Brabbelen

Het eerste jaar wordt de ‘voortalige’ periode genoemd. Tijdens dit eerste jaar ‘spreekt’ je baby nog niet. Hij gebruikt nog geen woorden. Maar ook al spreekt je baby nog niet, toch kan je baby je al heel wat vertellen.

Huilen is de eerste woordenschat

Jouw baby communiceert in het begin vooral door te huilen. Door te huilen probeert hij te vertellen hoe hij zich voelt. Toch is het niet altijd gemakkelijk om te weten wat jouw baby precies bedoelt. Door jouw baby te observeren kan je proberen in te spelen op wat hij nodig heeft: een flesje, een knuffel, ... Naarmate je je baby beter leert kennen, zal je sneller merken wat je baby nodig heeft.

Alle baby’s huilen, en de ene al wat meer dan de andere. Huilen is een vorm van communicatie met de omgeving. Sommige baby’s hebben een huiluurtje, sommige baby’s wenen zichzelf in slaap. Huilen betekent niet noodzakelijk dat je iets verkeerd doet. Zorg ervoor dat je zelf rustig blijft.

Vanaf 6 weken

Enkele weken na de geboorte komen de eerste geluidjes uit het babymondje. Puur toeval, maar je baby zal wel proberen om deze klanken te herhalen. Vanaf zes weken begint jouw baby ook te glimlachen en zal hij geluidjes maken als teken van tevredenheid. Jouw baby vindt het fijn wanneer je terug glimlacht en reageert op de geluidjes.

Op twee à drie maanden begint je baby er pret in te krijgen om allerlei klanken uit te proberen. Nu is het moment gekomen om de klanken van je baby na te bootsen. Je zal merken dat je baby echt reageert als je hem nadoet. Het moedigt hem aan om klanken te herhalen. Lukt dit spelletje goed, dan kan je ook eens proberen of je baby jou zal trachten na te bootsen.

Je kan een gesprek starten met je baby door hem vragen te stellen. Las een pauze in zodat jouw baby kan reageren met een geluidje, een glimlach of een beweging met de handjes. Antwoord zelf ook om het 'gesprek' verder te zetten.

Tijdens deze periode produceert een baby ook klanken die niet in zijn eigen moedertaal voorkomen. Het vocaliseren is immers universeel. Alle baby’s uit alle landen vocaliseren in het begin op dezelfde manier. Langzamerhand beginnen ze echter meer vertrouwd te geraken met de klanken die ze dagdagelijks horen, en zullen ze enkel die klanken beginnen maken.

Vanaf 4 maanden

Tussen vier en zeven maanden leert je baby echt met zijn stem te spelen. Je baby raakt meer vertrouwd met de klanken uit zijn eigen moedertaal omdat hij deze dagelijks hoort. Je baby luistert steeds beter wanneer je tegen hem praat en probeert de klanken die je maakt na te doen. Langzaam wordt dit vocaliseren ingewikkelder, met intonatie en melodie van de moedertaal.

Vanaf vier maanden begrijpt een baby steeds meer hoe hij aandacht moet vragen en is hij steeds meer geïnteresseerd in anderen. Als hij geluidjes maakt, zal hij merken dat je daarop reageert. We praten vaak onbewust met een hoge, zangerige stem tegen baby’s. Dit is zeker geen toeval want baby’s blijken hier het liefst naar te luisteren.

Wanneer een baby zijn eerste geluidjes maakt en experimenteert met zijn stem is het belangrijk dat hij dit in een rustige omgeving kan doen. Een baby kan immers niet veel prikkels tegelijk verwerken. Op deze manier oefenen baby’s klanken: eerst de ‘eh en ah’ daarna ook de ‘uh en oh’. Baby’s leren dat ze via klanken contact kunnen maken. Baby’s leren al snel de regel van de beurtwisseling: zijn beurt afwachten om aan het ‘woord’ te komen. Aan de intonatie van jouw stem ontdekt je baby nu ook of je boos of blij bent.

Vanaf 7 maanden

Nu je je baby beter kent, krijg je de indruk dat je met je baby al hele gesprekjes kan voeren. Ook al begrijpt hij het niet wat je zegt, toch luistert hij en neemt hij de taal op.

Je baby maakt meer en meer opeenvolging van identieke of bijna identieke lettergrepen. Er komt meer variatie in geluidssterkte en intonatie. Je baby imiteert de taal die hij rond zich hoort.

Baby’s gaan vanaf dan ook steeds meer initiatief nemen in de communicatie met hun verzorgers. Lang voordat de eerste woordjes tot stand komen kan je baby al de betekenis van bepaalde klankgroepen begrijpen.

Spreek altijd traag en met veel nadruk tegen je baby. Gebruik eenvoudige woorden en herhaal heel veel. Je mag gerust af en toe zijn brabbeltaaltje nabootsen. Het zal hem aanzetten om terug te brabbelen, een voorganger op het samen praten.

Vanaf 9 maanden

Op deze leeftijd vinden baby’s het erg leuk om zaken aan te wijzen die benoemd worden. Je baby begint nu ook eenvoudige opdrachten te begrijpen en later ook uit te voeren. Je baby maakt gebaren, schudt het hoofd, wijst naar mensen of dingen, knikt en wuift.

Baby's krijgen ook meer interesse voor boekjes. Vertel wat je in het boekje ziet en bootst daarbij eventueel geluiden na of geef een korte uitleg. Ook versjes, liedjes en rijmpjes vinden kinderen van deze leeftijd zeer leuk. Zo wordt de passieve woordenschat tijdens het eerste jaar opgebouwd.

Baby's begrijpen dan veel meer woorden dan ze zelf kunnen uitspreken en gebruiken doelbewust gebaren en klanken om iets gedaan te krijgen en vinden het leuk om klanken te imiteren. Door de reactie van volwassenen op hun klanken, worden ze gestimuleerd deze klanken te herhalen. De klanken worden ook steeds gevarieerder en rond de eerste verjaardag zullen de meeste kinderen hun eerste verstaanbare woordje zeggen.

Taalstimulatie 

Wij geven je nog enkele tips om talig bezig te zijn met je baby:

  • Laat je kind spelen in een rustige omgeving, waarbij je de aandacht kan trekken met bepaalde geluiden zoals een rammelaar, een boekje, ... 

  • Praat met jouw baby, verwoord en benoem wat jouw baby probeert te vertellen. 

  • Reageer positief op de gelaatsuitdrukkingen, bewegingen en geluidjes van jouw baby.  

  • Herhaling zet je baby aan tot nabootsing. Stimuleer je baby om aandacht te hebben voor klank, taal en communicatie door zijn geluiden na te bootsen.

Lees meer over de eerste woordjes.

Bron: Taalontwikkeling, stap voor stap, Inge Zink, Hans Smissaert, 2009, Vlaamse vereniging voor logopedisten.

Contacteer ons

Voor alle vragen over jouw ziekteverzekering

Bond Moyson Oost-Vlaanderen

09 333 55 00