt, veroorzaken bolle nagels meestal geen problemen.

Een ingegroeide nagel kan allerlei nare gevolgen hebben:
  • eelt en likdoorns in de nagelwal
  • een pijnlijke ontsteking. De nagelwal is dan gezwollen en rood. Er kan ook etter onder de nagelplaat zitten.
  • wild vlees kan er gaan groeien.
 Oplossing
  • Een voetverzorger kan de nagel verdunnen, het ingegroeide stukje nagel verwijderen, eelt en likdoorns weghalen en de ontsteking plaatselijk behandelen.
  • Is het verwijderde stukje heel klein, dan is alleen een wiekje in de nagelwal nodig om herhaling te voorkomen
  • Is een groot stuk van de nagel weggeknipt, dan bevestigt de voetverzorger een kunstnagel uit gel of acryl op het overblijvende stuk. Die kunstnagel leidt de nieuwe nagel, zodat hij recht uitgroeit.
  • Een heel erg bolle nagel laat zich weer vlaktrekken met een beugeltje op de nagel, dat de zijkanten geleidelijk omhoogtilt. Er bestaan verschillende soorten beugeltechnieken.
  • Is het heel erg, dan moet je naar de dokter. Soms zijn antibiotica nodig tegen de ontsteking. De etter en het wild vlees worden onder plaatselijke verdoving weggehaald.
  • Komt het altijd terug, dan kan de dokter een stukje van de nagelrand wegsnijden tot in de wortel. De nagel groeit daar dan niet meer terug en is voor altijd wat smaller, maar hij kan dan ook niet meer ingroeien.

Blauwe nagel

Een blauwe tot zwarte nagel is een nagel met daaronder een bloeding. Die bloeding oefent te veel druk uit op het nagelbed, en dat kan veel pijn doen. De nagel kan zelfs uitvallen
De bloeding is het gevolg van een harde slag of stamp op de teen, bijvoorbeeld tijdens het voetballen. Ook als je teen voortdurend tegen de neus van een slecht zittende schoen aanstoot, kan een blauwe nagel het resultaat zijn.  

Oplossing

Een voetverzorger maakt een gaatje in de nagel, zodat het bloed daardoor naar buiten kan komen. Dan vermindert niet alleen de pijn, je nagel kan er ook door gered worden. 
Is de nagel al uitgevallen, dan kan de nieuwe nagel het moeilijk hebben om goed uit te groeien. Daarom bevestigt de verzorger een kunstnagel op de nieuwe nagel, zodat ze samen mooi recht uitgroeien.

Onze nagels

Hoornstof of keratine is het hoofdbestanddeel van onze nagels. Dat zit ook in onze huid en haren.
  • De nagelplaat is het zichtbare deel van onze nagel. Hij bestaat uit dode nagelcellen. De huid van de vinger eronder schemert er doorheen, waardoor de nagelplaat er lichtroze uitziet. Die onderliggende huid noemen we het nagelbed.
  • De nagelriem is het huidrandje dat onderaan de overgang vormt tussen huid en nagelplaat.
  • De nagelwal is de huid die de zijkanten van de nagels omvat.
  • De nagelwortel is het enige levende deel van de nagel. Hij maakt de nieuwe nagelcellen aan, die daarna uitgroeien over het nagelbed. Het witte halve maantje aan de basis van de nagel is het enige wat we van de nagelwortel kunnen zien. De rest zit onder de huid.  

Huidproblemen

Blaren

Blaren op je voeten ontstaan door wrijving van je huid tegen je kousen of schoenen. Daardoor komt de dunne bovenste huidlaag los van de huid die eronder ligt. Tussen beide huidlagen vormt zich een blaasje, gevuld met kleurloos vocht. Op die manier beschermt de huid zichzelf.
Blaren ontstaan vooral tijdens het sporten, als je een schoen draagt die niet goed past, of door een combinatie van beide. Bijvoorbeeld, als je met nieuwe schoenen meteen een lange wandeling gaat maken, loop je veel kans op blaren.

Oplossing
Laat de knellende schoenen die de blaar veroorzaakt hebben, voorlopig uit. Wat doe je met de blaar zelf?

