Bloed en bloed geven

Zonder bloed kunnen we niet leven. Het heeft erg veel taken in ons lichaam. Veel kans dat je ooit in je leven bloed nodig hebt van iemand anders. Daarom is het erg belangrijk dat genoeg mensen af en toe bloed geven. Daarvoor kan je terecht bij  Rode Kruis-Vlaanderen. Dat zorgt ervoor dat alle donorbloed veilig is. Door één keer bloed te geven, kan je tot drie mensen helpen.

Wat

​Was is bloed?

Bloed is een dikke rode vloeistof, die voortdurend door ons lichaam stroomt. Een volwassen mens heeft 4 tot 6 liter bloed.

Wat doet bloed?

Bloed is een soort koerierdienst: het haalt overal in ons lichaam pakketjes op en levert ze ergens anders af. Onze bloedvaten vormen het wegennet. Het bestaat uit grote bloedvaten, die je kan vergelijken met autosnelwegen, maar die zich splitsen tot almaar kleinere bloedvaatjes. Zo komt het bloed tot in de verste uithoekjes van ons lichaam terecht. Ons hart is een motor: het pompt zonder stoppen het bloed door ons lichaam.

In bloed zitten verschillende soorten pakketjes.

  • Rode bloedlichaampjes geven aan bloed zijn rode kleur. Ze zijn zelf rood door de hemoglobine die ze bevatten. Dat is een vorm van ijzer waarmee zuurstof en koolzuur zich verbinden. Zo brengen ze zuurstof naar alle delen van je lichaam en voeren ze de afvalstof koolzuur weg.
    • Bloed met veel zuurstof in is helderrood. Dat heeft zuurstof opgenomen in de longen en stroomt van het hart weg in de slagaders.
    • Bloed met veel koolzuur in is donkerrood. Dat stroomt naar de longen en het hart toe in de aders.
      Op tekeningen van de bloedsomloop is zuurstofrijk bloed rood gekleurd, zuurstofarm bloed blauw. Dat wordt alleen gedaan om het onderscheid te maken. 'Blauw bloed' bestaat immers niet echt, toch niet bij mensen. Bloed lijkt soms blauw als je kijkt naar de aderen in bijvoorbeeld de binnenkant van je arm. Dat komt doordat je huid er bovenop ligt.
  • Witte bloedlichaampjes zijn een soort soldaatjes: ze vechten tegen allerlei ziektekiemen die ons lichaam binnendringen. We hebben er veel minder van dan van de rode bloedlichaampjes. Er bestaan verschillende soorten witte bloedlichaampjes, die allemaal hun eigen taken hebben.
  • Plasma bestaat bijna helemaal uit water, maar met allerlei stoffen erin. Zoals vitamines, mineralen, hormonen en voedingsstoffen.
  • Bloedplaatjes stoppen het bloeden wanneer je je verwond hebt en begint te bloeden. Dan plakken ze aan elkaar tot een prop, zodat je zo weinig mogelijk bloed verliest.

De bloedplaatjes, witte en rode bloedlichaampjes ontstaan uit stamcellen. Dat zijn speciale cellen in het beenmerg. Omdat al die soorten bloedcellen niet lang leven, maakt het beenmerg voortdurend nieuwe. Een beetje bloed verliezen is dus niet erg.
Verlies je ineens héél veel bloed, bijvoorbeeld door een verkeersongeval of een moeilijke bevalling, dan kan je doodgaan. Dat is ook zo als je een ernstige ziekte hebt die je bloed aantast. En ook als je chemotherapie krijgt tegen kanker. Die geneesmiddelen maken niet alleen de kankercellen kapot, maar ook bloedcellen, en vaak meer dan je lichaam op tijd kan vervangen. Gelukkig kunnen we in geval van nood bloed krijgen  van andere mensen, maar het moet wel bij ons eigen bloed passen.

Bloedgroepen

​Mensen hebben niet allemaal hetzelfde bloed. Er bestaan 8 verschillende bloedgroepen. Je erft je bloedgroep van je ouders, net zoals bijvoorbeeld de kleur van je ogen. Het verschil tussen de bloedgroepen zit hem in de zogenaamde antigenen, die wel of niet op de buitenkant van de rode bloedcellen zitten.
De bloedgroepen worden genoemd naar een combinatie van twee verschillende soorten antigenen.

  • A, B, AB of O
    • A: je hebt antigen A
    • B: je hebt antigen B
    • AB: je hebt antigen A én B.
    • O: je hebt geen van beide antigenen. Eigenlijk betekent O hier nul.
  • Resusfactor + of -
    De resusfactor is een tweede soort antigen. Iedere bloedgroep kan die resusfactor wel of niet hebben: je bent dus ofwel resuspositief (+) of resusnegatief (-).  85% van de mensen is resuspositief en slechts 15% resusnegatief.

