Je baby leert kruipen

'Mijn dochtertje van 7 maanden verplaatst zich op haar zitvlak over de grond, maar wanneer zou ze moeten overgaan op kruipen?'

Wanneer?

Zoals elke stap in de ontwikkeling van je kindje, gebeurt ook kruipen pas als je kindje er klaar voor is. Meer bepaald, als de hersenen er klaar voor zijn. Dat moment ligt ergens tussen 6 en 10 maanden.

Sommige baby’s starten vroeger, andere later:

  • 8 % begint te kruipen op de leeftijd van 5 maanden

  • 6 % begint te kruipen op de leeftijd van 10 maanden

Een heel klein percentage slaat het kruipen over. Zij gaan van omrollen of op het zitvlak schuiven, direct over op lopen. Erg is dat niet. Ook zij ontwikkelen een manier om zich te verplaatsen. Daarmee doen ze hetzelfde als hun kruipende leeftijdsgenootjes. Ze ontdekken hun omgeving op een zelfstandige manier.

Tussen 9 en 12 maanden wordt het kruipen sneller en efficiënter. Sommige baby’s bereiken best hoge snelheden. Opletten geblazen dus, want voor je het weet verlies je je kleintje uit het oog!

Kruipen is goed voor:

  • het coördinatievermogen

  • de armspieren

  • de heupen

  • de motorische ontwikkeling

Stimuleren

​Er bestaan verschillende manieren om het kruipen te stimuleren:
  • Bied je kindje de kans om te oefenen. Zorg voor voldoende plaats en maak tijd vrij om het kruipen aan te moedigen.
  • Zet je baby niet de hele dag in een zitje. Een paar uur speeltijd op een speelkleed is echt een must.
  • Bij elke stap in de goede richting geef je een complimentje.
  • Kruipen kan je ook uitlokken. Leg iets spannend/blinkend/bewegend buiten bereik. Als je baby het graag wil hebben, zal hij proberen zich te verplaatsen in de richting van het voorwerp.
Respecteer het tempo van je kindje. Sommige baby’s zullen eerst achterwaarts schuiven voor ze door hebben hoe ze zich voorwaarts moeten verplaatsen. Dit kan erg frustrerend zijn voor je baby. Hevige emoties en woedeaanvallen zijn niet uitzonderlijk. Blijf rustig en probeer het later gewoon nog een keer.

Snelle kinderen, slimme kinderen?

Soms denkt men dat kinderen die vroeg kruipen en lopen verstandiger zijn dan trage kinderen. Dat is een misvatting. Snelle baby’s worden niet noodzakelijk intelligente kinderen en langzame baby’s geen minder intelligente kinderen. Alleen wanneer de ontwikkeling abnormaal traag verloopt, kan er ook een verstandelijk probleem aanwezig zijn. Als je hierover twijfelt vraag je best een gesprek aan met de arts van het consultatiebureau in je buurt.

Advies en informatie

Maak je je zorgen over de motorische ontwikkeling van je kindje? Raadpleeg dan de huisarts of kinderarts.

Meer informatie (met o.a. tips en filmpjes) vind je op www.kindengezin.be.
 

Veiligheid

​Kruipen is een belangrijke mijlpaal in de ontwikkeling van je baby. Want vanaf dit ogenblik is je kind niet meer beperkt in de ruimte en wordt bewegen een doel op zich. Alles wordt onderzocht, vastgepakt en in de mond gestopt. Stilaan is er niets nog veilig voor de grijpgrage, nieuwsgierige rondkruipende onderzoeker.

Als ouder schenk je liefst extra aandacht aan de veiligheid van je kindje. Tijd dus voor het traphekje, het afsluiten van stopcontacten en het zorgvuldig opbergen van scherpe kleine voorwerpen.

Woonkamer

In elke woning en in elke kamer kunnen er gevaren schuilen, ook in een gezellige woonkamer. Als we deze gevaren niet (her)kennen, kunnen er onveilige situaties ontstaan. Het is belangrijk dat elke kamer wordt aangepast aan de leeftijd van het kind.
 