  • Prik een gesloten blaar liefst niet open, maar laat ze met rust. Zo voorkom je dat ze vuil wordt of besmet raakt en ontsteekt. Leg er eventueel overdag een pleister over, tot ze vanzelf weer verdwenen is.
  • Hindert de blaar je of doet ze pijn? Reinig dan de huid, doorprik de blaar aan twee kanten met een ontsmet naaldje, duw het vocht eruit, ontsmet de plek en doe er een pleister over.
  • Is de blaar al opengescheurd, knip dan eerst de losse stukjes huid weg met een ontsmet fijn schaartje voor je een pleister over het wondje legt.

Voetschimmel

Dezelfde schimmel die schimmelnagels veroorzaakt, kan ook de huid van je voeten aantasten.
Meestal begint de schimmel tussen de vierde en de vijfde teen te groeien. Als je je tenen openspert, kun je daar schilfertjes, een witte of rode verkleuring of een kloofje zien. Het kan ook jeuken of pijn doen. Zit de schimmel op de bal van de voet, dan ziet de voet daar rood en is hij bedekt met schilfertjes.
Zwemmerseczeem is een andere naam die men vaak gebruikt voor voetschimmel. Dat is eigenlijk fout, want schimmel en eczeem zijn twee heel verschillende aandoeningen. Wel is de vochtige, warme omgeving rond een openbaar zwembad, sauna of doucheruimte een plek waar schimmels zich thuis voelen en waar je er gemakkelijk mee besmet raakt. Ook bezwete sportschoenen zijn een ideale woonplaats voor voetschimmel.

Oplossing
Voetschimmel mag je niet zo laten, maar moet je behandelen. Anders kan de schimmel zich verspreiden naar andere delen van je lichaam en daar flink wat last veroorzaken. Bovendien kun je er ook andere mensen mee besmetten.

Er bestaan uitwendige en inwendige behandelingen.

  • Een uitwendige behandeling is goed als de schimmel maar op een stukje van je huid zit. Dan smeer je een schimmeldodende crème uit de apotheek op de besmette zone. Je moet de behandeling een aantal weken volhouden.
  • Een inwendige anti-schimmelbehandeling is het doeltreffendst. Dat is vooral nodig als de schimmel zich al erg verspreid heeft. Daarvoor moet je eerst langs bij de dokter voor een voorschrift. Je moet het middel een aantal weken tot maanden gebruiken. De behandeling kan bijwerkingen hebben en je mag ze niet samen met sommige andere geneesmiddelen gebruiken.
  • Schoenen en sokken niet vergeten! De sporen waarmee de schimmel zich voortplant, zitten ook in je kousen en schoenen. Je moet ze daarom mee behandelen met een schimmeldodend middel. Anders besmet je jezelf voortdurend opnieuw. De kousen in de diepvries stoppen doodt de schimmels ook. Ook je kousen wassen boven 60°C helpt, maar veel kousen verdragen zo een warme wasbeurt niet.

Schimmels voorkomen

Houd je voeten droog om schimmels geen kans te geven:

  • was je voeten dagelijks en droog ze altijd goed af. Vergeet vooral de ruimte tussen de tenen niet. Gebruik je een voedende huidcrème tegen droge huid, breng die dan NIET aan tussen de tenen, want daar moet de huid net goed droog blijven.
  • Draag schoenen uit goed ventilerend of ademend materiaal.
  • Wissel vaak van schoenen, zodat ze de kans krijgen om tussen het dragen door goed te verluchten. Dat geldt zeker ook voor sportschoenen.
  • Doe elke dag verse kousen of sokken aan. Liefst uit katoen of een ander materiaal dat het zweet kan absorberen.
  • Draag teenslippers in openbare wasplaatsen en de rand van zwembaden om je te beschermen tegen besmetting.

Eelt en likdoorns

Eelt is een verdikking van de bovenste laag van onze huid. Het bestaat uit samengedrukte dode huidcellen. Eelt ontstaat op plekken die vaak druk en wrijving ondergaan. Het beschermt de onderliggende zachte, levende huid. Een dunne laag eelt die soepel meebeweegt is normaal en nuttig op drukplaatsen.
Een dikke, harde laag eelt doet echter meer kwaad dan goed. Het eelt wordt erg droog en kan pijn doen of branderig aanvoelen. Er kunnen ook pijnlijke kloven, likdoorns en ontstekingen in ontstaan.
Met het ouder worden, wordt de huid vanzelf droger en minder rekbaar. Daardoor ontstaat dik eelt gemakkelijker bij oude mensen. Ook huidziekten zoals eczeem en psoriasis kunnen de hoornlaag doen verdikken.