Combineer je die twee soorten antigenen, dan kom je uit op 8 verschillende bloedgroepen:

  • O+ en O-
  • A+ en A-
  • B+ en B-
  • AB+ en AB-

Wanneer antigenen een indringer in je lichaam ontdekken, vallen ze die indringer aan en schakelen ze hem uit. Als je bloed zou krijgen van iemand met andere antigenen op zijn rode bloedcellen dan die van jou, dan zou dat ook gebeuren. Dat is levensgevaarlijk!  Als je bloed van iemand anders krijgt, moet dat dus passen bij jouw bloedgroep. Maar in de meeste gevallen moet het niet precies dezelfde bloedgroep zijn:

  • O- heeft helemaal geen antigenen. Iedereen kan het daarom krijgen. Maar mensen die zelf O- hebben, kunnen alleen O- krijgen.
  • AB+ heeft alle antigenen. Mensen met AB+ kunnen alleen geven aan andere mensen met AB+, maar ze kunnen zelf bloed krijgen van alle bloedgroepen.

Heb je dringend bloed nodig na bijvoorbeeld een verkeersongeval, dan is er doorgaans geen tijd om je bloedgroep te bepalen. Dan krijg je O-. Is er wel tijd genoeg, bijvoorbeeld voor een geplande operatie, dan wordt je bloedgroep vooraf bepaald en krijg je het bloed dat het beste bij het jouwe past. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bron: Rode Kruis-Vlaanderen

Bloed geven

​Sommige mensen gaan regelmatig bloed geven. We noemen ze bloeddonoren.

 Waarom is bloed geven belangrijk?  

Je helpt andere mensen door bloed te geven. Of redt zelfs hun leven.
Je hebt 70% kans om ooit in je leven bloed nodig te hebben, maar niet meer dan 3% van de Vlamingen geeft bloed. Bovendien moet elk jaar voor 1 op de 10 bloedgevers een opvolger gevonden worden. Er worden immers altijd mensen ziek of te oud, en  dan mogen ze geen bloed meer geven. Daarom zijn er elk jaar minstens 40.000 nieuwe bloedgevers ofwel donoren nodig. België koopt immers geen bloed in het buitenland. Dat mag ook niet. Alle donorbloed is afkomstig van landgenoten.

Niet alle bloedgroepen komen even vaak voor, maar toch zijn bloedgevers van elke bloedgroep even hard nodig.

  • O+ is de meest voorkomende bloedgroep. Daar raakt het Rode Kruis het gemakkelijkst aan, maar daarvan verbruikt men ook het meest.
  • AB- is de zeldzaamste bloedgroep. Daar is minder voorraad van nodig, maar het is ook veel moeilijker te vinden.

Hoe en waar kan je zelf bloed geven?

Rode Kruis-Vlaanderen doet de inzameling van bloed in ons land. 
  • Er zijn 11 vaste donorcentra van het Rode Kruis in Vlaanderen. Daar kan je op afspraak bloed, maar ook plasma of bloedplaatjes gaan geven. 
  • In vele gemeentes in Vlaanderen komt het Rode Kruis minstens vier keer per jaar langs voor een inzameling. Het richt dan een tijdelijke afnamezaal in, bijvoorbeeld in een sporthal. Zo hoef je nooit ver te rijden en kan je bijvoorbeeld na je werk snel in je eigen buurt bloed geven.  

Mag iedereen bloed geven?

Neen.
  • Je moet ten minste 18 jaar en mag ten hoogste 66 jaar oud zijn wanneer je voor het eerst bloed gaat geven. Ben je goed gezond, dan mag je doorgaan tot je 71ste verjaardag.
  • Het Rode Kruis is heel erg streng bij de keuze van de donoren: het bloed moet niet alleen 100% gezond en veilig zijn voor degene die het krijgt, het moet ook 100% veilig zijn voor de donor om bloed te geven. Dat controleert het Rode Kruis voor je bloed geeft. Niet alleen de allereerste keer, maar élke keer wanneer je bloed komt geven.
    Sommige mensen mogen een tijdje of definitief geen bloed geven. Er zijn verschillende redenen mogelijk. Bijvoorbeeld, als je onlangs een reis hebt gedaan naar een land waar je een gevaarlijke besmettelijke ziekte kan oplopen, mag je enkele weken of maanden geen bloed geven. Heb je ooit kanker gehad, dan mag het zelfs helemaal niet. 

Hoe gebeurt bloed geven?

Dat gaat iedere keer zo:
  • Je registreert je met je elektronische identiteitskaart.
  • Je vult een vragenlijst in.
  • Je hebt een gesprek met een dokter over de antwoorden op je vragenlijst. Hij controleert ook je pols, bloeddruk en gewicht. Geeft de dokter je groen licht, dan mag je meteen daarna bloed gaan geven.   

Tip!

Je kan je online registreren als nieuwe donor op de website van het Rode Kruis: www.rodekruis.be/bloed. Daar vind je alle informatie. Je kan er ook online een donorzelftest doen om te weten of je geschikt bent als (nieuwe) donor.  

Hoe lang duurt het?

Met de voorbereiding erbij ben je een uurtje bezig. De bloedafname zelf duurt maar 10 minuten.  

Doet het pijn?  

