Baby groeit

De ontwikkeling en groei van je baby wordt nauw opgevolgd. Bij elk bezoek aan het consultatiebureau wordt je kind gemeten, gewogen en opgevolgd. Deze metingen worden dan uitgezet op een groeicurve. Hoe gaat dit precies in zijn werk?

 

Het duurt 18 tot 24 jaar vooraleer je kind zijn volwassen lichaamslengte zal hebben. Maar het meeste groeiwerk gebeurt tijdens de eerste 2 levensjaren. Niet voor niets spreekt men van een “groeispurt”. In het consultatiebureau wordt de groei van nabij opgevolgd. Het lichaamsgewicht, de lichaamslengte en de hoofdomtrek van je baby worden regelmatig gemeten. Gewicht en lengte worden uitgetekend op een grafiek, de zogenaamde groeicurve. Deze curve toont hoe de lengte en het gewicht van je baby zich verhouden tot de leeftijdsgenootjes. De hoofdomtrek vormt een goede maat voor de herseninhoud en dus voor de hersengroei van je kind.

Al deze gegevens worden opgetekend in het gezondheidsboekje van Kind en Gezin. Dit persoonlijke gegevensboekje over de ontwikkeling van je kind houd je best goed bij, want het bevat informatie die ook op latere leeftijd nuttig kan zijn.

Hoe?

​Op de horizontale lijn zoek je de leeftijd van je baby, op de verticale lijn zet je het gewicht, de lengte of hoofdomtrek van je baby.

  • Het snijpunt van gewicht en leeftijd zegt iets over het gewicht van jouw baby ten opzichte van kinderen van dezelfde leeftijd. Bijvoorbeeld: 6,75 kg ligt op 5 maanden op de lijn van P50 (= percentiel 50). Dit wil zeggen dat 50 procent van de kinderen meer weegt dan jouw baby, maar ook 50% van de kinderen weegt minder. Weegt je baby op 5 maanden 7,25 kg, dan zit dit op de lijn van P75. Dit wil zeggen dat 25% van de kinderen meer weegt dan jouw baby, en 75 % minder.
  • Op dezelfde manier, zegt het snijpunt van lengte en leeftijd iets over de grootte van jouw baby ten opzichte van kinderen van dezelfde leeftijd en het snijpunt van hoofdomtrek en leeftijd iets over de hoofdomtrek van jouw baby.

Als je de curve van lengte en gewicht combineert, dan weet je of lengte en gewicht in een goede verhouding zitten ten opzichte van elkaar.

Bijvoorbeeld: een kindje dat op P90 zit voor lengte en op P90 voor gewicht, zal niet dik tonen. Dit is een kind dat in verhouding tot zijn lengte, het juiste gewicht heeft. De kans is ook groot dat dit kind veel meer eet ten opzichte van een kindje dat op P10 zit voor lengte en gewicht. Zit je baby op P10 voor lengte en P90 voor gewicht, dan zit er een groot verschil tussen lengte en gewicht en kan je zeggen dat dit buiten proportie is. Ook het omgekeerde is mogelijk, dat je baby groot is (P90) en weinig weegt (P10).

Je kan de groeicurven die gebruikt worden door Kind & Gezin bekijken en downloaden op http://www.vub.ac.be/groeicurven/groeicurven.html. Deze groeicurven kwamen tot stand na een langdurig respresentatief onderzoek bij Vlaamse kinderen en jongeren.

In 2006 publiceerde de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) groeicurven die zich specifiek richten op kinderen die borstvoeding krijgen. Deze curven kan je terugvinden in onze brochure ‘De eerste dagen borstvoeding’.

Probleem?

​Meestal volgen kinderen de curve waar ze bij de geboorte gestart zijn. Bij de volgende metingen zal gekeken worden of je baby ongeveer even snel groeit als de rest van zijn leeftijdsgenootjes. Deze leeftijdsgenootjes hebben dezelfde lengte en hetzelfde gewicht. Op die manier kunnen afwijkingen snel worden opgemerkt. Het is dus niet zo belangrijk op welke curve je baby zich bevindt, wel dat hij zijn curve goed volgt.

Focus je niet alleen op de getallen, maar kijk ook steeds naar de context. Is je baby vrolijk, gezond en actief? Dan hoef je niet ongerust te zijn als hij eens een beetje minder eet of wat minder bijkomt.  Het gemiddelde kind bestaat niet. Hou dus rekening met grote individuele verschillen tussen baby’s. Groei hangt immers niet alleen af van het groeihormoon. Familiale en erfelijke factoren spelen ook een rol. Als je als ouder klein van gestalte bent, hoef je niet verbaasd te zijn als je baby een de curve P10 of P25 volgt.

Gezondheidsprobleem?

Een groeicurve klimt vaak in kleine stapjes, maar vormt steeds een vloeiende, stijgende lijn. Een knik in de curve is een signaal dat je kind plots veel trager begint te groeien of stopt met groeien. De arts van het consultatiebureau zal in volgende situaties nader onderzoeken of je kindje geen gezondheidsprobleem heeft:
  • Als lengte en gewicht te ver uiteen liggen op de percentielcurven.
  • Als er een knik in de curve zit, dus als de percentielen verschuiven.
Voorbeelden:
  • Een plotse vertraging in de groei, een plotse vermagering.
  • Lengte daalt van P50 naar P3.
  • Een plotse versnelling in de groei of een plotse stijging in gewicht. Bijvoorbeeld gewicht van P10 naar P75.
  • De groei gaat teveel met schokjes gepaard en schommelt opvallend op en neer.
Kinderen die bij geboorte een heel laag geboortegewicht hebben, bijvoorbeeld prematuur geboren baby’s, kunnen een curve volgen die lager ligt dan P3. Hierdoor valt hun lengte en gewicht buiten de groeicurven. Dit is geen probleem, zolang hun gewicht en lengte geleidelijk aan stijgen. Hun lengte en gewicht zullen hun persoonlijke curve volgen, die onder de standaardcurven liggen. Ook voor hen is er geen probleem, tenzij de lengte en het gewicht te ver uiteen liggen of de curve een knik vertoont.

Contacteer ons

Voor alle vragen over jouw ziekteverzekering

Bond Moyson Oost-Vlaanderen

09 333 55 00