Testen en onderzoeken

​Wanneer je voor de eerste keer zwanger bent wordt een programma van 10 raadplegingen aanbevolen. Was je al zwanger zonder complicaties, dan volstaan 7 raadplegingen.

 

Zorgverleners

 

Tijdens de eerste consultatie zullen de zorgverleners je vertellen welke onderzoeken en screenings er mogelijk en aan te raden zijn. Dit kan verschillen naar gelang je leeftijd en medisch profiel. Wordt er een meerlingenzwangerschap vastgesteld, dan wordt je meestal vaker op controle verwacht. De groei en ontwikkeling van je baby’s worden dan extra in de gaten gehouden.

 

Omdat niet iedere afwijking gedetecteerd kan worden, maar ook omdat iedere test een kleine foutmarge heeft, brengen screeningsonderzoeken niet alle afwijkingen aan het licht. Screeningsonderzoeken geven dus een indicatie, maar geen absolute zekerheid over de gezondheidstoestand van je baby.

 

Blijkt uit een van de screeningsonderzoeken dat je arts of vroedvrouw zich zorgen maakt over de gezondheidstoestand? Neem dan voldoende tijd om hierover te praten. Maak eventueel een extra afspraak zodat je nog bijkomende vragen kan stellen.

 

Klinisch onderzoek

 
  • Bloeddruk. Je bloeddruk wordt bij elke raadpleging gemeten. Een hoge bloeddruk (hypertensie) is immers een belangrijke risicofactor.  

  • Gewicht. Bij de eerste consultatie wordt je BMI bepaald. Te mager (< 18) of te zwaar (> 35) zijn, wordt als een risicofactor beschouwd. Tijdens elke volgende raadpleging wordt je gewogen om na te gaan of je niet te veel of te weinig bijkomt. 

  • Fundushoogte meten. Vanaf 24 weken wordt de hoogte van je baarmoeder gemeten. 

  • Ligging van de baby. Vanaf 36 weken wordt dit met bepaalde handgrepen nagegaan.

 

Urine en bloedonderzoek

 

Tijdens elke raadpleging wordt je urine gecontroleerd. Het opsporen van bacteriën kan aangewezen zijn, zeker op de eerste raadpleging.

 

Telkens wordt met een dipstripje de aanwezigheid van eiwit in de urine getest. In combinatie met een verhoogde bloeddruk kan zo het risico ingeschat worden op pre-eclampsie, in de volksmond gekend als zwangerschapsvergiftiging.  

 

Bij de eerste bloedafname wordt je bloedgroep, rhesusfactor, aanwezigheid van afwijkende antistoffen, ijzerreserve, bescherming tegen rubella (rode hond), toxoplasmose (kattenziekte) en cytomegalovirus (CMV) bepaald.

 

Afhankelijk van je persoonlijk dossier zal er later in de zwangerschap nog (enkele keren) bloed afgenomen worden: bv. voor de triple test, onderzoek naar zwangerschapsdiabetes,…(zie verder)

 

Technische onderzoeken

 
  • Echografie is een niet pijnlijk en onschadelijk onderzoek dat door middel van onhoorbaar (“ultrasoon”) geluid de baby in beeld kan brengen. Normaal wordt door het RIZIV één echografie per zwangerschapstrimester (dus drie in totaal) terugbetaald, tenzij je dokter oordeelt dat er meer nodig zijn (bijvoorbeeld bij een meerlingenzwangerschap). Een eerste echografie vroeg in de zwangerschap gebeurt om de juiste zwangerschapsduur te bepalen en voor de opsporing van een meerling. Bij de echografie tussen 18 en 22 weken zoekt men naar de aanwezigheid van anatomische afwijkingen. Rond 36 weken kan een echo aan te bevelen zijn bij twijfel over de groei of ligging van de baby of bij een laaggelegen placenta.   

  • Bij elke raadpleging wordt met een “doptone” naar de harttonen van de baby geluisterd.

 

Opsporing van het Downsyndroom en andere aangeboren afwijkingen

 

Wanneer je het risico op aangeboren afwijkingen, zoals het syndroom van Down, wil opsporen, dan moet je dat met je arts vooraf bespreken.  De voor- en nadelen van een test en de eventuele gevolgen hiervan moeten gekend zijn. Er zijn 4 onderzoeken beschikbaar: de nekplooimeting, de tripeltest, de combinatietest en de NIPT.

 
  • De nekplooimeting. Tijdens de echografie tussen 11 en 14 weken kan de nekplooi van de foetus worden gemeten. Vochtophoping in de nek van de foetus wijst op een verhoogde kans op een chromosoomafwijking of een hartafwijking.

  • De tripeltest. Bij de tripeltest wordt in het bloed van de moeder de concentratie van 3 stoffen bepaald. De tripeltest gebeurt tussen 14 tot 20 weken.

