Bronchiolitis en RSV

Het RS-virus veroorzaakt elk jaar heel wat infecties van de luchtwegen. Voor de meeste volwassenen en kinderen verloopt die infectie zonder veel erg. Alleen bij kinderen jonger dan twee kan het ook bronchiolitis veroorzaken. Dat is een ontsteking van de kleinste luchtpijptakjes. Bronchiolitis geneest vanzelf, maar sommige baby’s moeten enkele dagen naar het ziekenhuis omdat ze moeite hebben met ademen.

Wat

Wat is RSV?

RSV (Respiratoir Syncytiaal Virus) is een virus dat luchtweginfecties veroorzaakt. Het is allesbehalve zeldzaam. Alle kinderen zijn er tegen hun derde verjaardag al mee in contact gekomen. Je kan er echter niet immuun voor worden. Net zoals met het verkoudheidsvirus kan je elk jaar opnieuw besmet worden, of zelfs meer dan één keer per seizoen. De meeste infecties gebeuren van oktober tot maart.

Bij volwassenen en bij de meeste kinderen veroorzaakt het virus niet meer dan de symptomen van een verkoudheid of keelontsteking. Alleen bij kinderen jonger dan twee jaar kan het ook bronchiolitis veroorzaken.

Wat is bronchiolitis?

​Bronchiolitis is een ontsteking van de fijnste luchtwegtakjes van de longen, de bronchiolen. Door de ontsteking gaat de binnenwand van die bronchiolen opzwellen en extra slijm produceren. Daardoor verstoppen de bronchiolen en wordt ademhalen lastig. Alleen baby’s en kinderen jonger dan twee jaar kunnen bronchiolitis krijgen, omdat hun luchtwegtakjes nog erg klein zijn en daardoor gemakkelijker verstoppen.

Je kan de longen grofweg vergelijken met een omgekeerde boom. De luchtpijp is de stam, die zich in twee grote takken splitst: de bronchiën. Die bronchiën vertakken zich tot almaar dunnere takjes. De allerkleinste twijgjes zijn de bronchiolen. Zij monden uit in de longblaasjes, de bladeren van de boom. De blaasjes nemen zuurstof op uit de lucht die we inademen en geven koolzuurgas weer af met de lucht die we uitademen.

RSV is de belangrijkste veroorzaker van bronchiolitis. Eén vijfde van alle kinderen die een RSV-infectie doormaken, krijgen ook bronchiolitis. Ook andere virussen kunnen bronchiolitis veroorzaken - zoals het griepvirus - maar RSV veroorzaakt doorgaans de hevigste symptomen.

Diagnose

Diagnose en onderzoek

  • Door de typische symptomen is het voor de dokter meestal meteen duidelijk dat het om bronchiolitis gaat.
  • Veel onderzoek is niet nodig. Soms wordt een neusslijmpje afgenomen. Dat wordt daarna onderzocht om te weten welk virus precies de bronchiolitis heeft veroorzaakt.
  • Is het ernstig, dan maakt men soms een longfoto om een longontsteking op te sporen of uit te sluiten.

Klachten

Wanneer RSV alleen lichte symptomen veroorzaakt, dan kan je de besmetting niet onderscheiden van een gewone verkoudheid of keelontsteking die door een ander virus veroorzaakt wordt.

Ontwikkelt de infectie zich verder tot bronchiolitis, dan worden de eerste symptomen erger en komen er andere bij die typisch zijn voor bronchiolitis. Dat gebeurt meestal van de derde tot de vijfde ziektedag.

  • De hoest wordt ernstiger.
  • Hogere koorts.
  • Een typische piepende ademhaling.
  • Soms kortademigheid:
      • Een baby ademt sneller dan normaal en trekt zijn buikje naarbinnen.
      • Het kindje drinkt veel minder, omdat het van drinken buiten adem raakt.
      • De hoeveelheid plasluiers vermindert.

Kortademigheid is een alarmsignaal, maar komt zeker niet altijd voor bij bronchiolitis.

Behandelen

Thuis

Raadpleeg zeker je huisarts of kinderarts wanneer je kindje de symptomen van bronchiolitis ontwikkelt.
Geneesmiddelen die het virus bestrijden bestaan nog niet, maar bronchiolitis geneest vanzelf. Ondertussen kan je best de symptomen verlichten en ervoor zorgen dat je kind goed kan blijven ademen, eten en drinken.

  • Laat je baby vaker kleine beetjes drinken.
  • Aerosollen of puffen met luchtwegverwijdende geneesmiddelen halen in de meeste gevallen niets uit.
  • Paracetamol mag tegen de koorts en de pijn.
  • Let goed op mogelijke alarmtekens, vooral van dag drie tot vijf.
  • Antibiotica hebben geen zin, omdat ze niet werken tegen virussen. Alleen wanneer het kindje een bacteriële infectie krijgt bovenop de RSV-infectie en bijvoorbeeld een longontsteking ontwikkelt, zijn antibiotica wel nodig. Dat merk je wanneer het kindje al aan de beterhand was, maar weer hoge koorts krijgt en terug zieker wordt.

In het ziekenhuis

Kindjes met ernstige symptomen zoals kortademigheid moeten naar het ziekenhuis. Daar worden ze ondersteund tot ze de infectie overwonnen hebben. Ze krijgen

  • extra zuurstof
  • een infuus of sondevoeding als ze door de kortademigheid niet meer kunnen drinken. 

Heel jonge baby’s hebben soms adempauzes door de infectie. Zij worden daarom preventief in het ziekenhuis opgenomen en verbonden met een monitor die de adempauzes detecteert.

Risicogroepen

Sommige kinderen lopen een hoger risico dan andere op het ontwikkelen van een ernstige bronchiolitis.

  • Baby’s jonger dan drie maanden.
  • Prematuurtjes die nog extra zuurstof nodig hebben.
  • Ex-prematuurtjes: baby’s die te vroeg geboren werden maar al thuis zijn.
  • Kinderen met een aangeboren hartafwijking.
  • Kinderen met een ernstige longaandoening, die daardoor langdurig nood hebben aan extra zuurstof.

Voorkomen

  • Was vaak je handen als je kindje ziek is, om te voorkomen dat het virus andere kinderen besmet.
  • Voor kindjes met een vergroot risico op complicaties bestaat een soort “vaccin” met antistoffen tegen het virus. Ze krijgen het elke maand toegediend in het RSV-seizoen. Het werkt dus niet erg lang aan een stuk, maar het is wel doeltreffend. Een echt vaccin bestaat niet.

Gevolgen

Bij sommige kinderen werkt een eerste RSV-infectie als een soort trigger. Bij iedere volgende luchtweginfectie – bijvoorbeeld een verkoudheid – krijgen ze astma-achtige symptomen. De spieren van de luchtwegen verkrampen en knijpen dicht, met als gevolg een piepende ademhaling en voortdurend hoesten.
Deze kinderen krijgen een astmabehandeling als die symptomen ernstig zijn of heel vaak voorkomen. Na de leeftijd van drie jaar groeien de meeste kinderen weer uit die astma-achtige symptomen. Tenminste  als allergieën, allergisch eczeem of astma niet in de familie zitten.

 

Verschenen op 9 december 2013 en aangepast op 27 juli 2017 met medewerking van professor Stijn Verhulst, dienst Pediatrie, Universitair Ziekenhuis Antwerpen.

Contacteer ons

Voor alle vragen over jouw ziekteverzekering

Bond Moyson Oost-Vlaanderen

09 333 55 00