Een eksteroog of likdoorn is hard eelt in de vorm van een omgekeerde kegel. Het ontstaat op één plekje waar heel veel druk wordt uitgeoefend. Die eeltpit groeit naar binnen. Wanneer het puntje ervan tegen een zenuwuiteinde in de huid of het onderliggende bot duwt, veroorzaakt dat een zinderende pijn.

Oplossing

  • Laat dik, hard eelt over aan deskundige handen.
  • Een dunne eeltlaag mag je zelf regelmatig onder handen nemen:
      • rasp het eelt voorzichtig weg met een korrelrasp of een puimsteen. Gebruik geen ijzeren rasp.
      • rasp niet te hard of te veel ineens weg. Anders veroorzaak je irritatie en een branderig gevoel. Bovendien gaat je lichaam daardoor nog veel sneller nieuw eelt maken. Snijd er zeker niet in, want je kunt jezelf daardoor verwonden.
      • Is de huid van je voeten erg droog, smeer ze dan regelmatig in met een goede voedende crème.
  • Een likdoorn laat je beter over aan een voetverzorger of podoloog. Die kan de likdoorn niet alleen deskundig uithalen, maar ook voorkomen dat hij terugkeert met behulp van verbanden of hulpstukjes uit silicone.
  • Pak de oorzaak aan door de druk te verminderen of weg te nemen. Anders komen eelt en likdoorns altijd weer terug. Die oorzaak kan zijn:
      • Slecht zittende schoenen.
      • Steunkousen die te veel spannen en je tenen samenknijpen. Draag dan liever steunkousen met open tenen.
      • Afwijkingen of ziekten die je voeten en tenen misvormen. Zoals een hallux valgus, een knobbel aan de zijkant van je voet en een scheefgroeiende grote teen. Ook gewrichtsreuma kan de tenen lelijk misvormen. Met die problemen moet je naar de GVV, de podoloog of naar de orthopedist. Oplossingen zijn op maat gemaakte hulpstukjes uit silicone, steunzolen of schoenen. Er bestaan ook schoenwinkels en schoenmerken die gespecialiseerd zijn in schoenen voor moeilijke voeten. Soms kan een operatie die de tenen rechtzet uitkomst brengen.

Kloven

Een harde, dikke eeltlaag kan barsten. Dat gebeurt het vaakst aan de hielen. Dan heb je verticale scheuren in het eelt. Ze kunnen pijn doen, bloeden en zelfs ontsteken.

Met het ouder worden, wordt de huid van de voeten droger en dunner. Daardoor krijg je gemakkelijker eelt en hielkloven. Vooral oude mensen met diabetes kunnen zelfs kloven hebben zonder eelt.
Overwicht en een staand beroep doen kloven sneller ontstaan, omdat de hielen dan meer druk moeten verdragen.

Oplossing

  • Smeer droge voeten met een speciale voedende crème in na het wassen. Zo voorkom je kloven en barsten in de huid. Alleen tussen de tenen mag je daarmee niet smeren. Die zones moet je altijd goed droog houden om schimmel en pijnlijke scheurtjes van de huid tussen de tenen te voorkomen.
  • Erge kloven moet je deskundig laten verzorgen.
  • Een speciaal gelzooltje in de schoenen kan de druk opvangen.

Wratten

Wratten zijn huidgezwelletjes, veroorzaakt door een virus. Ze zijn ongevaarlijk maar wel erg besmettelijk voor jezelf en andere mensen. Er bestaan verschillende soorten wratten.

Oplossing

  • Een wrat die boven de huid uitsteekt, stip je aan met een middel uit de apotheek dat de wrat aantast.
  • Wratten op de voetzool laten zich niet zo gemakkelijk behandelen. Doordat we er voortdurend op staan, worden ze helemaal platgeduwd. De huisarts of huidarts kan ze uitvriezen, elektrisch uitbranden of weglaseren.
  • Snijd niet in een wrat. Daardoor gaat ze bloeden en kan het virus zich verder verspreiden. Dan krijg je nog meer wratten.

Wrat of likdoorn?

Op de voetzool wordt een wrat vaak verward met een likdoorn, want daar zijn ze allebei plat. Ze komen soms samen voor: onder een dikke laag eelt kan een wrat zitten, soms zitten een likdoorn en een wrat naast elkaar. Je mag ze echter niet op dezelfde manier behandelen.
Hoe houd je ze uit elkaar?

