Waterspelletjes in bad


Baby’s die al gewoon zijn om in bad te gaan, beleven veel plezier aan hun bad momentje. Wat ze niet beseffen is dat dit badmoment hun eerste voorbereiding op zwemmen is. Een bad nemen is voor een baby een belangrijke stap in watergewenning.

Door dit plezierig en gemoedelijk te laten verlopen, leren kinderen geen angst te hebben voor water. Lees daarom ook zeker onze tips voor de eerste watergewenning.

De meeste waterspelletjes zijn zo eenvoudig dat je ze zelfs niet hoeft uit te leggen. Wellicht ken je er al een aantal, maar afwisseling kan nooit kwaad.

0 – 3 maanden

In normale omstandigheden mogen baby’s al vanaf de eerste dag genieten van een badje. Voor baby’s is water een heel vertrouwde omgeving, negen maanden lang vertoefden ze in water. Maar een baby kan zijn aangeboren liefde voor water ook verliezen. Bijvoorbeeld als het badje steeds een gejaagd moment is, als er te vaak water in zijn oogjes komt, ... Gelukkig kunnen we met wat rust en aandacht kinderen leren zich vertrouwd te voelen in water.

Voor pasgeborenen gebruik je best een babybadje of een bademmer. Daar voelt een kleine baby zich vertrouwd in. Voor zeer jonge baby’s is het zeker niet nodig om dagelijks te baden, tweemaal per week is voldoende.

Tijdens de eerste maanden is het voor een baby een heel plezier om te plonzen, spetteren en spartelen in zijn kleine babybad. Eerst met ondersteuning van jou, later langzaam aan meer zelfstandig.

Vanaf ongeveer 10 weken kan het babybadje te klein beginnen worden. Plonzen, spetteren en spartelen, lukt dan niet meer zo goed. Je kan dan de overstap maken naar het grote bad, eventueel met een badstoeltje.

Vanaf 3 maanden

Voor een baby heeft een badkuip de grootte van een zwembad. Het grote bad lijkt immens tegenover het kleine babybadje. Als je baby voor het eerst in het grote bad gaat, zorg dan dat je hiervoor voldoende tijd neemt zodat het rustig kan verlopen. Veiligheid en plezier moeten hand in hand gaan. Zorg daarom dat je je baby nooit alleen laat in bad. Hou steeds in het oog he je baby reageert op de waterspelletjes. Als je merkt dat je baby het niet leuk vindt, stop dan met de spelletjes. 

Waterwieg:

  • Leg je baby met zijn rug in het water.

  • Zet je naast het bad op je knieën en leun voorover in het bad.

  • Leg je hand ter ondersteuning onder je baby zijn nek en hoofd.

  • Til het hoofd van je baby lichtjes op en beweeg je arm naar voor en achter.

  • Je baby wiegt van voor naar achter op je arm.

(Hoge) golven of fonteinen

  • Hou de douchekop onder water met de sproeikant naar boven.

  • Zet de kraan zachtjes open zodat er kleine fonteinen net boven water komen. Let op dat er niet te veel water uit de sproeikop komt, want dan zal je het plafond van je badkamer moeten afdrogen.

  • Je kan ook kleine fonteinen maken door met je handen op het wateroppervlak te slaan.

Variatie
  • Haal de sproeikop van de waterslang en hou de waterslang horizontaal tegen de kant van het met de spuitmond net onder en net boven het wateroppervlak.

  • Zet de kraan zachtjes aan.

  • Op het wateroppervlak ontstaan nu kleine golven.

Waterval en regendouche

Ook zonder bad kan je je baby laten wennen aan water. Als je je douchebak kan afsluiten, kan je in de douchebak een beetje water laten lopen en die als bad laten dienen. Een inloopdouche kan meestal niet afgesloten worden, maar dan kan je wel met de douchekop wat waterspelletjes doen.

Bijvoorbeeld:

  • Laat met een zachte straal wat water over het hele lichaam van je baby lopen.

  • Begin bij de voeten, ga zachtjes naar de benen, de buik, dan de armen, rug en tenslotte over de achterkant van het hoofdje van je baby .

  • Zorg dat je zijn hoofdje wat schuin naar achter houdt, zodat er geen water in zijn ogen loopt.

Doe dit rustig en hou steeds contact met je baby, zodat je meteen merkt als hij het niet meer leuk vindt. Variatie: met een bekertje water opscheppen en dit water rustig uitscheppen op dezelfde manier als de douchekop.

Water scheppen

Zodra je baby een bekertje kan vasthouden, beleeft hij reuzenpret aan het scheppen en uitgieten van water. Hij kan er uren mee doorgaan: scheppen, uitgieten, scheppen, uitgieten, …

Buik’zwemmen’

  • Zet je samen met je baby in bad (goed gevuld).

  • Draai hem van zijn rug op zijn buik, maar blijf hem goed ondersteunen onder zijn armen en borstkas.

  • Open vervolgens je handpalmen en laat je baby rusten op je handpalmen.

  • Zorg dat je handpalmen altijd blijven contact houden met de armen en borstkas van je baby, maar grijp niet met je handen.

  • Beweeg je handpalm zachtjes naar voor en naar achter.

  • Je baby beweegt rustig mee en heeft het gevoel te ‘zwemmen’.

Buikspartelen

Als je baby ouder wordt en zich zelfstandig kan opduwen op zijn armen, kan je hem ook in bad even op zijn buik leggen. Zorg er wel voor dat je altijd in de buurt bent want zelfs 1 cm water kan zeer gevaarlijk zijn voor je baby.

  • Leg je baby in een weinig gevuld bad op zijn buik.

  • Streel hem stevig over zijn rug, armen en benen.

  • Geef zijn voetzolen wat steun met je handen of met je opgetrokken benen (als je mee in bad zit).

  • Je baby zal nu beginnen trappelen.

Contacteer ons

Voor alle vragen over jouw ziekteverzekering

Bond Moyson Oost-Vlaanderen

09 333 55 00