Zelfvertrouwen

'Mijn zoon van 8 is echt onzeker. Vaak denkt hij dat hij iets niet kan, hoewel het meestal toch goed afloopt als hij het probeert. Hoe kan hij meer zelfvertrouwen krijgen?'

 

​Zelfvertrouwen ontstaat door het beeld dat een kind van zichzelf heeft. Een kind moet weten dat hij iets waard is. Waardering van de ouders speelt een grote rol in het ontstaan van dit zelfbeeld. Een kind dat het idee heeft niets waard te zijn in de ogen van zijn ouders zal geen groot zelfvertrouwen tonen. Niet enkel ouders hebben een invloed op het zelfvertrouwen van kinderen. Sommige kinderen worden geboren met wat meer zelfvertrouwen dan andere kinderen. 

Nu, het is niet de bedoeling je een schuldgevoel aan te praten. Vaak drukken ouders hun waardering te impliciet uit, of vergeten ze dat kinderen alles letterlijk interpreteren. Zo gebeurt het dat een zoon die door zijn moeder vaak “gekkerd” genoemd wordt, als koosnaampje, kan gaan denken dat zijn moeder hem gek vindt. 

Voor een positief zelfbeeld is het erg belangrijk je kind steeds complimenten te geven en te feliciteren. Negatieve puntjes stuur je bij door opbouwende feedback te geven. Belangrijk is dat je steeds erg duidelijk zegt welk gedrag je waardeert en waarom je dat gedrag waardeert. Bij minder goed gedrag zeg je welk gedrag je niet waardeert, waarom niet, en laat je meteen volgen welk gedrag je wel zou waarderen in deze situatie. 

Een voorbeeld

Je zoon heeft de afwas gedaan en de vloer helemaal nat gemaakt. Je zou kunnen zeggen: “oh nee, nu is de vloer helemaal nat”. Daardoor gaat je zoon denken dat je zijn gedrag niet apprecieert, dat hij toch niet kan afwassen. Hij zal zich misschien voornemen nooit meer af te wassen. Als je daarentegen zou zeggen:” waw, dank je, je hebt de hele afwas gedaan, dat bespaart me een hoop werk. Nu moeten we alleen die vloer nog even dweilen”, dan weet je zoon dat hij het goed gedaan heeft en zal hij de volgende keer letten op de vloer. 

Om het zelfvertrouwen te vergroten, zou je je kind kunnen aansporen die dingen te doen, waar hij denkt minder goed in te zijn. Na afloop kan je dan samen evalueren. 

  • Begin steeds met een felicitatie (“dat heb je goed gedaan”).
  • Overloop daarna de mindere aspecten aan de hand van opbouwende feedback (“hier moet je nog aan werken, dat kan je in het vervolg misschien zus of zo aanpakken”).
  • Stel zeker geen capaciteiten in vraag (“dat is echt niks voor jou”).
  • Oefen geen druk uit (“volgende keer moet het wel lukken, anders…”).
  • Maak je zoon duidelijk dat hij niet in alles goed kan zijn. Iedereen heeft goede en slechte eigenschappen. Doe dat vooral door telkens je appreciatie uit te drukken, en pas daarna te gaan kijken wat beter had gekund en hoe. 

Contacteer ons

Voor alle vragen over jouw ziekteverzekering

Bond Moyson Oost-Vlaanderen

09 333 55 00

Online advies

De Webnanny geeft gratis opvoedingsadvies via e-mail.