  • De combinatietest is de meest effectieve. De test gebruikt de gegevens van de nekplooimeting en een bloedtest. In combinatie met je zwangerschapsduur en je leeftijd wordt de kans op een afwijking berekend. Deze test gebeurt tussen 11 en 14 weken.

Indien het resultaat van de combinatietest eerder hoog is (hoger dan 1 op 250), dan zal er waarschijnlijk worden voorgesteld om over te gaan tot een vlokkentest of vruchtwaterpunctie. Deze testen bieden zekerheid over het genetisch materiaal van de baby. Deze test geeft een risico op een miskraam van ongeveer 1 op 200.

  • Daarnaast kan er ook overgegaan worden tot een NIPT (niet-invasieve prenatale test). Deze veilige test gebeurt rond 12 weken zwangerschap. De test spoort met 99 % zekerheid het syndroom van Down op. Aan de hand van een gewone bloedafname bij de moeder wordt er gekeken naar het DNA van de baby.

Wanneer de NIPT een verhoogd risico aangeeft, wordt er een vruchtwaterpunctie uitgevoerd om het resultaat te bevestigen.

Je krijgt een terugbetaling van ons ziekenfonds voor de NIPT. Lees er hier meer over (klik door naar 'NIPT').

Opsporing van zwangerschapsdiabetes

 

De opsporing van zwangerschapsdiabetes is aan te bevelen tussen 24 en 28 weken.

 

Door middel van de “challenge test” kan opgespoord worden of er een verhoogd risico is op zwangerschapsdiabetes. Eén uur na het drinken van een 50 gram suikeroplossing wordt in het bloed het glucosegehalte gemeten. Men hoeft niet nuchter te zijn op het moment van de test. Indien er vermoed wordt dat er sprake is van zwangerschapsdiabetes zal er nadien een tweede test gebeuren: de 'orale glucosetolerantietest'. Bij de 'orale glucosetolerantietest' wordt er nuchter 100 gram suikeroplossing gedronken. Gedurende vier uur wordt er telkens om het uur bloed genomen. Op die manier krijgt de arts een duidelijk beeld over de verwerking van de grote hoeveelheid glucose door je lichaam. Bij te hoge waarden wordt de diagnose zwangerschapsdiabetes gesteld.

 

Soms wordt een test in één stap gebruikt. Hierbij moet je ongeveer 75 gram suikeroplossingen drinken in nuchtere toestand en zal er 3 keer bloed worden afgenomen.

 

Opsporen van infectie met groep B Streptokokken (GBS)

 

Groep-B-streptokokken is een bacterie die kan voorkomen in de vagina en in het laatste deel van de darm. Ongeveer 20% van de zwangere vrouwen test hier positief op. Zowel buiten als tijdens je zwangerschap is deze bacterie ongevaarlijk voor jou en je ongeboren baby. Enkel bij een vaginale bevalling kan de bacterie doorgegeven worden aan je baby en een gevaarlijke infectie veroorzaken (2 op 1000 bevallingen). De infectie kan onmiddellijk of tot 3 maanden na de bevalling optreden. Daarom worden alle zwangere vrouwen op het einde van hun zwangerschap gescreend op groep B streptokokken. Als deze screening positief is, dan krijg je tijdens de arbeid een antibioticabehandeling om je baby tegen de infectie te beschermen.   

 

Vlokkentest en vruchtwaterpunctie

 

Een vlokkentest en vruchtwaterpunctie zijn geen standaard screeningsonderzoeken. Je arts zal dit voorstellen als een eerder screeningsonderzoek een verhoogd risico aantoonde (bijvoorbeeld de combinatietest) of als er een medische reden is om dit extra onderzoek te doen. Neem voldoende tijd om dit met je arts te bespreken. 

 

Bij een vlokkentest wordt onder echografische geleiding via de vagina of via de buikwand een staal “vlokken” genomen van de moederkoek (placenta). Deze test wordt tussen de 10de en de 13de week van de zwangerschap uitgevoerd. Nadien is de ingreep technisch moeilijker. Afhankelijk van de onderzoeken is de uitslag gekend na drie dagen tot drie weken. Bij deze test moet rekening gehouden worden met een kans van 1% op een miskraam.

 

Bij een vruchtwaterpunctie (14-16 weken zwangerschap) wordt onder echografische begeleiding via de buikwand een kleine hoeveelheid vruchtwater afgenomen. De volledige uitslag kan enkele weken in beslag nemen, maar meestal is de uitslag van de belangrijkste chromosomen al na enkele dagen bekend. Bij deze ingreep is de kans op een miskraam als gevolg van de ingreep iets minder dan 1%.

 

Meer lezen over testen en onderzoeken tijdens de zwangerschap kan op www.prenatalediagnose.be

Contacteer ons

Voor alle vragen over jouw ziekteverzekering

Bond Moyson Oost-Vlaanderen

09 333 55 00