Helemaal niet. De verpleegkundigen die prikken zijn echte specialisten in hun werk. Ze zijn er speciaal voor opgeleid en niemand anders mag het in hun plaats doen, ook geen andere verpleegkundige of dokter. Het is de minst leuke kant, maar je voelt het amper. Je krijgt maar één prikje.  

Wat gebeurt er met je bloed?

Een klein beetje bloed wordt apart gehouden. Het wordt getest, maar alleen op alles wat van belang is voor de veiligheid van het bloed voor wie het krijgt.  Zoals de bloedgroep en een aantal besmettelijke ziekten: hiv, hepatitis B en C. Het Rode Kruis test je bloed bijvoorbeeld niet op cholesterol, omdat dat voor de veiligheid van de ontvanger niet belangrijk is.
Vindt Rode Kruis-Vlaanderen tijdens de test iets abnormaals, dan krijg je achteraf wel een brief om mee naar je eigen dokter te gaan. Bijvoorbeeld, heb je erg veel witte bloedcellen, dan kan dat betekenen dat je lichaam een ziekte aan het bestrijden is zonder dat jij het zelf weet. Krijg je geen brief, dan was alles in orde met het bloed dat je toen gegeven hebt. 


Als de tests goed waren, dan wordt de rest van je bloed in het laboratorium van het Rode Kruis verwerkt. De verschillende onderdelen worden van elkaar gescheiden en apart bewaard. Alleen de witte bloedcellen worden meestal niet gebruikt.
Wie bloed nodig heeft, krijgt namelijk geen volbloed, maar een of meer van die onderdelen. Niet iedereen heeft hetzelfde onderdeel nodig.

Hoe vaak mag je bloed geven?

  • Je mag maar 4 keer per jaar bloed geven. Tussen twee beurten in moeten tenminste 62 dagen zitten. Je lichaam moet immers tijd genoeg hebben om weer genoeg rode bloedcellen te maken.
  • Je kan ook bijkomend plasma of bloedplaatjes geven. Je geeft dan bloed, maar krijgt je eigen rode bloedcellen meteen terug. Dat mag je elke 14 dagen doen. Daarvoor moet je wel naar een donorcentrum. Het duurt ook iets langer dan bloed geven, maar omdat je op afspraak komt, moet je nooit lang wachten op je beurt.

    Waarom alleen plasma?
    • Voor plasma speelt de resusfactor niet mee, alleen A, B, AB of O zijn van belang.
    • Plasma bewaart het langst.
    • Het wordt niet alleen gebruikt om aan mensen te geven die het nodig hebben, maar ook om allerlei levensreddende producten van te maken, zoals medicatie tegen bloedarmoede.

Hoeveel bloed ben je kwijt?  

  • De eerste keer geef je max 450 ml: 1 eenheid rode bloedcellen en 1 eenheid plasma. Daarna mag het wat meer zijn: 470ml: bloedcellen, plasma en bloedplaatjes.
  • Geef je alleen plasma: tot 650 ml. Dat bestaat vooral uit vocht, en je voelt het achteraf minder. Bovendien krijg je ook een infuus met vooral vocht. De vitamines en mineralen die je kwijt bent, krijg je uit je voeding snel weer terug.

Voor en na bloed geven

Voor je bloed gaat geven eet je best een lichte maaltijd, niets vettigs wat op je maag kan liggen. Je moet er helemaal niet nuchter voor zijn. Liefst niet zelfs, want met een lege maag val je gemakkelijker flauw tijdens het bloed geven. Drink vooraf ook genoeg water.
Daarna mag je alles eten. Vlak erna drink je best geen alcohol. Diezelfde dag doe je beter ook geen zware lichamelijke inspanningen meer, zoals een zware sporttraining.  

Word je ervoor betaald?

Neen, dat mag niet van de wet. Je krijgt wel een kleine attentie. Wanneer je bloed gaat geven is er ook altijd wat te eten en te drinken. Maar een belangrijkere motivatie is: weten dat je andere mensen daarmee helpt, misschien zelfs hun leven redt.  

Hoelang bewaart donorbloed?

  • Rode bloedcellen: 42 dagen in een koelkast 
  • Plasma: 1 jaar in de diepvries
  • Bloedplaatjes: 5 dagen op 22°C. Bovendien moeten ze voortdurend in beweging gehouden worden in een bewaarvloeistof. 

Wie krijgt je bloed?

  • Kankerpatiënten die chemotherapie krijgen. Hun bloed wordt aangetast door de chemo. Ze hebben donorbloed nodig om de behandeling te doorstaan. Vooral rode bloedcellen en bloedplaatjes. 
  • Mensen die veel bloed verloren hebben, bijvoorbeeld tijdens een bevalling of een verkeersongeval. 
  • Mensen met een ziekte die het bloed aantast.
 

Meer info vind je op de website www.rodekruis.be

Verschenen op 21 september 2017 met medewerking van Olivier Stalmans, Relatiebeheerder Rode Kruis - Vlaanderen

Contacteer ons

Voor alle vragen over jouw ziekteverzekering

Bond Moyson Oost-Vlaanderen

09 333 55 00