  • Een wrat doet pijn bij zijwaartse druk, en na een lange rustperiode.
  • Een likdoorn doet pijn als je er in het midden op duwt en als je staat of rondloopt.                       

Zweetvoeten

Zweetvoeten scheiden te veel zweet af. Vooral pubers hebben tijdelijk last van zweetvoeten door een veranderende hormoonhuishouding. Sommige mensen blijven echter zweetvoeten houden.
Door het zweten heb je voortdurend last van natte, koude voeten. Zweetvoeten zijn bovendien een gemakkelijker prooi voor schimmel en wratten, omdat ze altijd vochtig zijn.
Het zweet op zich stinkt niet. Een bacterie die op de huid leeft, voedt zich ermee en veroorzaakt zo de geur van stinkkaas.

Oplossing

  • Draag sokken uit een materiaal dat het zweet absorbeert, zoals katoen, en ververs ze dagelijks.
  • Draag schoenen uit een ademend materiaal zoals leer.
  • Draag niet elke dag dezelfde schoenen, maar wissel af. Zo kunnen je schoenen tussen het dragen door goed uitdrogen en luchten.
  • Was je voeten met een neutrale zeep. Te veel wassen met gewone zeep tast de zuurtegraad aan. Dat werkt zweetvoeten en infecties in de hand.
  • Droog je voeten goed af na het wassen en vergeet vooral de ruimtes tussen de tenen niet.
  • Gebruik een voetdeodorant.
  • Loopt het de spuigaten uit, raadpleeg dan een dokter. Er bestaan middelen om de voetbacterie en de slechte geur te bestrijden, maar ook om het zweten plaatselijk te verminderen. Door zo’n behandeling ga je niet harder zweten op een andere plaats van je lichaam.

Voorkomen

De juiste schoen

Veel voetproblemen voorkom je door de juiste schoenen voor jouw voeten te dragen.

  • Een correcte schoen heeft de juiste maat. Je tenen moeten er in alle richtingen kunnen in bewegen, zijwaarts en op en neer. Ze moeten dus een beetje langer zijn dan je voeten. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar toch dragen veel mensen te kleine schoenen. Vooral met pumps is dat het geval. Hoe dieper de schoen is uitgesneden, hoe meer hij moet aanspannen om aan de voet te blijven zitten. Dan gaat hij ook meer druk uitoefenen.
  • De hak van een schoen mag niet meer dan 4 tot 5 cm hoog zijn. Hoe hoger de schoen is, hoe meer hij vooraan moet aanspannen en hoe meer druk hij uitoefent op je voet.
  • Je voet moet aan de hiel goed vastzitten in je schoen. Daarvoor dient het verstevigd hielstuk, het zogenaamde contrefort. Ook een teenbox vooraan is nodig.
  • Sommige schoentypes zijn niet geschikt om de hele dag door te dragen, omdat je er sneller voetproblemen door krijgt:
      • Al te soepele schoenen geven je voeten geen steun.
      • Teenslippers: je tenen moeten voortduren grijpen om de slipper aan te houden. Dat overbelast ze.
      • Een houten zool zoals in een klomp vangt geen druk op en veroorzaakt sneller eelt.
      • Te platte schoenen zoals ballerina’s kunnen achillespeesproblemen veroorzaken.
      • Veiligheidsschoenen zijn geen zegen voor de voeten. In die schoenen is het warm en vochtig. Daardoor krijg je sneller zweetvoeten en schimmelinfecties. Dan kan een tweede paar helpen. Ook eelt en likdoorns ontstaan gemakkelijker door de stalen tip, zeker als je geen perfecte voeten hebt. Steeds meer mensen moeten echter werkschoenen dragen van de verzekering.
  • Niet iedereen heeft standaardvoeten. Sommige mensen hebben bredere of net smallere schoenen nodig. Er bestaan schoenmerken met schoenen in verschillende breedtes. Gewone schoenwinkels hebben vaak niet al die breedtematen in huis. Ga daarom beter naar een echte schoenenspeciaalzaak als je een aparte schoenmaat hebt.  

Verschenen op 17 juni 2016 met medewerking van Annick Pauwels, docent opleiding gespecialiseerde voetverzorger bij Syntra, bestuurslid Belgische Vereniging voor Gespecialiseerde Voetverzorgers (BVV)

Contacteer ons

Voor alle vragen over jouw ziekteverzekering

Bond Moyson Oost-Vlaanderen

09 333 55 00