  • ​Meubelen met scherpe hoeken krijgen afgeronde hoekbeschermers. Ze staan best ook niet in de weg van kinderen die leren lopen.
  • Let op met breekbare voorwerpen, plaats ze eventueel wat hoger in de kamer.
  • De open haard en de kachel wordt afgeschermd.
  • Glazen deuren zijn bij voorkeur uit veiligheidsglas en altijd duidelijk aangegeven, bijvoorbeeld met gekleurde strips.
  • Tapijten mogen niet los op de vloer kunnen glijden en hoeken krullen niet om.
  • Elektrische snoeren (van radio, TV, …) kronkelen niet over de vloer.
  • Plaats de box niet naast de verwarming.
  • Leg geen tafelkleed waar het kind kan aan trekken (tip: placemats).
  • Laat geen hete dranken binnen het bereik van het kind staan.
  • Wanneer er niet gespeeld wordt, slingert het speelgoed niet rond op de grond, maar bevindt het zich bij voorkeur in een afzonderlijke speelhoek.
  • Kleine stukjes, zoals kralen, lucifers, spelden, muntstukken, breinaalden, gebruikte asbakken, … worden buiten bereik van de kinderen opgeborgen.

Keuken

De keuken is en blijft de gevaarlijkste plaats in huis voor ongevallen en verwondingen bij kleine kinderen. Je laat er dan ook best je kinderen geen seconde alleen. Ook in de keuken is het aan te raden om de risicofactoren in kaart te brengen. Onderstaande checklist kan je daarbij helpen.
 
  • Grendel de ovendeur goed af.
  • Schoonmaak- en afwasproducten staan buiten het bereik van het kind, hebben bij voorkeur een veiligheidsdop en worden steeds in de originele verpakking bewaard.
  • Messen, vorken, scharen, aanstekers, … worden na gebruik onmiddellijk veilig weggeborgen.
  • Scherven en blik worden onmiddellijk verwijderd.
  • De vuilnisbak is goed afgesloten.
  • Elektrische keukenapparaten worden niet bediend door kinderen.
  • Huishoudtoestellen staan buiten het bereik van kinderen.
  • Het snoer van de frietketel hangt niet langs de kast naar beneden.
  • De stelen van pannen en potten op het fornuis zijn steeds naar binnen toe gekeerd.
  • Heet water of water met zeep blijft buiten het bereik van de kinderen.
  • Laat geen plastic tassen rondslingeren: kinderen kunnen erin verstikken.

Kelder, garage en trappen

De meest voorkomende ongevallen thuis zijn valongevallen (2 op 3). In de helft van deze gevallen gaat het om een valongeval van een bepaalde hoogte, nog eens een kwart valt van de trap.
 
  • De kelder, garage of trap(hal) is geen speelplaats.
  • ​De kelderdeur is steeds op slot en draait bij voorkeur naar buiten open.
  • De motor van de wagen blijft nooit stationair draaien in de garage.
  • De kantelpoort van de garage valt niet te snel of plots dicht.
  • Gereedschappen en onderhoudsproducten staan veilig en buiten bereik opgeborgen.
  • Trappen hebben bij voorkeur gesloten treden en hebben altijd een trapleuning.
  • Bovenaan de trap staat een hekje: het is minimaal 75cm hoog, de afstand tussen de spijlen in 4.5 – 6.5 cm.
  • Sluit het traphekje als je de ruimte verlaat.
  • Een gladde trap bekleed je best met een antislipmat.
  • Trapbekleding is stevig bevestigd en komt nergens los.
  • De trap is goed verlicht en er is een trapleuning aanwezig.
  • De trap is geen opbergruimte en hou je dus best vrij.

Contacteer ons

Voor alle vragen over jouw ziekteverzekering

Bond Moyson Oost-Vlaanderen

09 333 55 00